Onbegrip en wantrouwen in de GGZ

"Mijn hoofdbehandelaar schraapte zijn keel en vouwde zijn handen gewichtig. Hij had vast veel films gezien waarin hij dit zijn zogenaamde collega's had zien doen." Dat schrijft Sanne Janssen (1987) over haar tijd in de geestelijke gezondheidszorg. Ze is daar beland als puber vanwege wat in technische termen heet 'automutilatie'. In gewone-mensen-taal: ze sneed in haar eigen lichaam. Het was begonnen met een passer, vlak voordat ze naar de middelbare school ging, en het ging daarna verder.

Op het moment waarop ze bij haar 'hoofdbehandelaar' zit, is Janssen al volwassen en na een tijd vooral 'opgesloten' te zijn geweest is ze bezig met haar behandeling. Daarin heeft ze een terugval gehad: na een weekendverlof bij haar moeder is ze weer teruggevallen en uiteindelijk via de politie weer teruggekomen bij haar behandelaars.

In die politiecel had ze een zeldzaam moment: een agente kwam binnen en begon op een heel onbevangen, open wijze een gesprek: waarom ze zichzelf sneed, en hoe vaak dat dan toch gebeurde. Het is een uitzondering in de lange rij mensen die Janssen laat voorbijtrekken in het boek 'Groter zal ik zijn'. De meesten, ook hulpverleners, weten zich geen raad met haar gedrag. Toppunt is een arts die denkt dat het wel werkt als hij roept 'ik ben arts en ik kan je verbieden om vanaf nu in jezelf te snijden'.

De meeste mensen, zo is de boodschap van dit boek, hebben geen flauw idee waarom iemand in zichzelf snijdt. In de psychiatrie is daar de laatste tijd wel meer inzicht over ontstaan, bijvoorbeeld het snijden als houvast en als alternatief voor zeer onwelkome gevoelens.

In het relaas van Janssen wordt de achtergrond in het begin nog niet helemaal duidelijk. Natuurlijk, ze heeft het over een vader die of afwezig is of agressief, en de periode na de echtscheiding verloopt heel moeizaam. Pas na haar eerste opname vertelt ze dat het allemaal nog veel erger was: haar vader heeft haar seksueel misbruikt, al wordt dat door haar moeder en haar hulpverleners niet volledig erkend. Dat is de katalysator in nog veel meer ellende van behandeling, gedwongen opsluiting en ontsnappingspogingen. Pas nu gaat het beter, maar ze is er nog lang niet.

Janssen mag dan overal onbegrip ontmoeten, ze beschrijft ook vaak hoe ze haar hulpverleners wantrouwt. Dan komt ze ergens binnen en voelt ze al een 'minachtende sfeer'. Of een dergelijke houding ook de behandeling bemoeilijkte, blijft in het midden, dat is het nadeel van zo'n persoonlijk relaas. Het is trouwens niet allemaal ellende: zo is daar jeugdvriendin Judith die haar blijft bezoeken - zelfs als Janssen zo'n bezoek aangrijpt voor een ontsnappingspoging uit de kliniek - en later blijkt de aanpak van een therapeut wel doel te treffen. Janssen komt in contact met de Landelijke Stichting Zelfbeschadiging, gaat na een tijdje vrijwilligerswerk doen en ontmoet fotograaf Arie Kievit. Die samenwerking leverde naast het boek van Janssen ook een fotoboek op, dat tegelijkertijd is verschenen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden