Onbegrip en irritatie: geen sociaal minimum in Caribisch Nederland

In 2013 pleitten demonstranten op Bonaire voor een referendum over hun status binnen het koninkrijk. Beeld ANP

Het kabinet heeft nog altijd geen sociaal minimum vastgesteld voor de bewoners op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.

Peter Ester, senator namens de ChristenUnie, had vorige week moeite om zijn irritatie te verbloemen. Het was op dinsdagmiddag, de commissie koninkrijksrelaties van de Eerste Kamer sprak met twee staatssecretarissen over de armoede in Caribisch Nederland. Ester zei: “Het debat begint een beetje genante proporties aan te nemen.”

Dat debat gaat over de zorgelijke situatie waarin veel mensen op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba verkeren. Over het feit dat het leven op deze eilanden duur is en het gemiddelde inkomen laag. Cruciale vraag: waarom stelt het kabinet geen sociaal minimum vast voor Caribisch Nederland, een bedrag dat iemand ten minste nodig heeft voor zijn of haar levens­onderhoud?

De Tweede Kamer riep de regering in 2016 expliciet op zo’n armoedegrens voor de drie eilanden te bepalen. De Eerste Kamer deed dat eveneens. Maar het gebeurde niet. Vandaar de harde woorden van Ester: ‘genante proporties’.

Sinds 10 oktober 2010 zijn Bonaire, Sint-Eustatius en Saba Nederlandse ‘gemeenten’. In sneltreinvaart kregen de drie eilanden te maken met Nederlandse wetgeving. Het onderwijs in de Cariben is verbeterd, net als de gezondheidszorg. Toch staan de eilandbewoners bepaald niet te juichen over wat aansluiting bij Nederland hen heeft opgeleverd. 

Toegenomen teleurstelling

In 2015 onderzocht de commissie-Spies de gevolgen van de nieuwe staatkundige verhoudingen voor de bevolking. Het eindoordeel stemt somber. Positieve ontwikkelingen ‘worden overschaduwd door een breed gevoelde en sinds 2010 steeds verder toegenomen teleurstelling’. De belangrijkste reden is dat de armoede is toegenomen, óók onder mensen met een betaalde baan. Nederland heeft de hooggespannen verwachtingen op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba niet kunnen waarmaken.

Op de eilanden wonen in totaal ongeveer 25.000 mensen. Dat is vergelijkbaar met een gemeente als Beuningen, Aalten of Baarn, aldus CU-­senator Ester vorige week. Met andere woorden: waar hebben we het eigenlijk over? Hoe moeilijk kan het zijn om de armoede voor deze beperkte groep aan te pakken?

De verantwoordelijk staatssecretarissen Tamara van Ark (sociale zaken) en Raymond Knops (koninkrijksrelaties) worstelen met de kwestie. “Het lijkt zo makkelijk”, zei Van Ark tegen de senatoren. “Maar er zit een hele wereld achter.”

Boodschappen zijn duur

In opdracht van het kabinet heeft bureau Regioplan onderzoek gedaan naar de financiële situatie in Caribisch Nederland. De onderzoekers stellen vast dat huishoudens maandelijks tussen de 1000 en 2500 Amerikaanse dollars nodig hebben voor levensonderhoud, afhankelijk van de gezinssituatie en het eiland. Meer dan 40 procent van de bewoners verdient te weinig. De armoede is er wijdverbreid.

Regioplan stelt ook vast dat de boodschappen in de West opvallend duur zijn. De energierekening is hoog, water is kostbaar. Het kabinet wil deze kosten naar beneden brengen om het leven voor de bewoners goedkoper te maken. En de economie moet versterkt, waardoor de werkgelegenheid toeneemt en de salarissen groeien. Maar het vaststellen van een so­ciaal minimum gaat Van Ark te ver.

In Nederland zijn het minimumloon en het sociaal minimum (hoogte van een bijstandsuitkering) aan elkaar gekoppeld. Stijgt het één, dan stijgt het ander mee. De staatssecretaris wil niet dat het wettelijk minimumloon in het Caribische deel van het koninkrijk automatisch hoger wordt, als ze ook daar een sociaal minimum vaststelt. Van Ark: “Ik krijg telefoontjes van bedrijven die bang zijn dat ze failliet zullen gaan. Dan raken mensen hun baan kwijt. Dat wil ik niet voor mijn rekening nemen.”

Duidelijke bedragen

De Eerste Kamer neemt geen genoegen met deze uitleg. GroenLinks-senator Ruard Ganzevoort benadert de discussie rechtsstatelijk. “In Oost-Groningen of Amsterdam is het prima mogelijk om een bedrag vast te stellen dat nodig is om te kunnen leven. En dat zou niet kunnen in Caribisch Nederland? Daar snap ik niks van.” 

Volgens Ganzevoort vraagt de Eerste Kamer helemaal niet aan Van Ark om in Caribisch Nederland direct het minimumloon te verhogen. De senator snapt dat dit ontwrichtend kan werken op deze kleine eilanden, waar de economie broos is. Ganzevoort: “Het kabinet kan zonder problemen een sociaal minimum vaststellen, onderzoeksbureau Regioplan noemt duidelijke bedragen. Vervolgens kan je nadenken over maatregelen om het armoedegat te dichten.” Nu het kabinet dit weigert, zegt hij, staat het toch al wankele vertrouwen dat Caribisch Nederland in ‘Den Haag’ heeft nog verder onder druk. “Het College voor de Rechten van de Mens en de Nationale ombudsman hebben al tegen het kabinet gezegd: regel het nou gewoon. Maar het kabinet regelt het niet.” Het is, wat Ganzevoort betreft, ‘rommelig, slecht beleid’.

Lees ook:

De Kamer geeft weinig blijk van liefde voor het Koninkrijk

Enorme armoede. Ouderen die niet van hun pensioen kunnen rondkomen. Kinderen die zonder eten naar school worden gestuurd. Alle reden voor een stevig debat in de Tweede Kamer deze ernstige sociaal-economische problemen in Caribisch NederlandAlthans, dat zou je verwachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden