Onbegrijpelijke voorstellen van minister Sorgdrager

De auteur is predikant/islamoloog

DR. JAN SLOMP

Als voorbeeld noem ik Egypte. Jehan Sadat, de weduwe van de 1981 vermoorde Egyptische leider, schrijft in haar autobiografie 'A woman of Egypt' (pag. 397): 'In 1977 sloot ik me aan bij de strijd van de vrouwen om meer rechtvaardigheid en geborgenheid in het gezin.' Egyptische vrouwen kregen in juli 1979 een wet (ook wel de Jehanwet genoemd) aangenomen die mannen verplichtte niet alleen om hun vrouwen van de verstoting op de hoogte te stellen, maar die verstoting ook bij de rechtbank te laten registreren. Mevrouw Sadat noemde de toestand voor 1979 'een wreedheid voor de vrouwen van de ergste soort'.

Sedertdien zijn conservatieve moslims in Egypte erin geslaagd die wet gedeeltelijk terug te draaien. Maar in Pakistan lukte het hun dankzij protesten van vrouwen niet de vrouwvriendelijke familiewetten van Ayoeb Khan van 1961 te vervangen.

Daarbij moet men bedenken dat die voorgestelde verbeteringen binnen de nauwe marges dienen te blijven van de islamitische wet of sjari'a zoals die in een bepaald land wordt uitgelegd. Ik raad de minister, voor ze verder gaat, wat Marokko betreft aan de Nederlandse vertaling van de Mudawwanah, Marokkaans wetboek inzake personen-, familie- en erfrecht (Nijmegen, 1989) te raadplegen. Boek II gaat over echtscheiding met name ook door middel van verstoting.

Tussen 1982 en 1985 werkte een Europese studiecommissie van de Churches committee on migrants in Europe (Brussel) aan een rapport over de betekenis van de islamitische wet voor moslims in Europa. Een van de leden van de studiecommissie was de voorzitter van de Shari'a-raad in Engeland. In zes landen, Frankrijk, Duitsland, Engeland, België, Zweden en Nederland werden conferenties gehouden met moslims en werd een enquête gehouden. Een van de knelpunten voor moslims bleek het scheidingsrecht te zijn.

Twee opties werden voorgesteld.

De eerste optie, om moslims toe te staan eigen huwelijksrechtbanken te hebben zoals ze die (nog!) in India hebben, bleek in Europa onmogelijk. Met name moslimvrouwen die deelnamen aan de consultaties, verklaarden niet naar Europa te zijn gekomen om dan hier weer te worden geconfronteerd met een vrouwonvriendelijk echtscheidingsrecht.

De andere optie die werd bepleit was, waar mogelijk, rekening te houden met gerechtvaardigde verlangens van moslims ten aanzien van het huwelijksrecht, maar dan wel met volledige erkenning van het gelijkheidsbeginsel. Ik heb als lid van de studiecommissie en deelnemer aan alle consultaties niemand binnen dit kader een pleidooi horen voeren voor de onverkorte erkenning van de verstoting.

Waar die door moslims (mannen en vrouwen) noodzakelijk en redelijk geachte aanpassingen voor Nederland op neerkomen, kan de lezer nagaan aan de hand van de intussen dertien jaarboeken van de Rimo (Vereniging tot bestudering van het recht van de islam en het Midden-Oosten). Daarin geeft mr. Susan Rutten van de juridische faculteit van de universiteit van Limburg overzichten van de jurisprudentie van alle zaken waarbij moslims betrokken zijn. Daarbij gaat het nogal eens over verstoting.

Voorzover ik heb kunnen nagaan heeft tot nu toe geen enkele jurist ervoor gepleit zo ver te gaan als minister Sorgdrager. Haar voorstellen lijken op het eerste gezicht administratief handig, maar ze zijn beslist vrouwonvriendelijk en waarschijnlijk (ik ben geen jurist) tegen het gelijkheidsbeginsel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden