Onafhankelijk en dan meteen failliet

De economie van Kosovo bestaat bij de gratie van buitenlandse hulp en geld dat de Albanese diaspora naar huis stuurt. Dat kan niet lang meer goed gaan.

AMSTERDAM - Kosovo: een klein gebied zonder directe verbinding met de zee, met een onduidelijke status en een erbarmelijke infrastructuur. Geen streek, kortom, waarvan buitenlandse investeerders meteen gaan watertanden. Dat de bevolking ook nog eens slecht is opgeleid, maakt de regio er niet aantrekkelijker op, constateert Balkan-deskundige Gerald Knaus. Andere delen van het oude Joegoslavië kunnen in de strijd om vreemd geld in ieder geval nog adverteren met 'goedkope en knappe koppen'.

Dat slechte opleidingsniveau is grotendeels een erfenis van de jaren negentig. Nadat Slobodan Milosevic als president van Servië Kosovo zijn autonomie had ontnomen, werd middelbaar en hoger onderwijs in de Albanese taal verboden. Uit protest gingen de Kosovaarse Albanezen 'ondergronds'. Voortaan kregen scholieren les in schuurtjes en kelders. ,,Op die manier kun je kinderen wel leren lezen en schrijven en ze literatuur en geschiedenis bijbrengen. Maar voor het beroepsonderwijs was het een ramp'', aldus Knaus.

Sinds VN-resolutie 1244 een eind maakte aan de strijd om Kosovo, heeft Belgrado de facto niets meer te zeggen in het gebied, hoewel het officieel nog wel deel uitmaakt van Servië. Albanese kinderen krijgen weer in eigen taal in gewone klaslokalen les. De kwaliteit van het onderwijs is echter amper verbeterd. ,,Albanezen zeggen dat het geen zin heeft hierin te investeren, omdat er toch geen banen zijn. Maar die redenering is desastreus.''

Knaus, directeur van het gerespecteerde onderzoeksinstituut European Stability Initiative, deed de laatste maanden onderzoek naar de economie van Kosovo. Geen eenvoudige opgave, want betrouwbare statistieken zijn er nauwelijks. Over zoiets basaals als het aantal inwoners bijvoorbeeld verschillen de opgaven zeer. Het ministerie van handel gaat uit van 2,4 miljoen mensen, waar het ministerie van financiën niet verder komt dan 1,85 miljoen. ,,Dat maakt plannen wel heel lastig.''

Meteen na het vertrek van de Servische troepen in 1999 was er sprake van een korte opbloei van de Kosovaarse economie. Albanese Kosovaren die jaren in het buitenland hadden gewoond, kwamen terug om huizen te bouwen of te herstellen. Daarnaast bracht de komst van buitenlandse hulporganisaties geld en -zeer in trek zijnde- banen met zich mee. ,,Maar de boom in de bouw was snel voorbij'', aldus Knaus. Hij bezocht 69 van de 81 bouwbedrijven die in het handelsregister van 2003 stonden ingeschreven, en vond er nog maar 39 in bedrijf.

Nu bestaat Kosovo van buitenlandse hulp en het geld dat door de diaspora wordt overgemaakt. In 2002 schatte het ministerie van financiën dat van de 1,5 miljard euro die huishoudens ontvingen, bijna de helft afkomstig was van familie elders. Grote problemen liggen op de loer. De buitenlandse hulp zal de komende jaren alleen maar afnemen, migratie is nauwelijks nog een optie. ,,West-Europa heeft zijn grenzen gesloten. Kosovaren die al in het buitenland zijn, laten hun familie overkomen en gaan dus in de toekomst minder geld overmaken.'' De werkloosheid is al hoog en zal in dat scenario slechts stijgen.

Albanezen zelf wijzen vaak de onduidelijkheid rond de status van Kosovo aan als reden voor de slechte econonomische situatie. Buitenlandse investeerders durven het risico niet aan, omdat ze niet weten of ze investeren in Servië of een onafhankelijk land, is de redenering. Knaus gaat daar deels in mee: ,,Het probleem is niet zozeer de onduidelijke status, maar de onduidelijke eigendomsrechten. Die kwestie verhindert vooral investeringen in de mijnen. Ze zijn in erbarmelijke staat, maar vormen in principe een lucratieve sector. Er is natuurlijk niemand die er geld in steekt als hij niet zeker weet dat de winst ook echt van hem is.''

Onafhankelijkheid is echter geen tovermiddel, waarschuwt Knaus. ,,Kijk naar Albanië. Zonder goede infrastructuur en een goed opgeleide bevolking red je het niet.'' Daarvoor zouden de Albanezen, samen met het VN-bestuur, nu al een strategie moeten ontwikkelen, plannen moeten maken. Maar in plaats daarvan steggelen ze over ieder woord dat uit Belgrado komt en wachten verder lijdzaam af tot de langverwachte onafhankelijkheid komt. Knaus: ,,En dan is die er straks en gaat de staat meteen failliet.''

Voor de naar verhouding zeer jonge bevolking van Kosovo zijn de perspectieven somber. Onrust ligt op de loer, waarschuwt Knaus. De frustratie zal op een gegeven moment een uitweg zoeken. De Servische minderheid is de meest voor de hand liggende zondebok. Of de buitenlanders -van Unmik- het VN-bestuur, of Kfor, de vredesmacht. Nog maar vijf jaar geleden werden die als helden binnengehaald.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden