Onaanvaardbare karaktermoord op publiek persoon

Slachtoffers zijn in de eerste plaats mensen die onrecht hebben ondergaan en recht hebben op erkenning en begeleiding. Maar volgens prof. dr A.H.M. van Iersel bestaat er ook een verantwoordelijkheid van de slachtoffers voor de toekomst van de plegers. Opnieuw de kwestie Jan ter Laak, die tot geheel van elkaar verschillende (zie ook het artikel van Joke Keijzer op deze pagina) visies leidt. De auteur is katholiek theoloog en bijzonder hoogleraar vraagstukken geestelijke verzorging in de krijgsmacht aan de theologische faculteit Tilburg. Ook is hij lid van Pax Christi. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.

Allereerst is het mijns inziens niet geheel toevallig dat seksueel misbruik door pastores in de kerken voorkomt. Het risico van misbruik is inherent aan beroepen waarin persoonlijke nabijheid een belangrijke rol neemt, zoals in therapeutische beroepen en in het pastoraat. Van de genoemde beroepsgroepen wordt heel veel gevraagd als het gaat om zelfkennis. Deze beroepen brengen immers in belangrijke mate de uitoefening van zowel macht als gezag met zich mee, die de relaties in haar geheel, ook in de seksuele component, kleuren. Tegenwoordig worden pastores en therapeuten erop getraind om met de hieruit voortvloeiende mechanismes en rolspanningen om te gaan, maar dit is niet altijd zo geweest.

In de katholieke kerk komt hier nog bij dat haar officiële visies op seksualiteit in het algemeen en homoseksualiteit in het bijzonder, een open communicatie op dit gebied niet bepaald bevorderen. Integendeel: in het bijzonder de permanente taboeïsering van homoseksuele relaties in de katholieke kerk bemoeilijkt juist een ordelijke ontwikkeling van homoseksuele relaties van haar kerkleden.

Voor priesterkandidaten en priesters is een psychohygiëne op het terrein van seksualiteit zeer belangrijk, maar tegelijk nog extra moeilijk te bereiken. Immers, of zij nu heteroseksueel zijn of homoseksueel, zij worden geacht hun seksuele voorkeur niet te praktiseren. Iedere seksuele activiteit van een ambtsdrager staat daarom alleen al op voorhand onder het voorteken van misbruik. Hierdoor kunnen ambtsdragers echter tevens moeilijker dan andere gelovigen geleidelijk aan leren omgaan met de met het ambt verbonden rolspanningen. Dit leren omgaan met rolspanningen is voor homoseksuele pastores in de katholieke kerk wegens de opvattingen van de kerk hierover urgenter en moeilijker dan voor heteroseksuele pastores.

Dit leren omgaan met rolspanningen wordt anderzijds nog eens extra bemoeilijkt doordat naast de pertinente afwijzing van homoseksueel gedrag door de kerkleiding er aan het grondvlak van de kerken een meer permissieve en tolerante houding tegenover homoseksualiteit is gegroeid en ook meer begrip is gekomen voor verlangens van pastores op seksueel terrein in het algemeen. En die tolerantie brengt weer andere problemen met zich mee, waarvan onze samenleving zich nu op allerlei terreinen bewust wordt. Het belangrijkste probleem is dat toename van tolerantie vaak leidt tot een verminderde controle en verantwoording van de kant van werkgevers van pastores. De pastor komt hierdoor ook vanuit het grondvlak onder druk te staan, nu door het taboe op controle en verantwoording. Het ontbreekt vaak aan de vraag: wat doet u met de vrijheid die wij u tolerant toekennen? Het is deze vraag waar de samenleving en de kerken op diverse terreinen voor staan.

Het probleem van seksueel misbruik is dus weliswaar niet specifiek voor pastores, maar het krijgt in het milieu van de katholieke kerk wel een eigen kleur en gestalte. Die verdient meer aandacht dan ze nu krijgen. Een zuiveringsoperatie die de inquisitie zou passen, levert niets op. Juist wie de katholieke kerk een warm hart toedraagt moet aandringen op meer zorgvuldigheid in het omgaan met de verschillende factoren die het misbruik kleuren.

Los daarvan is het voor mij nog een vraag, of seksueel misbruik in de homoseksuele sfeer niet zwaarder wordt gewogen dan misbruik in de heteroseksuele sfeer. Dit praat concrete gevallen van misbruik, vooral in de context van een hiërarchische arbeidsverhouding, niet goed maar vereist wel extra zorgvuldigheid in de behandeling van plegers.

Deze overwegingen moeten mijns inziens meewegen in het overdenken van verantwoordelijkheden. Ze maken de solidariteit met de slachtoffers niet ongeldig, maar stellen haar wel in een ander perspectief. Zo moet men zich ook afvragen, welke verantwoordelijkheid de verschillende geledingen in de kerk en bij de werkgevers van pastor Ter Laak hebben genomen om seksueel misbruik in pastorale relaties te voorkomen of, waar er een vermoeden van bestond, te corrigeren. Ik vraag mij in dit verband af, of de kerkgemeenschap in haar verschillende geledingen, en ook in haar rol als werkgeefster, niet meer aan zelfonderzoek moet doen. Anders wordt de eigen verantwoordelijkheid van pastor Ter Laak - die er ook volgens mij is - toch te weinig in haar context teruggeplaatst.

Slachtoffers

Een tweede overweging betreft de slachtoffers. Op het gevaar af misverstaan te worden, wil ik er op wijzen, dat een volstrekte ,victimisering' van de klagers/slachtoffers - populair: het 'fixeren van slachtoffers in hun rol' - niet juist is; hier zit een belangrijk manco in de visie van mevrouw Eitjes van de Interkerkelijke stichting tegen seksueel misbruik in pastorale relaties. Slachtoffers zijn weliswaar op de eerste plaats mensen die onrecht hebben ondergaan. Zij hebben recht op erkenning en begeleiding. Uit traumatheorie is echter ook bekend, dat slachtoffers juist fysiek en mentaal het beste overleven als ze (ook) worden aangesproken als mensen met een verantwoordelijkheid voor de toekomst. Dat is hun eigen toekomst en die van andere slachtoffers. Maar daarnaast bestaat er ook een verantwoordelijkheid van de slachtoffers voor de toekomst van de plegers. Die verantwoordelijkheid bestaat er allereerst in geen wraak en vergelding na te streven, maar wel rechtsherstel. Vervolgens bestaat de verantwoordelijkheid van het slachtoffer er in, te zorgen dat het rechtsherstel - bijvoorbeeld via een schadeloosstelling - proportioneel blijft, en daardoor niet bijdraagt aan een verdere ontwrichting van de samenleving dan die al is geschied in het onrecht dat aan het slachtoffer werd aangedaan.

De verantwoordelijkheid van het slachtoffer kan ten slotte nog verder gaan en zelfs de vorm aannemen van een inzet van het slachtoffer voor de sociale reïntegratie van de pleger. De sociale reïntegratie van plegers is een belangrijke achtergrond van de humanisering van het strafrecht en van het streven naar reclassering dat het burgerlijk recht sedert de Verlichting is gaan kenmerken. In de kerken zou dit ook moeten worden ontwikkeld, en zelfs moet men daar nog een stap verder gaan en vergeving stimuleren. Daartoe kan het slechts komen als een slachtoffer in een pleger een mede-slachtoffer herkent en erkent. In de sfeer van oorlogsmisdaden is de relatie tussen de Britse veteraan Eric Lomax en zijn voormalige beul bij de Birmaspoorlijn, Nagase Takashi, zoals beschreven in Lomax' boek 'De spoorwegman', een goed voorbeeld van hoe het zelfs tot vergeving kan komen.

Wat ik hiermee naar voren wil brengen, is niet dat de slachtoffers hun mond moeten houden of dat ik hen zelf verantwoordelijk houd voor het hen aangedane onrecht - dat doe ik niet - maar wel wil ik herinneren aan hun verantwoordelijkheid voor de toekomst. De morele claims die met het slachtofferschap verbonden zijn, keren naar henzelf terug als een verantwoordelijkheid voor de toekomst. Een keuze voor slachtoffers kan om deze reden niet onvoorwaardelijk zijn.

Geen wraak

Soms zijn slachtoffers tot het dragen van deze verantwoordelijkheid maar in beperkte mate in staat. Ze zijn er dan bij geholpen dat anderen hen helpen om deze verantwoordelijkheden toch te gaan dragen. Daarvoor is het nodig, dat slachtoffers inzien, dat het feit dat ze slachtoffer zijn wel erkenning behoeft, maar dat ditzelfde feit hen niet moreel superieur maakt in hun handelen met het oog op de toekomst. Elke gemeenschap heeft er baat bij te zorgen dat de claims van slachtoffers primair gericht zijn op rechtsherstel maar niet op wraak, en dat ze als vorm van rechtsherstel en straf bovendien niet disproportioneel worden en dus geen escalatieketen te weeg brengen. Daarin zou de procedure voor klachtenbehandeling moeten voorzien.

Bovendien moet mijns inziens juist de kerk haar leden helpen om zelfs tot vergeving te komen; vergeving is immers pas aan de orde als er serieus onrecht is geschied, en niet alleen bij kleine misstappen. De opdracht tot vergeving raakt opnieuw de hele kerkgemeenschap. Daarom raakt de wijze waarop de kerk opkomt voor slachtoffers aan haar primaire opdracht. Op dit punt kunnen gemakkelijk misverstanden ontstaan. Het gaat hier niet om het bedekken met de mantel der liefde en ook niet om het moraliseren jegens de slachtoffers, maar wel om de mogelijkheid om überhaupt samen te leven in een wereld waarin onrecht en geweld reële gegevens zijn en waarin juist de kerk vergeving verkondigen moet. Op dit punt schiet de publieke rol van mevrouw Eitjes volledig tekort: zij idealiseert in haar Podiumartikel van 13 september de slachtoffers, en neutraliseert categorisch alle overwegingen die tot een meer genuanceerde benadering van plegers en klagers kunnen leiden. Los daarvan trekt ze de integriteit in twijfel van iedereen die niet blindelings achter klagers gaat staan. Dit leidt tot een nutteloze beschadiging van het publieke imago van diverse betrokkenen, niet in het minst de heer Ter Laak zelf.

Netwerk

Ten slotte mijn derde punt, het beleid van de Kro. In mijn opvatting had de Netwerkuitzending over deze kwestie het niveau van riooljournalistiek. Professionele journalistiek zou de integriteit van de in beeld gebrachte klager onderzocht en zijn claims ter discussie gesteld hebben; ethisch verantwoorde journalistiek zou eerlijker belicht hebben dat het besproken misbruik in de periode plaats vond waarin de heer Ter Laak bij het Kro-omroeppastoraat werkzaam was en zou bovendien het elementaire beginsel van woord en wederwoord hebben toegepast.

In plaats van professionele en integere journalistiek te bieden voert de Kro een schone-handen-beleid door te pogen het misbruik te verbinden aan Pax Christi in plaats van aan de Kro en aan het aartsbisdom. Zo wordt een verkeerd beeld gecreëerd van de complexe verantwoordelijkheden. Het zijn immers - naast de heer Ter Laak zelf - juist het aartsbisdom en de Kro die als werkgevers een verantwoordelijkheid hadden en hebben voor controle op misbruik door omroeppastores. Als Pax Christi als werkgeefster onzorgvuldig gehandeld zou hebben ondanks het feit dat zij met instemming van alle (!) betrokkenen niets over het arbeidsconflict naar buiten heeft gebracht, dan moet dit maar aangetoond worden. Tot die tijd is het volstrekt ongepast om de zwarte piet naar Pax Christi toe te spelen.

Mijns inziens is in deze aangelegenheid sprake van een peilloze tragiek waarbij de vraag naar verantwoordelijkheden buitengewoon complex is. De heer Ter Laak gaat hierbij niet vrijuit, maar zijn verantwoordelijkheid behoort wel in haar context te worden teruggeplaatst en het is volstrekt onaanvaardbaar om een karaktermoord op deze publieke persoonlijkheid te plegen, zoals de Kro dit doet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden