Omweg maken om top te bereiken

Leerlingen van het Libanon Lyceum in Rotterdam. ¿Allochtoon talent wordt niet herkend¿, meent onderwijskundige Crul. (FOTO JOÿL VAN HOUDT)

Internationaal onderzoek bewijst het gelijk van minister Plasterk: vroege selectie in het onderwijs zorgt ervoor dat veel allochtoon talent de top niet bereikt.

Allochtonen halen in Nederland veel minder vaak het hoger onderwijs dan in een land als Frankrijk. Niet omdat Nederlandse allochtonen minder talent hebben, maar omdat het Nederlandse onderwijsstelsel drempels voor hen opwerpt. „We lopen veel potentie mis.”

Dat zegt Maurice Crul, onderwijskundige aan de Universiteit van Amsterdam, op grond van internationaal onderzoek. Vandaag presenteert hij de resultaten daarvan op een wetenschappelijke conferentie.

„Minister Plasterk stelde vorige week de vroege selectie in het Nederlandse onderwijs ter discussie. Terecht, blijkt uit ons onderzoek. Wij hebben in zeven Europese landen gekeken naar de loopbaan van Turkse jongeren van de tweede generatie. Hun achtergrond is goed te vergelijken – het zijn grotendeels kinderen van arbeidsmigranten – maar hun onderwijsprestaties lopen ver uiteen. In landen waar de selectie voor ofwel beroepsonderwijs ofwel algemeen vormend onderwijs al op jonge leeftijd plaatsvindt, halen veel minder Turken het hoger onderwijs dan in landen waar die keus laat gemaakt wordt.”

Nederland hoort bij de landen waar die keus vroeg gemaakt wordt: al op hun twaalfde kiezen kinderen hier tussen vmbo of havo en vwo. In Frankrijk doen ze dat pas met vijftien jaar.

„Dat heeft grote gevolgen”, zegt Crul. „In Nederland haalt 28 procent van de tweede generatie Turken het hoger onderwijs, in Frankrijk is dat 47 procent.”

Duitsland doet het trouwens nog slechter, voegt de onderzoeker eraan toe. Daar vindt de selectie al plaats als kinderen nog maar tien jaar zijn en weet slechts 7 procent het hoger onderwijs te bereiken.

Een sterk punt van het Nederlandse onderwijsstelsel is wel dat kinderen hier via het vmbo en het mbo alsnog het hoger onderwijs kunnen halen. Uit Cruls onderzoek blijkt dat de helft van de Turken in het hoger onderwijs die route heeft gevolgd.

Maar het grote aantal dat via deze omweg in het hoger onderwijs terechtkomt, bewijst tegelijk dat er iets niet goed gaat, zegt Crul. „Deze jongeren hebben kennelijk genoeg talent. Maar we zijn niet in staat dat talent al op hun twaalfde op waarde te schatten. Daarom moeten ze een omweg maken die drie jaar kost, met grotere kansen om voortijdig uit te vallen.”

Twaalf jaar is gewoon te vroeg voor een schoolkeus die de loopbaan van leerlingen grotendeels bepaalt, concludeert Crul. Hoe dat komt? „Taal speelt een belangrijke rol. Allochtonen komen met een achterstand de basisschool binnen en die achterstand hebben zij acht jaar later nog niet ingelopen. Dat is een hardnekkig probleem.”

Het Nederlandse onderwijsstelsel hoeft niet overhoop gehaald te worden om het probleem op te lossen, zegt Crul. Hij pleit bijvoorbeeld voor het opzetten van zogeheten havo-kansklassen, klassen voor vmbo’ers die als ze goed presteren, na twee jaar kunnen overstappen naar de havo. Ook ’kopklassen’ kunnen goed werken: een extra jaar na de basisschool om achterstanden weg te werken. „Dat kost een jaar, ja. Maar zo vermijd je misschien een omweg die drie jaar kost.”

Maatwerk is het ’toverwoord’, zegt Crul. „Scholen zelf hebben het probleem als eerste gezien en zijn er al mee bezig.”

(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden