Interview

Omir Bekali zat in een strafkamp omdat hij Oeigoers is: ‘China wil ons vernietigen’

Omir Bekali zat in China in een kamp. Beeld Martijn Gijsbertsen

China schendt volgens de Verenigde Naties de mensenrechten op grote schaal in de westelijke provincie Xinjiang. Omir Bekali is een van de weinigen die lang in de beruchte kampen voor Oeigoeren heeft gezeten en het kan navertellen.

Met een zwarte zak over zijn hoofd werd Omir Bekali op 26 maart 2017 naar het politiebureau gebracht. De op dat moment veertigjarige Kazach wist niet wat hij had misdaan en dat werd hem ook niet verteld. Maar hij wist wel dat de Chinese autoriteiten bezig waren met een keiharde campagne tegen de islamitische Oeigoeren en andere etnische groepen in de westelijke provincie Xinjiang, waar hij zijn ouders bezocht.

In 2006 was Bekali vertrokken uit China naar Kazachstan, vertelt de wat nors overkomende man die in Nederland op bezoek is om zijn verhaal te doen. De zoon van een Kazach en een Oeigoerse had genoeg van de onderdrukking in het westen van China, die op dat moment nog vooral op de werkplaats tot uitdrukking kwam.

“Ik had in Peking een opleiding gedaan voor hotelmanagement en toerisme, maar ik kon alleen werk vinden als chauffeur. Ik kreeg ook geen bonus, zoals de Chinese collega’s die wel kregen. Toen ik er genoeg van had heb ik voor 5000 dollar een paspoort gekocht en ben ik vertrokken.”

In de Kazachse stad Almaty vestigde hij zich als handelaar, vooral in textiel. Hij trouwde, kreeg drie kinderen en bleef twee à drie keer per jaar zijn familie in Xinjiang bezoeken. In Kazachstan kon hij gewoon leven als moslim, wat in China steeds lastiger werd. Daar begon Peking een campagne om de islamitische inwoners van Xinjiang, vooral Oeigoeren en Kazachen, in een Chinese mal te drukken.

“Toen ik jong was, waren er nauwelijks Chinezen in onze omgeving”, vertelt Bekali. “Op school kregen we wel politieke lessen maar iedereen vond dat onzin. De sfeer was: wij geloven die Chinezen niet. Niemand wilde ook Chinees leren, maar daardoor hadden we ook weinig keuze in vervolgopleidingen.”

Controles

Bekali merkte dat de controles in de loop der jaren steeds strenger werden aan de grens, maar ook binnen Xinjiang – of Oost-Turkestan zoals de Oeigoeren en Kazachen het noemen. “Mijn vader kreeg ook bezoek van de politie, ze wilden dat ik informant voor ze werd in Kazachstan.” Bekali, die inmiddels hotelmanager was geworden, kon die druk weerstaan. Hij reisde in maart 2017 naar Xinjiang, nu voor zaken. Daarna ging hij langs bij zijn ouders en daar werd hij gearresteerd.

Hij werd meegenomen, nog altijd met de zwarte kap over zijn hoofd, uitgebreid lichamelijk onderzocht in wat op een ziekenhuis leek en daarna naar het politiebureau gebracht. “Daar ben ik vier dagen en vier nachten lang gemarteld”, vertelt hij, uiterlijk onaangedaan. “Ik ben op een speciale stoel gebonden met mijn handen en voeten vast, dat noemen ze de tijgerstoel, en aan mijn handen opgehangen.” Hij laat de littekens op zijn handen en polsen zien.

“Ik ben geslagen met stokken en met kettingen, ze hebben naalden onder mijn nagels gestoken en ook in mijn geslachtsdelen. Dat heb ik nog niet eerder verteld. Ze zeiden dat ik een terrorist was die China wilde opdelen, dat ik terrorisme organiseerde en mensen daarvoor ronselde en hen beschermde. Ze stelden vragen: met wie ik samenwerkte. Ze wilden namen horen, informatie over anderen en lieten me zogenaamd bewijs zien.”

Nee, verzekert Bekali, hij is nooit betrokken geweest bij organisaties die zich inzetten voor een zelfstandig Xinjiang. Zelfs niet bij culturele of religieuze bewegingen die door China als verdacht worden gezien. Hij was gewoon een moslim die werkte en een gezin wilde stichten in de streek waar hij geboren was.

Christenen

Na vier dagen werd Bekali naar een kamp gebracht, een van de vele in Xin­jiang. In die kampen worden de Oeigoeren en andere etnische groepen sinds 2017 met harde hand geïndoctrineerd. Waarnemers worden niet toegelaten, maar op satellietbeelden en schaars foto- en videomateriaal zijn de kampen duidelijk zichtbaar. Peking erkent het bestaan ervan, maar houdt vol dat het gaat om trainingscentra voor de lokale bevolking.

Bekali vertelt dat hij terechtkwam in een cel van vier bij vier meter, waar hij zat met veertig tot vijftig anderen. Elke dag werden er nieuwe mensen gebracht en geregeld vertrokken er ook weer. “Voor 90 procent waren dat moslims, vooral Oeigoeren, Kazachen en Oezbeken. Maar er waren ook Chinese christenen en zelfs wat mensen uit Thailand en Turkije.

“Het was echt smerig. We hadden één toilet voor iedereen en we bleven de hele tijd in dezelfde ruimte. We moesten de regels van het kamp onthouden, propagandaliedjes zingen en Chinees leren. We mochten geen Oeigoers of Kazachs spreken en niet bidden. Op vrijdag, de dag van het gebed, kregen we varkensvlees te eten. Iedere dag moesten we een soort spijtbetuiging schrijven waarin stond wat we allemaal verkeerd hadden gedaan. Bijvoorbeeld dat je een baard had, dat valt voor de Chinezen al onder terrorisme.”

Bekali zat gevangen met mannen van dertien tot tachtig jaar. Vooral de jongeren verdwenen vaak weer en hij ging ervan uit dat zij niet overleefden wat er daarna gebeurde. “Drie keer heb ik vanuit de cel bewakers dode mensen zien wegslepen.

“Ik weigerde mee te werken met de bewakers maar merkte dat dit alleen maar nadelig was.” Door zijn verzet belandde Bekali vaak in de isoleercel. “Daar was het pikdonker, ik heb er in totaal 31 dagen gezeten. Ik werd gemarteld, gestraft en ik mocht geen familie ontmoeten en ook geen advocaat. Ik begon hopeloos te worden.” Een keer kwamen er twee medewerkers van het Kazachse consulaat langs. Zij luisterden, maar konden niets voor hem doen. “Toch gaf me dat een beetje hoop.”

Isolatiecel

Na ruim zeven maanden werd Bekali verplaatst naar een ander kamp. “Daar was het nog erger, ik was nog dichter bij de dood.” Ook hier kreeg hij straf. Hij moest 24 uur met zijn gezicht naar de muur blijven staan, werd zonder eten een etmaal lang in de tijgerstoel vastgezet, in de isoleercel gegooid, in de volle zon op de binnenplaats gezet en tot zijn kin in een kuil met water geplaatst, met zijn handen boven zijn hoofd vastgebonden. “Dat waren daar de straffen als je niet luisterde.”

Op 24 november 2017 werd hij ineens vrijgelaten uit het kamp. “Ze hadden nog altijd geen bewijzen tegen mij gevonden en ondertussen zag ik wat er allemaal gebeurde, ik werd een getuige. Mijn vrouw, die nog in Kazachstan was, bleef aandacht vragen voor mijn zaak en richtte zich ook tot de Verenigde Naties.” Bekali vermoedt dat de Chinezen hem daarom liever kwijt wilden.

China erkent het bestaan van kampen, zoals deze in Dabancheng maar houdt vol dat het trainingscentra zijn voor de lokale bevolking Beeld Reuters

Een dag nadat hij vrijkwam kreeg hij een visum waarmee hij twee weken de tijd had om China te verlaten. “Ik wilde eerst naar Peking om bezwaar te maken tegen mijn behandeling. Maar ik kreeg te horen dat ik dan mijn familie nooit meer te zien zou krijgen.” Hij ging naar zijn ouders om op krachten te komen – ‘ik kon nauwelijks meer lopen’ - en keerde toen terug naar zijn gezin in Kazachstan.

“Ik besloot mijn verhaal te doen, zodat de rest van de wereld weet waar China mee bezig is.” Zijn interview met persbureau AP werd onder meer gepubliceerd in The Washington Post. Harde bewijzen voor wat hem is overkomen heeft Bekali niet, maar zijn verhaal wordt bevestigd door informatie van andere Oeigoeren, kenners van het Chinese beleid in Xinjiang en van mensenrechtenorganisaties.

Wraak

Zijn openhartigheid had een hoge prijs. “Ze hebben wraak genomen. Begin 2018 is mijn vader opgepakt en later dat jaar is hij in het kamp overleden. We hebben zijn lichaam nooit teruggekregen. Al mijn andere familieleden in China zijn ook opgepakt, ik heb niets meer van ze gehoord.” Volgens een schatting van de Verenigde Naties zitten er ruim een miljoen mensen in de kampen in Xinjiang.

Bekali is ervan overtuigd dat China de autochtone bevolking van het gebied wil vernietigen. “Ze kunnen niet verder naar het oosten, daar is de zee. Dus zien ze Centraal-Azië als het gebied waar ze moeten uitbreiden. Ook het Belt and Road-initiatief (bekend als de Nieuwe Zijderoute, red.) is bedoeld om hun macht te vergroten en de eerste stap is in Centraal-Azië. Zeventig jaar assimilatiebeleid is mislukt en daarom doen ze nu dit.”

China maakt ondertussen misbruik van de internationale strijd tegen het terrorisme, meent Bekali. Er waren en zijn wel Oeigoerse strijders in Syrië, maar volgens hem konden die daar alleen komen met medewerking van Peking. “De grens wordt zo zwaar bewaakt, hoe komen die strijders dan in Syrië? Dat moet wel georkestreerd zijn, dan hebben de Chinezen weer een reden om de Oeigoeren aan te pakken.”

Ook in Kazachstan kon Bekali niet blijven. “Nadat ik een interview had gegeven aan persbureau AP kreeg ik bedreigingen. De Kazachse politie kwam aan de deur, ze zeiden dat ze terroristen zochten.” Kazachstan staat volgens Bekali onder grote druk van het buurland China, vooral vanwege de economische belangen. Met behulp van de VN kon Bekali met zijn gezin vluchten naar Turkije, een land dat traditioneel goede banden heeft met de Oeigoeren en andere moslims in de regio.

Erdogan

Maar ook in Turkije voelt Bekali zich niet helemaal veilig. “Door de goede relatie tussen Ankara en Peking is er nu minder steun voor de mensen uit Oost-Turkestan. Mijn kinderen kunnen niet naar school en ze krijgen ook geen visum om het land uit te komen.”

De Turkse president Erdogan heeft wel openlijk kritiek geuit op het Chinese beleid, maar Bekali vertrouwt hem niet. “Ik geloof niet dat Erdogan serieus is, hij wil alleen de volgende verkiezingen winnen. De gewone Turken hebben wel sympathie voor ons Oeigoeren.”

Bekali hoopt op internationale druk op Peking, maar ziet nog niet veel gebeuren. “Weinig landen besteden hier aandacht aan, vanwege de economische belangen. Er zijn wel uitzonderingen, zoals Japan dat het Chinese telecombedrijf Huawei niet toelaat.”

Hij wil de moed niet verliezen. “Als de westerse landen samenwerken en echt opkomen voor de mensenrechten, is er hoop. Daarom doe ik ook mijn best om aandacht te vragen voor de toestand daar en om politici te overtuigen.”

Bekali deed deze dagen zijn verhaal in Nederland bij Amnesty International en in de Tweede Kamer. “Dat was een heel goed gesprek, Nederland is een echte democratie.” De PvdA diende een breedgesteunde motie in die de Europese Unie vraagt om bij China aan te dringen op het toelaten van een onafhankelijke onderzoekscommissie naar de toestand in Xinjiang.

Hoe heeft Bekali zijn tijd in de kampen doorstaan en hoe houdt hij het nu vol om zijn verhaal te blijven doen, ondanks de lichamelijke en psychische gevolgen waar hij nog mee worstelt? “Dat heb ik aan mijn geloof te danken. Ik ben altijd blijven vechten en ik geloof dat de rechtvaardigheid zal overwinnen. Het is net als in het verhaal van Mozes en de farao, die de Joden niet wilde laten gaan. China doet hetzelfde als de farao, maar Mozes heeft uiteindelijk gewonnen.”

Lees ook: 

Detentiekampen? Nee hoor, zegt China, een trainingscentrum voor hun eigen bestwil

China ontkent niet langer dat veel Oeigoeren vastzitten in kampen. Voor hun eigen bestwil, beweert Peking.

Ook in Nederland worden Oeigoeren onderdrukt door de Chinese overheid

Oeigoeren worden lastig gevallen en geïntimideerd door de Chinese overheid. Ondertussen bestaat er vrees voor familieleden die thuis verdwijnen in een van de strafkampen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden