Omgeving en automobilist nader tot elkaar

Frankrijk is hét grote voorbeeld. Pauzeer je langs de autoroute dan heb je een prachtig uitzicht, krijg je informatie over de natuur en zelfs een wandelingetje behoort tot de mogelijkheden. In de winkel liggen souvenirs, kaarten en producten van de streek.

Daar heet zo’n station met recht een verzorgingsplaats: de automobilist kan tot rust komen, afstand nemen van de snelheid van de weg en hij weet meteen wat de bijzondere kenmerken van de regio zijn.

In Nederland is ook veel mogelijk. De A2 kruist de grote rivieren. De A27 voert langs de Hollandse waterlinie, de Utrechtse Heuvelrug, het vogelrijke Zouwegebied en de Biesbosch. De A12 gaat dwars door het Groene Hart en de Veluwe. En vanaf de A4 kijk je zo op Schiphol en op het open Hollandse landschap bij Leiden of de Hoekse Waard, terwijl je in het Zuiden de beboste Brabantse Wal passeert.

Eind vorig jaar heeft Rijkswaterstaat een eerste poging gedaan om omgeving en automobilist dichter bij elkaar te brengen. Het tankstation bij Bunnik heet niet meer Slagmaat, maar De Forten, naar het Fort bij Vechten, iets verderop.

Helaas is het daar voorlopig bij gebleven. De beheerder van het pompstation wist eerlijk gezegd niet dat de naam was veranderd tot een medewerker hem daarop wees. Ook van het informatiepaneel dat in de toekomst geplaatst wordt, weet hij niks en streekproducten ziet hij niet heel snel in zijn schappen verschijnen. „Alle Texacostations hebben eenzelfde assortiment.” Een wandeling is ook niet aan te raden. Een opening in het hek leidt naar een saaie parallelweg. Het is zeker een kwartier lopen naar het bewuste fort. En dat zie je pas door de bossen schemeren als je er helemaal omheen gelopen bent. De korte route, bovenlangs, is ook geen pretje, want die gaat dwars door een zompig weiland, langs het razende verkeer. Eenmaal aangekomen blijkt het fort alleen zondag open voor publiek.

Martin Vastenhout van de Stichting Werk aan de Linie heeft niet echt behoefte aan wandelende automobilisten. Hij ontvangt jaarlijks al 45.000 mensen op het fort, voor bruiloften en partijen of voor een schrijfcursus of didgeridoolessen. Er is tot zijn spijt wel verandering op til. Deze maand hebben de provincie Utrecht, de Liniecommissie, eigenaar Staatsbosbeheer en de gemeente Bunnik aangekondigd dat er bij het fort een nationaal recreatief en cultureel centrum voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie komt. De landschappelijke parel wordt voor iedereen toegankelijk.

Vastenhout vindt het allemaal te groots . „Ik betwijfel of er draagvlak is voor zo’n museum, vooral nu is ingezet op een Nationaal Historisch Museum in Arnhem.” Hij vreest voor zijn eigen goedlopende stichting en twintig medewerkers, maar is ook bang dat het groene, ruïneuze karakter van het fort wordt aangetast. Onderdeel van de plannen is dat er bomen gekapt worden zodat het fort beter zichtbaar is vanaf de A12.

Vastenhout ziet een paneel bij het tankstation best zitten. Met leuke info over de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Maar als mensen het fort willen zien, moeten ze niet via de snelweg komen, maar lekker met de fiets. „Daar zijn ook mooie routes voor.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden