Omdat zij zelf Indiaas was

In 'Leela's boek' schuiven ver verwijderde tijdperken in elkaar. Zo wordt het boek zelf een manifestatie van het geloof in wedergeboorte

Van de rijke Indiase literatuur is in de rest van de wereld maar een fractie bekend. De poëzie van de filosoof Rabindranath Tagore, die in 1913 als eerste niet-Europeaan de Nobelprijs kreeg, was een belangrijke toegangspoort tot deze schatkist. Vanaf het begin van de vorige eeuw kwam naast inheemse talen als Hindi, Bengali en Tamil ook het Engels als in zwang, met als resultaat het werk van auteurs als Salman Rushdie, Arundhati Roy, Kiran Desai en Arvind Adiga (alle vier winnaars van de Man Booker Prize).

Onlangs is de Indiase literatuur opgefrist door de komst van een tweetal nieuwe schrijvers. Niet dat ze allebei in India geboren en getogen zijn; ook immigranten en zelfs Engelse auteurs die het land goed kennen, kiezen het als achtergrond of onderwerp voor hun verhalen.

Een van de twee is Nikita Lalwani (1975), geboren in India en opgegroeid in Groot-Brittannië. De andere is de van oorsprong Britse Alice Albinia (1976). Zij studeerde Zuid-Aziatische literatuur en werkte een tijd als journalist in Delhi.

Interessant genoeg is het juist Albinia die nadrukkelijk teruggrijpt op de Indiase culturele tradities. Ze deed dat voor het eerst in het veelbekroonde non-fictieboek 'Empires of The Indus' (2008), een verfijnd reisverhaal dat nieuw licht werpt op de vele eeuwen omspannende Zuid-Aziatische geschiedenis.

Dat is opnieuw het geval in haar debuutroman 'Leela's boek', een eigentijdse voortzetting van de Mahabharata. Dit grootse epos, geschreven in het Sanskriet, heeft een invloed uitgeoefend die alleen vergelijkbaar is met die van de Bijbel en de Koran.

Albinia schroomt niet om een diepe duik te nemen in de Indiase historie, met haar ingewikkelde vermenging van cultuur, religie en letterkunde. Ze kent de Mahabharata op haar duimpje, en weet haar kennis op een lichte, haast frivole en behendige manier te verwerken.

Daarbij legt ze de regie in handen van Ganesh, de vrolijke hindoegod met de olifantenkop die volgens de legende de Mahabharata bij monde van de eigenlijke auteur Vyasa gedicteerd kreeg.

De vervlechting van verleden en heden, van een klassiek epos en een moderne roman, van India en de rest van de wereld, van oude tradities en actuele trends maken van 'Leela's boek' een complexe en gelaagde vertelling. Het ene verhaal vlijt zich neer op het andere, onderling ver verwijderde tijdperken schuiven in elkaar. Zo wordt dit familieverhaal een manifestatie van het hindoeïstische geloof in wedergeboorte en het altijd doordraaiende rad van de tijd. En dat alles met veel humor en zonder enige zwaarwichtigheid.

Luister even naar Ganesh: "Maar u, lieve Lezer, zult inmiddels wel hebben begrepen dat er voor de ontwikkeling van deze dierbare producten... meer dan één mensenleven nodig is. Karakters worden net als cultuur door de millennia heen geleidelijk aan gecultiveerd. Ze worden gevormd door reacties op die geschiedenis... De personages die ik aan het begin der tijden heb verzonnen, hebben hun levens geleefd, herleefd, en hebben zich een weg in en uit de geschiedenis gekronkeld tot in het heden, zich aanpassend, groeiend, rijpend. U heeft dit reeds aanschouwd bij mijn eerste en belangrijkste personage, die wondere dame Leela. O mijn Leela, mijn heldin, mijn muze... de glorieuze Leela, de lieftallige Leela, zo geurig als frangipane, amla, jacarnda."

Gedurende een hele reeks levens heeft Ganesh het doen en laten van Leela gevolgd, vanaf het moment dat hij haar schiep: "Leela, de mooie Leela, kwam op een ochtend tot mij in een waas van onontdekte alfabetten, terwijl ik op de berghelling lag te zweten... Ze rees volledig gevormd op uit de nevel van mijn onderbewustzijn met de diffuusheid van een zomerse schemering: naakt, zacht, pulserend van belofte, haar borsten even verrukkelijk als mango's na de moesson... Ik had een schoonheid gebaard. Zonder er met een woord over te reppen liet ik haar eenvoudig los in Vyasa's verhaal."

Maar van de ene incarnatie op de andere moest Ganesh telkens weer aanzien hoe ze door Vyasa werd geterroriseerd. Daarom heeft hij een plan bedacht om de gewetenloze Vyasa te ontmaskeren en zich, verliefd als hij altijd nog op haar was, op te werpen als beschermheer van Leela in haar huidige incarnatie van mooie en mysterieuze New Yorkse post-9/11-vrouw. Wanneer Leela en haar man terugkeren naar hun geboorteland India, wordt het kluwen van hun familiegeheimen beetje bij beetje ontrafeld.

Albinia wisselt in haar verteltoon tussen lichte spot en serieuze kritiek op de conventioneel-burgerlijke moraal, de conflicten tussen hindoes en moslims, de linkse intelligentia van Delhi, de nationalistische BJP-partij, en het racisme en de klassevooroordelen waarmee de Indiase samenleving is doorspekt.

Zo is Leela's zwager geobsedeerd door de wens dat er een gen zal worden ontdekt "waardoor ze hun afstamming zouden kunnen terugvoeren tot het 'Indo-Arische ras', dat duizenden jaren geleden de Veda's had gecomponeerd... bewijzen dat deze edele dragers van die Arische beschaving oorspronkelijk uit India stamden". Hij is diep ontsteld wanneer hij hoort dat zijn lievelingsdochter ervandoor is met een moslim, "de schande die dat betekende voor hem als vader, als man, als hindoe!".

Het bijzondere is dat juist een Engelse schrijfster al deze problemen op de agenda zet. De kwestie van de Britse kolonisatie van India en de nasleep daarvan komen niet aan bod.

Mogelijk is dat het gevolg van een aangeboren Britse blinde vlek.

In Nikita Lalwani's roman 'Het dorp' spelen de naweeën van het in 1948 geëindigde koloniale tijdperk evenmin een prominente rol. Toch lijkt de schrijfster zich er scherp bewust van te zijn dat de manier waarop we naar elkaar kijken, over elkaar praten en met elkaar omgaan doordrenkt is van macht en manipulatie. Haar personage Ray Bhullar, van Indiase afkomst maar gevestigd in Engeland, maakt deel uit van een BBC-ploeg die drie maanden verblijft in de plaats Ashwer om er een documentaire op te nemen. Ashwer is geen gewoon dorp, maar een open inrichting voor mensen die zijn veroordeeld voor moord of doodslag. Zij mogen daar alleen wonen als ze verantwoordelijkheid nemen voor hun gezin.

De film van Ray en haar twee collega's maakt deel uit van een serie over gevangenissen. Het is hun bedoeling om het dorp, waar de gevangenen kunnen komen en gaan zolang ze 's avonds voor half zeven terug zijn, neer te zetten als het ultieme voorbeeld van menswaardigheid. Kennelijk werkt de op vertrouwen gebaseerde penitentiaire aanpak, want in de twintig jaar dat men ermee werkt heeft slechts één gevangene geprobeerd te ontsnappen.

Het filmproject is Ray's eerste grote opdracht; ze wil 'dat het ethisch verantwoord en empathisch' wordt. Officieel is er overeengekomen "dat het team nooit bijzonderheden van de misdrijven van de gevangenen zou uitzenden, ter bescherming van de familieleden van de slachtoffers". Maar Ray gaat nog een stap verder: zij wil zelfs buiten beeld niets over hun misdrijven te weten komen. Haar motieven zijn oprecht, ze wil de inwoners van het dorp laten zien "als ménsen, en niet als cijfers of ideeën. Dat zij Indiaas was en dat het Britse publiek bij het zien van de film zou begrijpen wat het nu echt betekende om Indiaas te zijn. Hoeveel schoonheid, eerlijkheid, vertrouwen, waardigheid en inspiratie er in dat land te vinden was. Dat het meer vooruitziend was, dit project, dan alles wat je maar in het Westen kon vinden." Maar na verloop van tijd komt Ray, de enige Indiase in het team en ook de enige die het Hindi machtig is, erachter dat haar mooie voornemens naïef waren en dat ze zwaar gecompromitteerd gaat worden.

Op een even subtiele als vlijmscherpe manier weet Lalwani de haast onzichtbare tekens van oplopende spanning te registreren. Beetje bij beetje krijgt de filmploeg met allerlei onvoorziene obstakels te maken; eerst tussen Ray en haar collega's, daarna ook tussen het drietal en de dorpsbewoners. Ze mag dan misschien Indiaas zijn, de taal spreken en vegetariër zijn, is ze ook echt zo solidair met de gevangenen als ze geneigd is te denken? Hoeveel compromissen heeft ze al niet gesloten ter wille van professionele belangen en successen? Hoeveel is er nog over van haar vermeende menselijkheid? Ten slotte zal het verblijf in het dorp voor alle betrokkenen, filmers en gevangenen, een onverwachte en uiterst onaangename wending nemen, in de eerste plaats voor Ray, die gemangeld wordt tussen haar eigenbelang en haar morele waarden.

Terwijl Albinia in 'Leela's boek' een belangrijke plaats inruimt voor de oude Indiase verteltraditie, laat Lalwani zien dat er in het huidige verhalende genre een verschuiving plaatsvindt van de taal naar het beeld. Albinia biedt een weids panorama van de Indiase religieuze, politieke en culturele geschiedenis. Het door haar gekozen perspectief biedt ook volop mogelijkheden voor humor en ironie. In 'Het dorp' zoomt Lalwani scherp en doordringend in op een beperkte en kleinschalige gemeenschap, waarbinnen elk individueel verhaal bijdraagt aan het veelkleurige en veelkantige mozaïek van het maatschappelijk geheel. Haar roman raakt de kwestie van de ethische verantwoordelijkheid van de journalistiek in de kern, levert priemend commentaar bij het afwegen van schuld en onschuld, en prikt genadeloos door de broze illusie van het vertrouwen heen.

De Indiase literatuur mag zich gelukkig prijzen met deze twee schrijfsters.

Alice Albinia: Leela's boek (Leela's Book) Vertaald door Luud Dorresteyn. De Bezige Bij, Amsterdam; 429 blz. euro 29,90

Nikita Lalwani: Het dorp. (The Village) Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders. De Bezige Bij, Amsterdam; 271 blz. euro 19,90

De vrolijke olifantgod Ganesh volgt Leela tot in haar modernste incarnaties

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden