Omdat God van verhalen houdt

Waarom heeft God de mensen geschapen?'

Aan dit oude joodse gezegde ontleende Steve Zeitlin de titel voor zijn prachtige verzameling joodse verhalen: Because God loves stories. Ik vond het boek in een joodse boekhandel in New York waar ik graag mag rondneuzen.

Het boek bevat een keur van verhalen, korte en lange, van vóór de oorlog, van tijdens de Holocaust en van de jaren erna. Veel van die verhalen zijn (nog net op tijd) op de band opgenomen, vóór ze, mét de vertellers, zouden sterven.

Voorbeeld: ,,Ik had een oudtante, die door de tsaar naar Siberië werd verbannen omdat zij thuis de Sabbat vierde. Zij heeft zich toen als man vermomd, haar spulletjes op haar rug geladen, tot en met een aantal zeer zware koperen potten, ze liep dwars door Rusland en nam in Turkije een boot naar Amerika. Wij hebben die potten en onze kinderen hebben dit verhaal.''

Eén verhaal in dat boek maakte dat ik in het vliegtuig naar huis luid in de lach schoot, tot verbazing van de dommelende passagiers om mij heen. Ik kon het echt niet helpen. Een verhaal van Mathilde Friedmann.

Dit is een verhaal dat mijn grootvader Isaac vertelde, en ik wil het graag doorvertellen aan mijn kleinkinderen. Grootvader Isaac zei er altijd bij dat deze geschiedenis hem geleerd had dat je in het leven altijd zelf moet nadenken.

In de tijd dat dit verhaal speelt woonde grootvader Isaac in een huisje met een rieten dak in een klein stadje in Polen, samen met zijn ouders en met tante Fanny. Ze waren arm, dat spreekt eigenlijk vanzelf, maar ze hadden in ieder geval wel te eten. Voor Isaac was het alleen niet genoeg, hij was elf jaar oud, dus wat je noemt in de groei, en hij had altijd honger. Door de week aten ze altijd heel sober, maar op vrijdagavond, dan wist zijn moeder altijd iets bijzonders klaar te maken. Op de avond van de sabbat dat dit verhaal speelt was ze bezig een heerlijke bonensoep te bereiden met een mooi stuk vlees. De geur trok door het hele huis, Isaac werd er helemaal onrustig van. Hij moest de heilige boeken bestuderen, maar hij kon zijn aandacht er nauwelijks bijhouden, helemaal afgeleid als hij werd door de overheerlijke geuren die zijn neus in krinkelden.

Hij liet zijn boeken zijn boeken, liep naar buiten, probeerde wat steentjes in een emmer te gooien, tot hij opeens zijn moeder hoorde gillen. Hij rende het huis in en trof haar handenwringend bij het fornuis, de ogen ten hemel geheven en de Eeuwige om vergeving smekend. Tante Fanny stond er verslagen naast. Ze was bezig om rijst met melk te koken en moeder had per ongeluk de pollepel van tante Fanny gepakt om ermee in de bonensoep te roeren. Maar zuivel en vlees dienen in een kosjere keuken strikt te worden gescheiden.

Isaac brak het angstzweet uit. Hij wist dat zijn moeder een vrome, godvrezende vrouw was en hij was bang dat ze de bonensoep met vlees en al zou wegkieperen. Hij smeekte haar om rustig te gaan zitten en geen overhaaste beslissing te nemen. Hij zou wel naar de rebbe gaan om te vragen wat hun nu te doen stond.

Hoewel Isaac niet een van de snelsten was legde hij de drie kilometer naar het huis van de rebbe in recordtijd af en geheel buiten adem vertelde hij de vrouw van de rebbe wat er gebeurd was. Die luisterde aandachtig en zei vervolgens dat dit toch echt iets was om aan de rebbe zelf te vragen, hier durfde zij op eigen houtje geen beslissing in te nemen. Isaac moest maar wachten tot de rebbe thuiskwam.

Het leek wel uren te duren voordat de rebbe eindelijk kwam opdagen en Isaac vertelde andermaal zijn verhaal. De rebbe stelde een aantal vragen. Welke kant de lepel uitwees, bijvoorbeeld. En hoe laat het precies gebeurde. En of de melk in een pot zat of in een pannetje. Vragen, zo kwam het mijn grootvader voor - hoewel hij nog maar elf jaar oud was - die helemaal van de gekke waren en volstrekt niet ter zake. Hij brandde van ongeduld maar gaf zo beleefd en netjes mogelijk op alle vragen antwoord, pet in de hand.

Tenslotte vroeg de rebbe hoe oud hij was. Elf jaar, zei hij. De rebbe zei dat hij hem wel erg jong vond om zo'n gewichtige zaak mee te bespreken. ,,Zeg tegen je moeder dat zij mij zelf in dezen komt raadplegen.''

Isaac kwam thuis, half dood van het rennen en van angst over wat er zou kunnen gebeuren. ,,En?, vroeg moeder, wat zei de rebbe?''

De rebbe zei: ,,Pollepel weggooien, soep opeten.''

Zo jong als hij was, had mijn grootvader voor het eerst van zijn leven bedacht dat regels soms moeten worden overtreden en dat je daarbij rustig op je eigen kompas kunt varen.

Een andere keer vertel ik u nog een verhaal uit dit boek. Voor nu eindig ik met een uitspraak van Elie Wiesel, waar ook het boek mee besluit:

Wat blijft er over van een verhaal, wanneer het is afgelopen?

Een nieuw verhaal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden