Ombudsman voor homo’s

Harvey Milk is een icoon van de Amerikaanse homogemeenschap. In 1977 lukte hem gekozen te worden in de gemeenteraad van San Francisco. Een jaar later werd hij vermoord. Zijn strijd voor gelijke rechten voor homo’s is nu verfilmd.

Op de dag dat Barack Obama tot president werd verkozen, kreeg de homogemeenschap in Californië een gevoelige tik te verwerken: met een krappe meerderheid keerden de kiezers in deze staat zich tegen het same-sex marriage, het huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht. De uitslag van het referendum was toe te schrijven aan een effectieve lobby van de evangelicals, orthodoxe christenen die van het homohuwelijk niets moeten weten.

Maar toen amper drie weken later de film ’Milk’ in première ging, veerden de homo’s weer op: die film vertelt het verhaal van Harvey Milk, dertig jaar geleden gemeenteraadslid van San Francisco en een van de eerste homo’s in een publieke functie die voor hun geaardheid uitkwamen. Hij liet zien dat de zware en langdurige strijd voor gelijke rechten uiteindelijk loont: er zijn altijd tegenslagen, de klok wordt soms wel eens jaren teruggezet, er gaat wel eens een slag verloren, maar op den duur zullen wij homo’s zegevieren, dat was zijn credo.

Tijdens de publiekspremière in het prachtige Castro-theater, midden in de homowijk van San Francisco, waren de 1500 bezoekers uitgelaten en strijdbaar. Op de momenten dat Harvey Milk – gespeeld door Sean Penn – een homofobe tegenstander met een rake opmerking in de hoek zette, klonk er klaterend applaus in de bioscoopzaal, elke homovijandige uitlating werd op luid boegeroep onthaald. Harvey Milk heeft ons laten zien hoe we strijd moeten voeren, zei een spreker vlak voordat de film begon. En er valt nog veel te doen: elk jaar vallen er in de Verenigde Staten doden als gevolg van geweld jegens homo’s.

Harvey Milk is in Amerika een legendarische figuur – hij staat in de helden-top 100 van het weekblad Time. Hij is een icoon van de homogemeenschap, een voorbeeld voor veel activisten. En ook een martelaar – daarover later.

Milk werd geboren in New York in een Joods gezin – zijn grootouders waren immigranten uit Litouwen. Als tiener wist hij dat hij homo was, maar hield dat voor zijn omgeving verborgen. Hij had veel stormachtige, maar heimelijke affaires met mannen en jongens, en kreeg rond z’n veertigste genoeg van het stiekeme gedoe. Hij kwam uit de kast en belandde via omzwervingen in San Francisco. Die stad had de reputatie liberaal te zijn jegens homo’s, maar toch ondervond Milk er als persoon en als winkelier (hij was een fotowinkel begonnen) veel discriminatie. Hij dook het politieke en actieleven in. Tot vier keer toe probeerde hij lid te worden van de gemeenteraad. Dat deed hij aanvankelijk via ’gewone’ campagnes met traditionele beloftes als lagere huren en meer politie op straat. Drie keer verloor hij. De vierde keer, in het najaar van 1977, trad hij nadrukkelijk naar voren als homoactivist en beloofde hij op te zullen komen voor de rechten van de homoseksuelen in de stad. Toen had hij wél succes, tot verbijstering van iedereen want vrijwel niemand dacht dat een kandidaat op een homoticket een kans zou maken.

Milk werd één van de elf leden van de Board of Supervisors, wat te vergelijken is met een Nederlandse gemeenteraad. Met dit verschil dat in San Francisco elk lid een bepaalde wijk vertegenwoordigt: Harvey Milk werd gekozen door inwoners van de wijk Castro, rond de gelijknamige straat en bioscoop in het centrum van de homogemeenschap. Zijn bijnaam luidde dan ook: ’de burgemeester van Castrostraat’ – wat later ook de titel zou worden van een prachtige biografie.

Milk legde als gemeenteraadslid een onvoorstelbare daadkracht aan de dag. Geen demonstratie of hij was er bij en voerde het woord. Decennia voordat Obama op het politieke toneel verscheen, gebruikte Milk het woord ’hoop’ al om z’n achterban een hart onder de riem te steken. Hij groeide uit tot een soort ombudsman voor homo’s en andere verdrukten, had voor iedereen tijd en aandacht. En hij lanceerde het ene na het andere voorstel om de rechtspositie van de LGBT-gemeenschap (Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender) te verbeteren, of om te voorkomen dat die zou verslechteren.

Dat laatste dreigde te gebeuren met het voorstel om homo’s niet langer voor de klas te laten staan. Dit omstreden initiatief (’Proposition 6’ geheten) had de volle steun van de toentertijd uiterst populaire zangeres Anita Bryant die met zwaar discriminerende opmerkingen actie voerde om de klassen homovrij te krijgen. Harvey Milk, die het voorstel te vuur en te zwaard bestreed, kreeg uit onverwachte hoek steun: Ronald Reagan, oud-gouverneur van Californië die later president zou worden, liet via een opiniestuk in een krant weten dat zijns inziens homoseksualiteit geen ziekte is en dat – anders dan Bryant en de haren zeiden – van homoleraren geen enkel gevaar uitgaat. Tijdens de felle campagne ondervond Milk veel weerstand en kreeg hij ook doodsbedreigingen, die hij trouwens al eerder had ontvangen: hij had kort na zijn verkiezing tot gemeenteraadslid zijn testament opgenomen op een cassettebandje dat alleen afgespeeld mocht worden ’in het geval ik vermoord word’.

Op 7 november 1978 beleefde Milk een van de gelukkigste momenten van zijn leven. Het voorstel om homo’s van openbare scholen te weren werd met ruime meerderheid verworpen.

Nog geen drie weken later was hij dood. In de ochtend van 27 november werd in zijn kamer op het stadhuis van San Francisco burgemeester George Moscone vermoord. Hij kreeg een paar kogels in de borst en vervolgens, toen hij in elkaar was gezakt, twee gerichte schoten in de rechterkant van zijn hoofd. De man stierf ter plekke.

Een paar minuten later onderging Harvey Milk hetzelfde lot waaraan hij in doodsangst nog probeerde te ontkomen. Hij strekte zijn arm uit naar de schutter om de kogels af te weren en schreeuwde: ’Oh no. N...’. Maar ook hij werd met twee schoten in het hoofd gedood.

De dader vluchtte het stadhuis uit, maar zijn identiteit stond onomstotelijk vast: Dan White was de naam, gewezen brandweerman en marinier, en ex-collega van Milk. Personeel van het stadhuis had hem door de gangen zien lopen en hem ruzie horen maken met de burgemeester. White was via een handigheidje de City Hall binnengekomen: hij had onlangs ontslag genomen uit de gemeenteraad en had geen toegangspasje meer. Maar hij had spijt van zijn beslissing gekregen. Helaas voor hem wilde noch de burgemeester, noch Harvey Milk bewerkstelligen dat hij zijn functie terugkreeg. Hij was daar woedend en diep gekwetst over, en wilde verhaal halen. Nog dezelfde dag hield de politie hem aan.

De 32-jarige White werd tot grote verontwaardiging van velen niet wegens moord, maar wegens doodslag veroordeeld. Hij zou tijdens zijn daad niet volledig toerekeningsvatbaar zijn geweest want hij leed als gevolg van zijn verslaving aan junkfood aan een depressie. De man kreeg acht jaar. Dat vonnis leidde tot hevige rellen in San Francisco. De demonstranten vonden dat White, een homomoordenaar in hun ogen, er wel heel makkelijk vanaf kwam.

Veel is er gespeculeerd over de motieven van Dan White. Was het blinde homohaat? Hij had vaak woordenwisselingen met Milk, maar de twee konden al met al redelijk met elkaar opschieten. Was het motief dan toch de woede over de verloren raadszetel? Of was White inderdaad zwaar ziek? De film laat de vragen in het midden.

Zelf kan de man geen toelichting meer geven. Kort na zijn vervroegde vrijlating pleegde White in de garage van zijn huis in San Francisco zelfmoord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden