Oman combineert islam met moderne staat

Critici zeggen dat het onmogelijk is. Maar Oman laat zien dat een islamitische staat kan uitgroeien tot een volwaardige democratie. Daar kan ook Nederland van leren.

Met een moderne snelweg die als een rivier door een landschap van groene dadelpalmen, clusters witte huizen, moskeeën en gebouwen in Arabische stijl meandert, met soms adembenemende vergezichten op grimmig naakte rotspartijen, steile bergen en het blauw van de Indische Oceaan, is de autorit van het vliegveld Seeb naar het zuidelijker gelegen Muscat een reis door een oosters sprookjesparadijs, dat in de fraai aangelegde stad zelf nog aan kracht wint.

Maar één blik op de thermometer in de airconditioned auto leert dat het buiten dik 42 graden is en daarmee staan we nog maar aan het begin van het lange zomerseizoen. Het sprookjesparadijs blijkt in dit gortdroge en hete klimaat alleen maar te kunnen bestaan dankzij kunstmatige hulpbronnen en menselijke inspanning.

Sinds de vondst van olie aan het einde van de jaren zestig heeft Oman echter een ontzagwekkende economische groei doorgemaakt. Net als in Nederland in de opbouwjaren wordt deze groei gretig opgepakt door een aanstormende babyboomgeneratie. Deze generatie zorgt ervoor dat de stemming in Oman heel wat optimistischer is dan in Nederland.

Nederland heeft zijn grootste groei gehad en kampt met vergrijzing, de soms moeizame integratie van bevolkingsgroepen en onzekerheden als gevolg van verder gaande internationalisering. Hoe kunnen we houden wat we hebben, lijkt de vraag.

In Oman is de blik meer naar buiten gericht. Het ligt op een steenworp van India, onderhoudt uitstekende betrekkingen met China en heeft van oudsher banden met Europa. Sultan Kaboes staat inmiddels aan het hoofd van een land dat zich een rechtsstaat mag noemen met een Grondwet, nauwkeurig uitgewerkte wetten, een parlement en een buitenlandse politiek waarvoor hij in 1998 door de Verenigde Naties met de vredesprijs werd geëerd.

Vraag is of dit gewicht in de schaal legt om de groei erin te houden en een van oudsher traditionele, islamitische samenleving te combineren met het moderne levensgevoel, democratie en mensenrechten. De autoriteiten denken van wel. Er is voorlopig olie en gas genoeg om de economie aan de praat te houden. Het lukt om nieuwe, niet aan olie gerelateerde, economische activiteiten te ontwikkelen. Er is vooralsnog ruim emplooi voor de aanstormende generatie. En ministens zo belangrijk: de Omanieten zijn ervan overtuigd dat moderniteit, mensenrechten en democratie heel goed samengaan met hun traditie, hun praktische inzicht, hun koopmansgeest en niet te vergeten hun geloof.

Zoals sultan Kaboes onlangs in een interview met de hoofdredacteur van het Koeweitse dagblad Al Siyasi stelde: het gaat in de eerste plaats om de binnenkant. Die moet in orde zijn, want een land dat alleen zijn kaarten zet op welvaart en materie is gedoemd ten onder te gaan.

De sultan: „Landen zonder spiritualiteit zijn lege naties. Daarom is tijdens de opbouw van een staat het spirituele aspect van doorslaggevende betekenis. Dat creëert coherentie en consistentie, tolerantie, veiligheid en goed gedrag. Landen zonder spiritualiteit zijn de een na de ander weggevaagd. Kijk maar naar de communistische landen. Die hadden wel een ideologie, maar die ontleende haar kracht aan het materialisme. Daarmee veranderde de mens in een genadeloze machine.’’

Zijn uitspraak lijkt op gespannen voet te staan met de oogverblindende welvaart die alom te bewonderen valt, in chique winkelparadijzen, modehuizen en luxe vakantiebestemmingen.

Nochtans is sjeik Abdullah al Salmi ervan overtuigd dat religie en de islam in Oman van wezenlijke betekenis zijn en blijven. Hij is adviseur van de minister van religieuze zaken, zoals we bij ons vroeger een minister van eredienst hadden. De spiritualiteit is springlevend onder jongeren, verzekert hij. Er is in Oman een populaire jongerenzender waar stevig gediscussieerd wordt over zaken die hen bezighouden, zoals het Palestijnse conflict, het extremisme en radicalisme in de islam, maar ook over omgangsvormen tussen meisjes en jongens, muziek en cultuur. Abdullah mengt zich graag in die discussies.

Hoezo, scheiding van kerk en staat? Simpel, zegt hij, een dergelijk scheiding is in Oman niet nodig. Er bestaat een grondwettelijk vastgelegde vrijheid van godsdienst, de sultan heeft een katholieke kerk zelfs een kerkorgel cadeau gedaan. Maar de burgers zouden het niet begrijpen als de overheid de islam aan zijn lot overlaat. Die godsdienst is van belang voor de samenhang. En omdat Oman een lange traditie kent om met minderheden om te gaan, zowel binnen de islam als daarbuiten, is die overheidsbemoeienis geen probleem.

Crux van de zaak is natuurlijk of zo’n bemoeienis ook samengaat met mensenrechten, en in het algemeen de vrijheden die men in het Westen gewend is. Dan valt op dat Oman een zware wissel trekt op het principe ’eenheid in verscheidenheid’. Er is vrijheid van meningsuiting; een vrije en onafhankelijke pers, op basis van particulier initiatief en vrij van censuur. Er zijn ultramoderne radio- en televisiestudio’s. Maar bezien door westerse ogen komt het braaf en ingetogen over. Er gaat geen dag voorbij of de sultan prijkt in de krant, of is op televisie, maar van kritische verslaggeving is nauwelijks sprake. Men houdt zich strikt aan de formele feiten. Dat zou je serviele journalistiek kunnen noemen. Maar anderzijds, wat moet een journalist anders in een samenleving waarin geen vakbonden of politieke partijen bestaan, fractievorming in het parlement ongekend is en iedere discussie geplaatst wordt in de context van de mystieke, organische eenheid die Oman geacht wordt te vertegenwoordigen?

Voorzover er al fracties en de daaruit voortvloeiende verschillen van opvatting bestaan, moeten die vooral gezocht worden tussen de verschillende familieclans. Maar die verschillen zijn vaak een bron van onrust en rivaliteit in de Arabische wereld. In Oman is men er juist trots dat zij die verschillen met de opbouw van hun staat zoveel mogelijk hebben kunnen dempen. Zoals de voorzitter van het parlement, de Majlis a’Shura, sjeik Ahmed al Isa’ee, laconiek opmerkt: laten we eerst maar eens beschaafd discussiëren over zaken die van algemeen belang zijn, dan komt de rest vanzelf wel. Dat het de kant uitgaat van een volwaardige parlementaire democratie, daarvan is hij overtuigd. Er is nu al algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen. Dat heeft bij de laatste ronde helaas geen gekozen vrouwelijke vertegenwoordigers opgeleverd. Maar dat gaat wel gebeuren, denkt hij.

Er zijn nu al vier vrouwelijke ministers. Vrouwen bekleden ook hoge posities op de departementen, in de magistratuur en in het bedrijfsleven. Het parlement zal meer zeggenschap krijgen. Nu al is er veel belangstelling voor de rechtstreeks op televisie uitgezonden beraadslagingen en waagt geen minister het weg te blijven als het parlement hem of haar ter verantwoording roept. Meer bevoegdheden zijn daarvan het logische vervolg, aldus sjeik Ahmed.

Dat het die kant uitgaat, staat ook vast voor de minister van hoger onderwijs, dr. Rawiyah bint Saud al Busaidiyah. Zij zag zich zelfs genoodzaakt op de universiteit de toestroom van vrouwelijke studenten in sommige vakgebieden af te remmen ten gunste van de mannelijke. Die zouden anders te ver buiten de boot vallen, doordat zij tijdens de vooropleiding over de hele linie lager scoren dan de zoveel ambitieuzere en plichtsgetrouwe vrouwen. Desondanks studeren er nog altijd meer vrouwen dan mannen. Bovendien neemt het aantal studenten dat een hogere opleiding volgt van jaar op jaar toe. De teller staat op 19 procent, de minister verwacht 30 of 40 procent, of zelfs meer.

Het is een spectaculaire vooruitgang. Toch omschrijft de fractievoorzitter van de Partij Voor de Vrijheid, Geert Wilders, Oman als ’een barbaars land met een dictatoriaal regime’. Met die woorden wees hij de gift af van de sultan die de universiteit van Leiden een leerstoel islamologie had aangeboden, om de bestaande expertise van deze universiteit op dit terrein een nieuwe impuls te geven. Net als de sultan vindt Wilders de eigen cultuur en identiteit belangrijk, maar dat die in Oman islamitisch is, vindt hij onaanvaardbaar. De islam is volgens hem een fascistische ideologie, die uit is op de onderwerping van de rest van de wereld.

Met zo’n visie is Oman hooguit een entiteit om goed in de gaten te houden. De vraag is of dat verstandig is. Oman speelt een belangrijke rol in de raad van Golfstaten, de GCC, een soort Europese Unie in opkomst, die over de grootste oliebronnen van de wereld beschikt. Die GCC, waar ook Saoedi-Arabië bij hoort, wil graag een vrijhandelsverdrag met Europa (met Rotterdam als toegangspoort), maar daar is het nog altijd niet van gekomen. Daarvoor is de afstand tussen Europa de Arabische wereld te groot en het helpt niet erg die wereld consequent als achterlijk en levensgevaarlijk af te schilderen. De GCC zou daarom de blik meer kunnen richten op het opkomende en tevens naburige India en China.

Afgezien daarvan is het in het geval van Oman ook niet terecht. Het is waar, de Omaniet hecht aan zijn traditie, dat is gemakkelijk terug te zien in het straatbeeld. Mannen en vrouwen gaan traditioneel gekleed, tenminste op straat en op het werk. Anders dan Doebai, Bahrein, Aboe Dhabi of Koeweit, wordt er in Arabische stijl gebouwd: prachtige witte laagbouw en imponerende moskeeën waarvan de Sultan Kaboes-moskee in de hoofdstad Muscat de grootste is en vanwege zijn sprookjesachtige allure nu al een toeristische trekpleister van belang.

Iedere Omaniet zweert ook bij zijn familieclan, en net als destijds Hirsi Ali zijn ze allemaal in staat hun stamboom op te dreunen tot in het vierde en vijfde geslacht. Dat betekent soms twee bruiloften op een dag, talloze geboortefeestjes en begrafenissen. Maar het betekent ook zekerheid en geborgenheid. De Omanieten zijn er voorts van overtuigd dat hun islam, de Ibadi-stroming, inspireert tot een vreedzame samenleving, waarin democratie en mensenrechten vanzelfsprekend zijn. Ze zijn beducht dat het zonder religie een janboel wordt.

De vraag is: wat is daar mis mee? Wij kijken misschien wat vreemd aan tegen traditie en religie, maar vergeten dat die waarden in het overgrote deel van de wereld vanzelfsprekend zijn. Europa is de uitzondering. Misschien is dat wel de reden dat we druk doende zijn onze identiteit en cultuur te herontdekken. In ieder geval is het de moeite waard te bezien of het Oman wel lukt zijn vanzelfsprekende cultuur, identiteit en religie te combineren met moderniteit en welvaart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden