'Om u te behagen zal ik zingen'

UTRECHT - Het concert waar zondagavond het dertiende Festival Oude Muziek mee werd afgesloten, kan zonder moeite herhaald worden als opening van het volgende oude-muziekfeest. Dan is de menselijke stem uitverkoren als festivalinstrument. Maar wat anders glorieerde er zondagavond voor een uitverkocht Muziekcentrum Vredenburg dan juist die stem?

Het waren negen uitstekende, jonge vocalisten die welluidende guirlandes spanden tussen de betonnen wanden van de grote zaal. Het onderwerp van hun optreden betrof weliswaar de Franse barok, een van de thema's van het afgelopen muziekfeest, maar het waren de stemmen uit het ensemble Les arts florissants die de oren plezierden met goed geplaatste klanken en stijlgetrouwe expressie.

Bovendien gingen beide eenacters over de kunst en de kracht van de menselijke stem. 'Om u te behagen zal ik zingen', zo zong op minzame wijze de allegorische figuur Muziek in het lichtvoetig diverterende 'Les plaisirs de Versailles', waarna in het fijnzinnig emotionele 'La Descente d'Orphée aux enfers' (beide van Marc-Antoine Charpentier) Orpheus met roerende stem de starre god van de onderwereld tot toegeeflijkheid dwong om zijn Euridice terug te geven. Tja, die menselijke stem vermag wat! En de volle zaal zuchtte mee en bejubelde het zangerscollectief van Les arts florissants.

Als een bom

Precies tien jaar geleden was dit ensemble voor het eerst te gast op het Festival Oude Muziek. Het optreden met onder meer 'Actéon' en ook 'La descente d'Orphée aux enfers' sloeg in als een bom. Niemand van de zangers en instrumentalisten van toen, was er nu weer bij. De groep verandert voortdurend van samenstelling; alleen leider William Christie is nog steeds dezelfde.

Het ensemble blijft ondanks alle wisselingen die unieke klank en kwaliteit behouden, waarvoor het een terechte wereldwijde roem heeft verworven. Christie heeft een fantastisch oor voor nieuwe zangers, die allen voldoen aan zijn klankideaal.

Uit het hoofd zingend acteerden de zangers hun rollen op bescheiden doch overtuigende wijze. Prachtig was het tableau vivant waarin een zangeres, bevallig op de grond gezeten, de muziek ophield voor twee gamba-spelers die Orpheus' muziek expressief begeleidden. Die Orpheus werd gezongen door tenor François Piolino, een prachtige, krachtige zanger, die zeer overtuigend zijn kop- en borstregisters wist te mengen voor een waaier aan kleurnuances. Terecht dat de (van nature) nors kijkende boomlange bas Fernand Bernardi als Pluto zwichtte. Christie dirigeerde/begeleidde onopvallend dit stemgewemel vanachter klavecimbel en orgel, bijgestaan door een exquis gezelschap van strijkers en blazers.

De stem, dat is eveneens de spreekstem. Ook daarmee liep het dertiende festival op het veertiende vooruit met twee melodrama's die in de Stadsschouwburg het festival mede afrondden. In melodrama gaan instrumentale muziek en gesproken tekst een huwelijk aan, een soort gesproken opera, een experiment uit de achttiende eeuw. In hedendaagse termen: vernieuwend, grensverleggend theater.

Er was nòg iets nieuws aan: voor de aankleding koos men èchte klassieke kostuums, gekopieerd van antieke afbeeldingen die, door de opgravingen in Italië en Griekenland, grote belangstelling trokken. Wat het gezelschap Opéra-Ballet Atlantique in de Utrechtse Schouwburg aan kleurrijke kleding en bordkartonnen rotsen en paleizen op het toneel zette, oogde echter meer barok, en in onze ogen hopeloos gedateerd.

De acteurs gaven zich grote moeite om met achttiende-eeuwse gebaren de emoties uit te beelden van Theseus die Ariadne op Naxos achterlaat, en van Medea die haar kinderen doodt om haar ex-man, Jason, te treffen. Waar het om gaat in deze eenacters zijn de wisselende emoties van liefde, haat, vertwijfeling.

Die treffend uit te beelden, was het hoogste doel. Maar het oog bleek voor de oude bewegingskunst (die raakvlakken met ballet toonde) en de pathetisch aandoende tekstvoordracht (in het Frans) toch minder tolerant dan het oor voor de muzikale begeleiding daarvan.

De smachtende armbewegingen, de heftige draaiingen van romp en hoofd, de handstanden, het werkte een enkele maal op de lachspieren. Die werden echter in toom gehouden door de emoties in de muziek van Georg Benda, gewaardeerde tijdgenoot van Mozart, die melodrama ontwikkelde aan het hertogelijke hof van Gotha. Het orkest Musica aeterna - een mix van Tsjechische strijkers en Franse blazers- speelde beide composities levendig onder leiding van Christophe Rousset (hier bekend van de Monteverdi 'Poppea' bij de Nederlandse Opera).

Dufay en Purcell

Het dertiende festival zat overvol met de menselijke stem door de werken van Orlando di Lasso. Volgend jaar biedt Utrecht een andere grootheid uit de polyfonie: Guillaume Dufay (1400-1474). Als jubilaris doet Henry Purcell mee, in 1995 driehonderd jaar dood, ook goed voor een vracht aan vocale juwelen.

Met de madrigaalkomedie hoopt het festival de dunne draad van theater door te trekken, maar dat brengt vele financiële perikelen met zich mee. “Geënsceneerd muziektheater, dat staat als nummer een op ons verlanglijstje, maar dan moet er intussen wel een fors bedrag uit de hemel vallen”, zo verzuchtte festivalsecretaris Frans de Ruiter.

Het Festival wil de band met eigentijdse muziek uitbreiden. Dit jaar was er een spannende combinatie aangekondigd van liederen van Hadewich met een wereldpremière van de Engelse componist Charlie Morrow over het gebedenboek van Cahtarina van Cleve, speciaal voor de Camerata trajectina. Notabene dit concert werd geschrapt wegens subsidieproblemen! En dan denkt De Ruiter zelfs aan “dwarsverbanden met theater, dans, beeldende kunst en literatuur”. De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens, doch welke Orpheus zal daar zingend in afdalen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden