Om toneel te maken moet je een heel gezonde spijsvertering hebben.

’Lastig. Lastig. Omdat ik het stuk vanuit mijn verbeelding heb geschreven en nu moet afwachten hoe anderen met mijn zieleroerselen aan de loop gaan.”

Voor Frans Strijards (1952) is het uitzonderlijk dat een nieuw toneelstuk van zijn hand door een ander wordt geregisseerd. Vijftien jaar geleden, is ’De overwinnaars’ door Han Römer geregisseerd bij Het Vervolg. Nu wordt ’Breekbaar’, geschreven op verzoek van Het Zuidelijk Toneel, geënsceneerd door artistiek leider Matthijs Rümke, en jeugdkomedie ’Stemmen’ door Josee Hussaarts bij Kwatta.

Verder heeft Strijards al zijn stukken zelf als eerste geregisseerd: „Het was eerst wel de bedoeling dat ik ’Breekbaar’ zou regisseren, maar Matthijs Rümke wilde toch graag zelf de grote zaal-regie doen. Niettemin, ik heb er alle vertrouwen in. De voorstellingen die ik van Matthijs heb gezien, behoorden tot de betere van het afgelopen seizoen.”

„Ik heb nog niets gezien, ben niet bij repetities geweest. Ik wacht tot ze mij uitnodigen, want ik weet dat men zenuwachtig wordt als ik erbij kom zitten. Dat snap ik wel. Ik ben en blijf ook regisseur, en dan kom je bij problemen of aarzelingen algauw met een weerwoord of een oplossing. Bij het schrijven had ik natuurlijk beelden in mijn hoofd hoe het eruit zou kunnen gaan zien, maar ik leg de lat dan voor mijzelf zo hoog, dat de tekst nog veel problemen bevatte die ik als regisseur zou moeten oplossen. Met mijn temperament en instelling wil je toch een klassieke tekst schrijven, eentje die over twintig jaar ook nog uitdaagt en zeggingskracht heeft. Dan ontwikkel je een schriftuur met stappen die je nog niet eerder gemaakt hebt.”

„Uitgangspunt zijn de onderlinge bewegingen. Het heeft geen plot, wel een thema. Zoals destijds bij ’Het syndroom van Stendhal’ (1989) observatie de motor was.”

In een persbericht citeert Het Zuidelijk Toneel Strijards: „’Breekbaar’ gaat vooral over wat ouder worden met je doet en hoe je omgaat met twijfel.” In het stuk probeert docente Magda een nieuwe acteursgeneratie op te leiden. Maar die neemt steeds meer de vrijheid om eigen talenten te ontplooien. Wat tot heftige emoties en absurde discussies leidt.

„De kloof tussen mensen die ik lesgeef,” zegt Strijards, „en mijzelf wordt steeds groter. Dat is soms aardig en soms eenzaam. De ethiek van de opleidingen is geheel veranderd. Nu zegt een leerling doodleuk, dat ’ie niet op school komt vanwege een aantal draaidagen voor een tv-serie of film. Het wordt meegedeeld, niet eens meer gevraagd! Met een paar actrices, die nu in ’Breekbaar’ spelen en die ik twaalf jaar geleden lesgaf, had ik een vriendschappelijke omgang. Van de mensen van nu weet ik minder.”

„Destijds gingen we heel intensief met elkaar om. We hadden in Arnhem bijvoorbeeld het Saskiatheater, waarin we ons weken met een project konden terugtrekken. Dat bestaat niet meer. Die generatie had heel soepel het tableau de la troupe van Art & Pro kunnen verjongen.”

„Je moet de lat hoog leggen om veelzijdigheid te ontwikkelen, in de verwachting dat acteurs die na hun opleiding gaan kweken. Kunnen ze zingen, dansen, hebben ze notie van mise-en-scène? Dat leren ze niet op de toneelschool. Daar moet aan gewerkt worden, dan gaat het niveau omhoog.”

„Zulke workshops gaf ik al in de tijd van Art & Pro. Ik heb later nog heel wat pogingen ondernomen om daar mee door te gaan, maar die ambitie is er niet, niet bij andere gezelschappen, niet bij de overheid, niet bij leerlingen. Velen kiezen voor de makkelijke weg, het snelle geld, en gaan na hun opleiding in soaps spelen.”

„Als theatermaker en acteur moet je je horizon juist verbreden. Ik interesseer me voor show, voor de elementen ervan. Ik had grote bewondering voor Sammy Davis jr., die alles kon. Zingen, dansen, improviseren, dingen 180 graden draaien. Maar ik ben ook in musical geïnteresseerd –om een stijl van muziekmaken die ik niet kende– of in het medium opera –om wat een stem kan– zonder dat ik nu per se een opera wil regisseren. Het gaat om de leerzame aspecten. Het moet in je kleurdoos zitten hoe een theatervorm als vaudeville eruitziet.”

„Om toneel te maken moet je een heel gezonde spijsvertering hebben, anders raak je in paniek. Het duurt tien jaar voor je kunt regisseren en weet wanneer bewapening tegen emoties van acteurs zinvol is en wanneer die de omgang juist hindert. Wat ik jammer vind is het besef dat het niet meer vanzelf spreekt dat je je leerlingen zelf zult regisseren. In ’Jan’ zit wel een leerling van mij, uit Maastricht, en dat is boven verwachting gegaan. Een heel fysieke voorstelling, een reflectie van de vraag ’wat is toneel’, die en passant zelfs Afghanistan aanroert.”

„’Stemmen’ is een soort spiegelbeeld van ’Breekbaar’, voor de jeugd, vanochtend voor het eerst met kinderen erbij gespeeld. Heel boeiend te zien hoe zij reageren. Ze kijken buitengewoon goed en geconcentreerd, zien details en doen mee met bepaalde bewegingen op het toneel. Dat is hun engagement. Ik wil graag meer voor kinderen gaan schrijven, maar dan meer uitgaand van geschiedenis en politiek. Ik ben nu eenmaal geen sprookjesschrijver. Mijn werk moet angels hebben in de realiteit en actualiteit.”

„Het is wel ironisch. In de Art & Pro-periode was ik regisseur van het ensemble en van mijn eigen leven. Nu speelt de afhankelijkheidsfactor een rol en is er opeens een opeenhoping van activiteiten die aan die tijd doet denken. Daar gaat de adrenaline wel van stromen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden