Om thuis te komen

Godfried Bomans verrijkte onze taal met enkele gevleugelde uitspraken. Eén ervan wekte nogal wat beroering: 'Men gaat op reis om thuis te komen'. Het was niet de relativering van het bezige gedoe rond vakanties, die bij sommigen ergernis wekte. Neen, men stoorde zich aan het feit dat Bomans het zich kon veroorloven om te reizen en er daarbij hautain op afgaf. “Luxe-kritiek”, luidde het oordeel over Bomans' bon mot.

Natuurlijk zit daar wel wat in, want lang niet iedereen is in staat - fysiek, financieel, emotioneel - om op reis te gaan. Toch doet de kritiek geen recht aan een wat fundamenteler uitleg van Bomans' woorden.

Of je nu gaat picknicken in het Vondelpark of op reis naar Thailand - de vraag bij de voorbereiding is in wezen gelijk: wat is ballast, wat bagage? De reiziger maakt de balans op. Wat neem ik mee, wat laat ik achter? Wie dat niet afweegt, torst teveel mee, of te weinig. Op de rug, achterop de fiets, op de imperiaal, in de hutkoffer voor de wereldreis.

Vertrekken - nogmaals: voor een middag of voor een maand - is loslaten. “Trek weg uit uw land, laat je stam, je familie los,” sprak de Eeuwige al tot Abraham. Voor de pelgrim staan er nog een paar woorden bij: “ga naar het land dat Ik u wijzen zal”.

Dat is het verschil tussen de reiziger anno nu en de pelgrim van alle eeuwen: de reiziger van nu gaat op reis om thuis te komen.

Toch kon dit onderscheid wel eens minder groot zijn dan op het eerste gezicht lijkt. Reizen kan immers zijn: op weg gaan naar een ander land, een andere plek om wortel te schieten. Dat hoeft geen plaats ver weg te zijn, maar ook nieuw eigen land: een reis (naar Huis te Vraag of Kaap de Goede Hoop) kan nieuw perspectief bieden op eigen doen en laten. Maar daarvoor moet de reiziger wel een essentiele stap nemen: afscheid nemen. Wie zijn hele hebben en houen in de achterbak van de auto kwakt (met een mud Hollandse aardappels), neemt geen afscheid. Degene die gaat is dan degene die weerkeert.

Reizen zit christenen in het bloed. Kijk maar naar Paulus, wiens reisbrieven vereeuwigd zijn in wat wij het Nieuwe Testament noemen. De reis en het op weg gaan vormen al in de vroegste tradities van het christendom een vertrouwd beeld.

Jezus' levensverhaal is als een reisverhaal te lezen, Hij sprak over de (door de populaire prent anno 1875 in Nederland 'geannexeerde') brede en smalle weg en identificeerde zichzelf met de Weg, als een bede: Maak mij, Eeuwige, met uw wegen vertrouwd.

In de prilste dagen van het christendom was 'christen' als beschrijving van Jezus' navolgers nog niet in zwang, maar werden ze 'mensen van de weg' genoemd.

Reizigers door het Noord-Spaanse, onherbergzame gebied op weg naar Compostela, op de route van de pelgrimsweg, doorkruisen de Meseta, een woestijnachtige omgeving. Een pelgrim verwoordde de slopende ervaring van de voettocht er doorheen bijna mediterend: “Met iedere stap laten we een deel van onze ziel achter. Met iedere stap nemen we iets in ons op van degenen die ons zijn voorgegaan. Bedankt, weg, dat je onze voeten voedt”.

Gevraagd waarom hij de Meseta zo mooi vond, antwoordde Cees Nooteboom: “Omdat ik denk dat het er bij mij van binnen net zo uitziet”.

In een naamloos sonnet verwoordde Hans Andreus ooit zo'n binnenwereld:

't Beroerde is ik wil weten wat er met me gebeurt. Niets in me is stil. Alles gaat verkeerd

in de kleine hel van denken en tegen de binnenkant van mijn schedel opvliegen

en opnieuw treurt mijn hele lichaam om die dood zonder naam

van het ongeboren spiegelkind telkens opnieuw verloren.

Misschien dat daarom sommige mensen niet op vakantie durven gaan, en zelfs voorlopig beter niet kunnen gaan: “Je neemt toch altijd jezelf mee.”

Zijn reizigers zoekers? Wat steekt er achter de charters en files? Misschien een verscholen verlangen naar utopia, vaak gevonden en weer verloren in 'Wein, Weib und Gesang'. Of is het misschien een heimwee naar een door alle herrie en hectiek vergeten stilte, dat de massa's in beweging zet?

'Wat zoekt u op uw vakantiebestemming?' vroegen studenten in opdracht van de toeristenbranche op mijn geboorte-eiland aan de mensen op de veerpont. De badgasten waren op de heenweg, en redelijk eensgezind: velen zochten 'rust', 'stilte'. Zeiden ze. En ze reden massaal naar een Zandvoorterig dorpje-met-strand-en-braderie en bleven daar. Zo blijft het elders op Texel heerlijk rustig.

Een reiziger is een pelgrim als hij de stilte aandurft. De gedwongen thuisblijver bij wie de stilte vooral in 'het hoogseizoen' naar de keel vliegt, zou het liefst een reiziger zijn.

Ergens is het arriveren bij het reisdoel een teleurstelling. Geen ansichtkaart verbeeldt het ware zicht op de plaats van bestemming. De zonsondergang mag nog zo 'lijken', wie omkijkt ziet dat Spanjaarden werkelijk alles waar wij het etiket 'natuur' op zouden willen plakken, bevuilen met afgedankte koelkasten en vormeloze vuilniszakken. En wie rekent er nog op een wonderbaarlijke, spontane genezing, bedevaartsoord anno 1998? Welaan, uitsluiten mag je het nooit.

En dus gaan velen, zo profaan als geseculariseerd maar kan zijn, op weg. Als een verlengde avondvierdaagse, met wellicht een half-bewust vleugje New Age. 'Spiritueel sportief', kopte Elsevier vorig jaar.

Santiago de Compostela schijnt momenteel een topper te zijn. De Heilige Stoel en de plaatselijke VVV's staan er achter. Langs de hele route moet straks een uniforme markering te komen. Europa één, volg de blauwe paaltjes.

Misschien kan de Jacobus-afbeelding die in mijn kerk huist, eens een traantje wegpinken, om het religieus-nieuwsgierige publiek binnen te lokken. Is dat bedrog? Ach, de behoefte is zo groot, en ik meen toch werkelijk, laatst, in het half-donker, op de icoon, iets over de konen van Jacobus...

Het geloof in onze zompige moerasdelta danken we aan de ongebreidelde reislust van vooral Ierse monniken. Bonifatius had nooit bij Dokkum vermoord kunnen worden, als hij niet eerst hierheen was gekomen. Willibrord bracht het evangelie hier, terwijl hij net zo goed thuis had kunnen blijven. Maar hij koos voor een andere, avontuurlijker kloosterorde dan waar hij als wees ooit aan was toevertrouwd. Een van zijn geloften als monnik was eeuwig 'peregrinus' te zijn. Vreemdeling.

Het zal daarom zijn, dat juist in Ierland verschillende varianten van reiszegenspreuken opgedoken zijn. Eén ervan, die van St. Patrick, bewerkt.

De Heer zij voor je om je de goede weg te wijzen. De Heer zij naast je om je in de armen te sluiten en je te beschermen. De Heer zij achter je om je te bewaren voor valsheid. De Heer zij onder je om je op te vangen als je valt. De Heer zij in je om je te troosten als je verdrietig bent. De Heer zij om je heen om je te verdedigen. De Heer zij boven je om je te zegenen.

Zo zegene je de algoede God.

In de langste nacht van 1971 stierf, 'na een korte, maar moeilijke doodsstrijd', Godfried Bomans. Eerder dat jaar verbleef hij een week op Rottumerplaat. Via radio-interviews kon gans Nederland meebeleven dat de spraakwaterval zei: “vraag nog 'ns wat.” Hij voelde er zich zo onbeschermd als het eiland zelf, overgeleverd aan een winderige en door meeuwengekrijs versterkte stilte. Horror vacui. Angstaanjagende leegte.

Zijn Waddenreis was in letterlijke zin niet zijn verste, figuurlijk waarschijnlijk wel. Achteraf gezien vormde deze tegelijk samenvatting en apotheose van wat het fenomeen G.B. in zijn laatste jaren aan kwaliteit had gewonnen. De poseur en de causeur afgepeld, bleef over wie hij was.

Zijn verblijf knakte hem evenzeer als het hem deed opbloeien. De sociale cultuurmens ging dood in de eenzame “oerwereld van zand, lucht en water”, de schrijver schreef er zijn mooiste, in ieder geval zijn openhartigste proza: Dagboek van Rottumerplaat.

Halverwege de week tekent hij op dat hij nadien “een ander iemand” zal zijn. “Ik zie beter dan eerst en nú eigenlijk pas goed, dat ik ben wie ik ben en dat het zo heeft moeten zijn. Ik genees van mijn wonden.”

Men gaat op reis om thuis te komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden