Klein VerslagWim Boevink

Om te vergeten is de man het land ingefietst, daar is natuur en lente

Buiten de stad is het land. Het is maandag, volop zon. De motorrijders zijn collectief uitgescholden op de sociale media voor hun massaal en luidruchtig optreden op zondag. De man ziet zijn kans schoon en huurt een ov-fiets.

En kijk, nauwelijks motoren. Drie ziet hij er. Ze horen bij elkaar. Opgesloten in hun leren pakken en integraal helmen. Zwarte ridders op een gemechaniseerd paard.

Een ov-fiets is geen snelle fiets.

De man die hem berijdt is ook geen snelle jongen. Hij heeft een paar fietsknooppunten in zijn hoofd. En omdat hij die weer vergeet heeft hij ook een kaart bij zich en een app op zijn telefoon.

De stad heeft een scherpe rand. Die rand is de rivier. Er zitten mensen langs de kade. Niet te dicht bij elkaar. Ze kijken uit over de rivier, zoals mensen uitkijken over zee.

Het water kabbelt in kleine golfjes, elk met een vonk zonlicht. De uiterwaarden zijn sappig groen.

Hij fietst hoog over de dijk. Lichte tegenwind. Na de besloten binnenstad met zijn gebeeldhouwde gevels is hier de hemelruimte onmetelijk.

De rivier is breed, maar niet te breed; hij is slank genoeg om te doen wat rivieren zo mooi kunnen. Hij meandert.

Hij meandert in een groen landschap, tussen uiterwaarden en velden met boomkragen aan de overzijde.

Links van de fietser, aan de andere kant van de dijk, rekken huizen zich om de rivier te zien; moderne villa’s, pas opgeleverd, oudere flatjes, woonwijken die zijn aangegroeid.

Daar, waar over de rivier een grote autobrug is gelegd, buigt het pad voor een paar oude hoeves; een boerenidylle aangevuld met schapen en lammeren in het gras aflopend naar het water.

Het pad slingert landinwaarts, keert even terug naar de rivier, ooievaars op hun hoge nesten. Velden, percelen bos, boerderijen, een bedrijventerrein met een bedrijf dat blokhutten verkoopt.

Smetteloos fietspad langs een asfaltlint en dan opnieuw landinwaarts. Zeer landelijk nu. Wegvallend verkeer, vogelgezang. Oude boerderijen op oude terpen lijkt het.

Vierakker.

Een gehucht.

Iets meer dan tweehonderd inwoners. De man op de ov-fiets zoekt het op. Stokoud is de bewoning hier. Zestien inschrijvingen in het Rijksmonumentenregister.

Wasgoed tussen verweerde schuren. En een theetuin – ‘dertig theesoorten uit de hele wereld’ – die op deze gouden dag gesloten is; manende herinnering aan deze tijd.

De fietsende man is het even vergeten. Om te vergeten is hij juist het land ingefietst, daar is natuur en lente, oude domeinen, Elysische velden. Het virus heeft hier niets te zoeken.

De lente is achteloos.

Bosranden vol bloeiende anemonen. Dotterbloemen in het gras, sleutelkruid, kievitsbloemen. Fruitbomen in bloesem.

Hij fietst door naar een landgoed met een kasteel. Het kasteel is een huis met twee torens en is gesloten, net als het restaurant in het koetshuis. Hij zit even op het lege terras, eet een meegebracht broodje, drinkt water, ziet een vrouw in de verte met een gieter in de moestuin. De rust is weldadig, de natuur ontvouwt haar pracht, maar iets klopt hier niet. 

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden