OM pioniert en kan dus uitglijden

AMSTERDAM - Het was 7 februari 1997. De meervoudige strafkamer van de Amsterdamse rechtbank las het vonnis voor in de zaak tegen drugshandelaar Johan V., de Hakkelaar. De spanning was haast tastbaar. Officier van justitie M. Witteveen liep rood aan, met de vuisten gebald hoorde hij de overwegingen die de rechtbank tot veroordeling van V. brachten. Na afloop, zichtbaar opgelucht: “Het openbaar ministerie was wel toe aan een succesje.” Kwispelend van genot wentelden de jonge honden van het OM zich in hun klinkende succes. Ze hadden glansrijk gewonnen. Althans de eerste ronde.

Half jaartje later, 21 augustus 1997. Een strafkamer van dezelfde Amsterdamse rechtbank doet uitspraak in de strafzaak tegen Ad Karman, de 'kroongetuige' die Johan V. er bijlapte. In ruil voor zijn belastende verklaring kreeg Karman destijds van het OM de garantie dat hij niet de gevangenis in hoefde, zelfs al zou de rechtbank hem veroordelen voor zijn rol als 'chef laden en lossen' in de hasjbende van de Hakkelaar.

De rechtbank velt een vernietigend oordeel over de deal met justitie. De rechters noemen de afspraak tussen OM en Karman een ernstige schending van de beginselen van een goede procesorde, een ondermijning van de rechtskracht van rechterlijke uitspraken. Zij leggen de zwaarst denkbare sanctie op: niet-ontvankelijkheid van het OM. Met andere woorden: jullie officieren van justitie hebben door deze deal het recht op vervolging van Karman verspeeld. Een knock-out in de tweede ronde?

Het is nog de vraag in hoeverre de jongste uitspraak van de Amsterdamse rechtbank gevolgen heeft voor het hoger beroep in de zaak tegen de Hakkelaar, dat begin september in 'Vesting Osdorp' gaat beginnen. De advocaten in de zaak tegen de Hakkelaar en zijn kompanen zagen in de beslissing een geschenk uit de hemel en zullen waarschijnlijk tijdens het hoger beroep aansturen op niet-ontvankelijkheid van het OM.

Maar strafrechtdeskundigen zijn het onderling nog niet eens over de gevolgen van het vonnis-Karman voor de zaak tegen V. De Nijmeegse hoogleraar rechtswetenschap P. Tak ziet een duidelijke scheiding tussen de strafzaak-Karman en de getuigenis van Karman in de zaak tegen de Hakkelaar. In principe hoeft het donderdag gewezen vonnis de kroongetuigenis van Karman niet onderuit te halen. De advocaten juichen dus te vroeg. De Limburgse hoogleraar straf- en strafprocesrecht Th. de Roos ziet dat toch anders. De overweging dat de overeenkomst met Karman in strijd is met de wet omdat de rechter buiten spel is gezet, treft de zaak tegen de Hakkelaar in het hart, zegt De Roos. “Vooropgesteld dat het gerechtshof uiteraard een heel eigen afweging zal gaan maken, denk ik toch dat hiermee de bruikbaarheid van de getuigenis van Karman tegen V. is aangetast.” In wezen zijn de bewijsmiddelen tegen de Hakkelaar onwettig verkregen, vindt De Roos.

Het OM in Amsterdam is gisteren in beroep gegaan tegen het vonnis in de zaak-Karman. Justitie in de hoofdstad was na een nachtje slapen ook bereid tot een iets uitvoeriger commentaar dan een benepen 'we hadden deze uitkomst ingecalculeerd', direct na het vernietigende oordeel.

Maar nog is de appel zuur. “We zijn het uiteraard niet eens met de overwegingen”, aldus woordvoerster S. den Haan. Het steekt justitie onder meer dat de rechtbank tussen de regels door het OM verwijt een soort wurgcontract te hebben gesloten met Karman. De man had geen advocaat en moest tekenen dat hij op alle vragen zou antwoorden. De afwezigheid van rechtsbijstand en het negeren van het recht van een verdachte om te zwijgen op vragen die hem niet bevallen, zijn omstandigheden die strijdig zijn met Europese wetgeving op het gebied van de mensenrechten. Den Haan: “Wij vinden dat er geen sprake was van dwang.”

Er speelde deze week nóg een geruchtmakende zaak waarvan het verloop voor de rechtbank het openbaar ministerie niet echt tot vrolijkheid moet stemmen: de bloedige voetbalrel op 23 maart tussen Feyenoord- en Ajax-supporters bij Beverwijk. Het OM in Haarlem had veertien Feyenoord-supporters gedagvaard voor de meervoudige kamer (komende week staan nog ruim 30 Feyenoord- én Ajax-fans terecht bij de politierechter, voor lichtere vergrijpen). Aan de meesten van de veertien die de officier van justitie bij het begin van het nieuwe voetbalseizoen voor de rechter bracht, was betrokkenheid bij de doodslag op Ajacied Carlo Picornie en medeplichtigheid bij de poging tot doodslag op Ajacied Fred Joos ten laste gelegd.

Maar vanaf de eerste dag, maandag, liet het OM ter zitting het medeplegen van de doodslag op Picornie vallen. Het bewijs was niet rond te krijgen. Per saldo was er nog slechts een enkeling die door justitie verantwoordelijk kon worden gesteld voor de gewelddadige dood van Picornie. Vrijwel alle verdachten hadden op Joos staan slaan - “Ik heb Joos een tik gegeven/met een mes geprikt, geen harde trouwens/niet diep trouwens, maar ik heb Picornie niet aangeraakt.”

Niemand was uiteindelijk bij Picornie in de buurt geweest. En dat terwijl uit de getuigenissen bleek dat er tien, misschien wel vijftien man tijdens de veldslag om Picornie heen hadden gestaan en met stokken, palen en balken op hem hadden ingeslagen.

Vier van de veertien Haarlemse strafzaken werden ten slotte nog uitgesteld omdat de advocaten heropening van het gerechtelijk vooronderzoek vroegen. De verdedigers spraken van afgeraffelde onderzoeken en onvolledige dossiers en dat doen advocaten wel vaker, maar ditmaal moest zelfs officier R. Tdlohreg erkennen dat het politie- en justitie-onderzoek geen schoonheidsprijs verdiende. 'Schutteren in hooliganszaak' en 'OM maakt slechte beurt bij rechtszaak Beverwijk' kopten de kranten, waaronder Trouw.

De conclusie dat het OM zijn traditie van fout op fout stapelen, van blunder na blunder maken, afgelopen week uitbundig voortzette, lag voor de hand. De Haarlemse persofficier C. Hemmes-Boender bestreed die aantijging met verve. “Het was een ingewikkeld onderzoek, want het ging om een veldslag tussen twee- tot driehonderd mensen. We hebben van aanvang af gezegd dat we niet het idee hebben dat we de hoofddaders kennen die verantwoordelijk zijn voor de dood van Picornie.”

Ook strafrechtgeleerde én advocaat Roos vindt het té makkelijk het openbaar ministerie van knoeierij te betichten. “Voor beide zaken, die van Karman en die rond de hooligans, geldt dat justitie zich heeft begeven op nieuw terrein: het gebruiken van een 'kroongetuige' en de uiteenrafeling van gecompliceerd groepsgeweld. We mogen ook niet vergeten dat het openbaar ministerie erg afhankelijk is van wat de politie aan onderzoeksmateriaal aanlevert. In de zaak tegen de Hakkelaar zie je dat het OM heel doelbewust en heel open ook, aan het pionieren is geslagen. Dan loop je kans op uitglijders. Bij zo'n aanpak is het toch een zaak van: je gaat óf op je bek óf je wint. Er worden risico's genomen.”

Roos wrijft het OM wel aan dat er soms met te veel tamtam zaken die juridisch erg moeilijk liggen, publicitair worden begeleid. “Je moet die zaken sober behandelen, want als je veel toetert, dan slaat dat op je terug als zo'n zaak uiteindelijk mislukt.”

De Utrechtse hoogleraar straf- en strafprocesrecht C. Brants vindt ook dat het OM met iets te veel pretenties zaken in de publiciteit brengt. “We hebben in het verleden gezien dat het OM hoog van de toren blies in grote fraudezaken, maar bij de rechter uiteindelijk nul op het request kreeg. Dat werkt averechts.”

Het aantal echte missers bij justitie is zo groot nog niet, zegt Brants. Ze deed in 1994 met nog twee wetenschappers onderzoek naar vormfouten bij justitie. Begin jaren negentig kwam het openbaar ministerie stelselmatig in het nieuws doordat verdachten moesten worden vrijgelaten wegens procedurele blunders. Uit dat onderzoek bleek dat het OM vaak fouten worden aangewreven die óf achteraf helemaal geen fout waren, óf door anderen - de rechter of de politie - waren gemaakt. Het aantal vormfouten was ook veel minder groot dan door de vele publicaties was gesuggereerd. In de periode tussen 1985 en 1994 telden de onderzoekers 43 vormfouten, waarvan er 23 ook echt niet meer konden worden hersteld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden