Om de hoek is het vakantie

The Suffering Grasses | Akelige filmpjes uit Syrië trekken al twee jaar lang op YouTube aan ons voorbij. Maar hoe krachtig de beelden ook zijn, de wereld blijft nog altijd onverschillig.

Het pijnlijkste moment is misschien wel halverwege de film 'The Suffering Grasses'. Er is dan al een barrage aan ellende uit Syrië voorbijgekomen. Bekende beelden van geweld en verwoesting, filmpjes uit Syrië waarin het Syrische leger mensen mishandelt, en een terugblik op hoe een vreedzaam begonnen opstand is uitgelopen op een bloedbad.

En dan zitten er zes jonge Hollandse vrouwen in het zonnetje van een winkelstraat in Istanbul. Allemaal blond, hippe zonnebril op de neus. Type Leidse student. Op de vraag wat ze van de situatie in Syrië vinden gaat hun gezicht op blanco. "Daar weet ik niets van", zegt een van hen. En tegen de anderen: "Jullie misschien?" Er wordt nee geschud.

De Nederlandse dames zijn de enigen niet die zich ongemakkelijk voelen bij het onderwerp. Er is een Russische vrouw die wartaal begint uit te slaan. Een Australisch echtpaar dat lichtelijk agressief reageert op de vraag, en twee Aziatische vrouwen die geen idee hebben waar het over gaat. Dat er een burgeroorlog gaande is in een buurland van deze fijne vakantiebestemming; dat in het zuidoosten tienduizenden Syriërs in vluchtelingenkampen zitten - deze passanten weten het niet, of ze willen het niet weten.

The Suffering Grasses klaagt die passiviteit aan en tracht haar te doorbreken. De documentaire (of: het pamflet) confronteert de kijker met het feit dat er pal om de hoek van Europa een gruwelijk conflict wordt uitgevochten, over de ruggen van weerloze burgers - de lijdende grassprieten uit de titel (van het Keniaanse gezegde 'Als olifanten vechten, lijdt het gras'). De grassprieten krijgen een gezicht.

Het resulteert in een lichtelijk voorspelbare film, grotendeels geschoten in het midden van vorig jaar en daarmee al een beetje gedateerd. Er zijn amateurbeelden uit Syrië zelf - bekend van YouTube - en regisseur Iara Lee praat met activisten en vluchtelingen in Istanbul en aan de Turks-Syrische grens. Ze filmt veel kinderen. Op de vluchtelingenschooltjes (biddend voor het behoud van de martelaren van de revolutie), buiten zingend (over de dood van vader, de verdwijning van moeder, de arrestatie van broer).

Er zijn ook beelden van een aandoenlijk jongetje dat tegen een rijstzak aanschopt en zegt dat hij president Basjar al-Assad omver wil blazen.

Een cruciale observatie in de film is dat het laten zien van beelden van de burgeroorlog hélpt, dat het mensen wakker schudt. Lee toont ergens in The Suffering Grasses een fragment uit een theatervoorstelling over de opstand, waarin een Syrische acteur zijn mobiele telefoon presenteert als zijn 'wapen'. "Als ik op je gezicht mik, maak ik heel wat los", zegt hij tegen zijn tegenspeler.

Dat is inderdaad een van de verhalen rond de Arabische opstanden: door de universele beschikbaarheid van mobieltjes en internet, en de opkomst van 'burgerjournalistiek' kunnen ook gesloten regimes als Syrië niet langer voorkomen dat beelden van repressie naar buiten komen. De grenzen zitten misschien dicht voor internationale media, maar de terreur die de burgerbevolking treft wordt toch vastgelegd en met de wereld gedeeld.

Aan het begin van de opstanden bestond er een groot vertrouwen in de kracht van het beeld. Activisten in sommige landen hingen hun wijken zelfs vol camera's om zo de misdragingen van veiligheidsdiensten vast te leggen. Allemaal met het idee: als er beelden zijn, kan de wereld niet onverschillig zijn.

Maar werkt het zo? Trekt de wereld zich iets van Syrië aan omdat ze kan zien wat voor ellende er plaatsvindt? Eigenlijk zou je uit 'The Suffering Grasses' en dan vooral de beelden uit de Istanbulse winkelstraat, bijna de tegenovergestelde conclusie kunnen trekken: hoe meer beelden, hoe langer ze beschikbaar zijn, hoe immuner de wereld ervoor lijkt te worden.

Akelige YouTube-filmpjes uit Syrië trekken al bijna twee jaar aan ons voorbij, maar publiek activisme heeft het nauwelijks opgeleverd. Internationale grootmachten kunnen het zich (daarom?) veroorloven af en toe iets verontwaardigds te zeggen, maar feitelijk weinig te doen.

De buitenwereld lijkt met conflictmoeheid te kampen. Het duurt te lang. Een aanslag of moordpartij in Syrië heeft - ook al zijn er beelden van - inmiddels bijna dezelfde status als een aanslag in Irak, in Afghanistan of waar ook in Afrika: weer een zinloze geweldsdaad, weer onschuldig slachtoffers, verwoesting, kinderleed, vluchtelingen.

Wat rest: een olifantenhuid. Wegkijken. Of een glazige blik in een winkelstraat in Istanbul.

Rouge Parole, toont de stemming onder Tunesiërs na de verjaging van dictator Ben Ali || The Reluctant Revolutionary, volgt Kais die steeds meer betrokken raakt bij de vrijheidsstrijd
Ruim twee jaar geleden brak in Tunesië de revolutie uit en kwamen grote delen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten in verzet tegen dictatoriale leiders. Speelfilms over die revoluties laten nog even op zich wachten, al maakte de Egyptische regisseur Yousry Nasrallah al wel in ijltempo 'After the Battle' dat zich gedeeltelijk afspeelt op het Tahrir-plein. Maar het zijn nu nog vooral documentaires die over de opstanden te zien zijn. Een van de betere is 'Rouge Parole' van de Tunesische regisseur Elyes Baccar die een inkijkje geeft in de stemming onder de bevolking na het verdrijven van dictator Ben Ali die Tunesië 23 jaar in zijn greep hield.

Mensen vergapen zich aan de etalage van een boekhandel in het centrum van Tunis, waar lang verboden boeken eindelijk te koop zijn. De kracht van de film is dat Baccar de hoofdstad al snel verruilt voor het achterland dat vaak over het hoofd wordt gezien door de media. Baccar gaat naar Sidi Bouzid waar marktverkoper Mohamed Bouazizi zichzelf in brand stak. Hij reist naar de Kerkenna-eilanden, naar Redeyef, Kasserine en Thala. Overal staan mensen op straat te discussiëren, zoekend naar woorden om uitdrukking te geven aan het nieuw verworven gevoel van vrijheid.

In een andere documentaire, gemaakt in Jemen, belanden we middenin de strijd tegen president Saleh die in november 2011 na 33 jaar aftrad. De Engelse regisseur Sean McAllister volgt in 'The Reluctant Revolutionary' zijn eigen gids, Kais, een jonge vader en bozige eigenaar van een reisbureautje met nul klanten. We zien hoe Saleh aanslagen uitvoert op zijn eigen bevolking, en hoe de wangen van de gids steeds voller raken met de oppeppende khatblaadjes. Met opgeblazen wangen begeeft Kais zich naar 'Change Square' in de hoofdstad Sanaa, waar hij als onwillig revolutionair steeds meer betrokken raakt bij de vrijheidsstrijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden