OM botst in de rechtszaal met Buitenlandse Zaken over Syrische strijdgroepen

Strijdkrachten van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) bij de bevrijding van Raqqa. Beeld EPA

Het OM trekt zich niets aan van label ‘gematigd' voor Syrische strijdgroepen door Buitenlandse Zaken. 

In de rechtbank in Rotterdam zitten donderdagochtend de jeugdvrienden Youssef C. en Ilias J. ongemakkelijk voor zich uit te staren. Ze groeiden op in de Vogelbuurt in Amsterdam-Noord. De twee stonden niet bekend als gelovige jongens, tot ze zich plotseling in het geloof gingen verdiepen, ophielden met drinken en blowen. Een paar maanden later, het is 2013, waren ze verdwenen. Ze doken op in Syrië en sloten zich aan bij de strijdgroep Ahrar al-Sham. Gisteren stonden ze terecht voor deelname aan een terroristische beweging.

Ilias heeft een lange zwarte baard en is van top tot teen gekleed in het zwart. Spreken over zijn tijd in Syrië wil hij niet, behalve als hij vindt dat er onjuistheden over hem worden verkondigd. Wel geeft hij in de rechtbank toe bij Ahrar al-Sham te hebben gezeten. Youssef, gekleed in een gekleurde trainingsjas, is spraakzamer en bekent openlijk dat hij bij Ahrar al-Sham zat, en later ook bij Jund al-Aqsa. Niet om te vechten, maar om op wacht te staan of hulp te bieden aan de bevolking.

Volgens het OM is het duidelijk: de verdachten hebben zich aangesloten bij terreurorganisaties, en dus wordt een gevangenisstraf van zes jaar geëist. Dat Ahrar al-Sham als organisatie niet op internationale terrorisme­lijsten staat, maakt volgens het OM niet uit. “De Nederlandse wetgever heeft gekozen voor een eigen definitie, die losstaat van het al dan niet vermeld staan op de VN- en EU-lijsten”, zegt de officier van justitie.

Beeld ANP

Ongemakkelijk situatie

Ondanks de bekentenissen van hun cliënten dat ze bij Ahrar al-Sham zaten, eisen hun advocaten, Tamara Buruma en Serge Weening, vrijspraak voor deelname aan een terroristische organisatie. Buruma stelde in de rechtbank dat Ahrar al-Sham niet als terreurbeweging kan worden aangemerkt, alleen omdat het de sharia wilde invoeren. Minister Blok van buitenlandse zaken had namelijk onlangs aan de Kamer geschreven − naar aanleiding van vragen over de ‘gematigde’ strijdgroepen die steun van ­Nederland hadden gekregen − dat het label ‘sharia’ weinig zegt over de mate van radicalisering.

Het OM komt hiermee in een ongemakkelijk situatie terecht, omdat het moet reageren op het Nederlandse steunprogramma aan Syrische strijdgroepen en de kwalificaties die Buitenlandse Zaken hanteerde voor de Ahrar al-Sham. Buitenlandse ­Zaken bestempelde de groepering in 2015 als ‘gematigd’, omdat ze aanwezig was bij een conferentie in Saudi-Arabië en daar een verklaring had ondertekend, waarin zij ‘democratische principes’ onderschreef.

De officier laat weten zich niets aan te trekken van Buitenlandse Zaken voor de vervolging. “Wat er ook zij van stempel: gematigd, radicaal, of jihadistisch-salafistisch, wel of geen steun van de Nederlandse overheid; het gaat erom waar een organisatie voor staat en wat zij daadwerkelijk aan gedragingen of handelingen uitvoert. Het gaat uiteindelijk om strafrecht, los van alle politieke uitspraken, meningen of verleende steun.”

Lees ook: 

Overheidssteun aan rebellen belemmert vervolging van Syriëgangers

Advocaten van Syriëgangers gebruiken Nederlands Syriëbeleid om hun cliënten vrij te krijgen.

Staatsgeheimen over Nederlandse steun aan Syrische rebellen zijn per ongeluk onthuld

Hoewel de meeste documenten over het steunprogramma in Syrië zijn geweigerd, en het vrijgegeven deel ook nog eens veel zwartgelakte passages bevat, bleken de stukken per ongeluk staatsgeheime informatie te bevatten.

EN: 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden