Olympische Winterspelen voor Killy morele plicht

Zeker vijf verzoeken om exclusieve interviews per dag mocht JeanClaude Killy de afgelopen maanden ontvangen. De vicevoorzitter van het plaatselijke organisatiecomite van de Olympische Winterspelen (Cojo) begon er maar niet aan. Niet alleen omdat hij als de ceremoniemeester in het tijdelijke pretpark in de Savoie niet meer aan zijn werk toe zou komen, het past ook niet in het beeld dat de buitenwacht heeft van de introverte, drievoudige Olympische skikampioen van 1968.

JOHAN WOLDENDORP

Killy heeft na veel wikken en wegen en het roeien tegen een constante stroom in (het andere deel van de tweehoofdige leiding van Cojo, de ambitieuze politicus Michel Barnier), de uitdaging om van de Spelen van Albertville een succes te maken, niet op zich genomen om bij de sluitingsceremonie op 23 februari glunderend naast IOC-voorzitter Samaranch te staan. Het winnen van driemaal goud in Grenoble (afdaling, slalom en reuzeslalom) is hem achteraf gemakkelijker afgegaan, denkt Killy, dan het volbrengen van deze zware missie. "Als alles achter de rug is, zal ik het idee hebben dat ik de Himalaya heb beklommen."

Killy is een fenomeen. Ging het nog maar om peanuts, toen hij tijdens zijn zegetocht van 24 jaar geleden in conflict raakte met de toenmalige, starre IOC-voorman Avery Brundage, in de legaliteit maakte hij zijn roem zo snel te gelde dat hij met zijn geschatte vermogen van veertig miljoen gulden een rustiger tijdpassering kan uitzoeken dan de stressbaan van dit moment. Hij zou, ver van elke publicitaire belangstelling, stil kunnen leven in zijn huis in Geneve en per fiets op zoek gaan naar een verhevener ambitie: een rondje rond het meer (180 km) in een betere tijd dan zijn persoonlijke record van vijf uur en een kwartier. Of: zijn plafond van 3.58,33 in de marathon van New York omlaag brengen. "Heb je gewonnen?" riep zijn zoon in 1983 door de telefoon, toen Killy hijgend zijn eerste 42,195 kilometer in de Big Apple had gelopen. "Nee, ik ben 9058e geworden," antwoordde hij gelaten.

Killy is een fenomeen. En hij versterkt het aureool dat rond zijn persoon zweeft - dat van een onaantastbare hogere macht - door slechts met tegenzin neer te dalen op aarde. De Franse journalist Thierry Dussard vatte twee jaar geleden het idee op een biografie over de skilegende uit Val d'Isere te schrijven. "U bent beroemd en onbekend tegelijk," gaf de publicist als argument op. "Laten we het maar zo houden," antwoordde Killy en besloot vervolgens geen enkele medewerking aan de totstandkoming van de levensbeschrijving te verlenen. Dussard kon fluiten naar namen en adressen van de meeste vrienden en familieleden. Gek genoeg kreeg hij wel de gegevens van de moeder van Killy en zijn beste vriend in handen. Daar zette de auteur het spoor uit dat uiteindelijk naar meer dan honderd bestemmingen leidde. Toen vorig jaar de eerste drukproeven van de persen rolden, wendde Killy zich wanhopig tot zijn agent Ian Todd van het managementbureau McCormack, hoe de niet geautoriseerde publicatie verhinderd kon worden. "Mijn verlegenheid heeft me aanzienlijk meer geluk dan onheil gebracht. Ik zit er niet op te wachten dat mijn doopceel wordt gelicht."

Killy had slechte ervaringen met de pers. De publieke held trad ruim vijf jaar na zijn hattrick in de Franse Alpen in het huwelijk met de filmster Daniele Gaubert. De plechtigheid werd in het grootste geheim voltrokken in het Savoie-dorpje Archamps. De bakkersvrouw uit het naburige Colognes-sous-Saleve, die het brood voor de lunch moest bezorgen, herkende Killy en lichtte onmiddellijk het radiostation Europe 1 in. De publiciteits-machinerie werd met loeiende sirenes in werking gezet, maar toen de eerste journalisten Archamps overspoelden, waren Killy en zijn bruid al naar Zwitserland vertrokken. De burgemeester hield zich van de domme. "Ik heb vanochtend wel een man en een vrouw in de echt verbonden, maar ik zou echt niet meer weten wie," loog hij om bestwil.

Korte tijd later werd het liefdesleven van Killy toch breed uitgemeten in een Amerikaans soft-blootblad. De president-directeur van het moederbedrijf van het skimerk, waar de Fransman onder contract stond, dreigde de uitbetaling van het honorarium van 100 000 dollar acuut te stoppen. Het eergevoel van de man, Jay Irwin Miller, werd vooral gekrenkt omdat hij oud-voorzitter was van de Amerikaanse raad van kerken. Het besluit wordt teruggedraaid door toedoen van McCormack zelf. Boze tongen beweren dat de overigens verre van vrijmoedige publicatie de baas van het managementbureau niet ongelegen kwam. McCormack was destijds commissaris van Playboy.

Jean-Claude Killy stamt uit een bescheiden milieu. Hij aanschouwt op 30 augustus 1943 in een Parijse voorstad het levenslicht, maar de roots van de familie liggen in Ierland. Na een korte periode in de Franse hoofdstad verhuist het gezin naar Val d'Isere, waar de oude Killy zich een trendsetter toont door een sportzaak van de grond te tillen. Het is iets ongehoords, zo kort na de tweede wereldoorlog en in een verre van mondain oord (toen althans) als Val d'Isere. Maar de zaken gaan zo goed dat er al snel een filiaal wordt geopend. Voor de sociale contacten begint Killy senior ook nog een bar. Jean-Claude voelt zich als kleuter direct thuis in de sneeuw. Zijn grootvader van moederskant, Cyrille de Ridder, geeft hem de bijnaam Toutoune, afgeleid van de 'hoofdpersoon' in een kinderboek; een jonge speelse hond die prachtige en spannende avonturen in de witte neerslag beleeft. Als vijf-jarig jongetje vindt de kleine Jean-Claude een paar ski's onder de kerstboom. Geheel in de stijl van Toutoune dendert hij de hellingen af. In een vergelijkbare kamikaze-stijl wint hij in 1961 in zijn woonplaats zijn eerste wedstrijd. Vijf jaar later wordt Killy in Portillo (in het Chileense Andesgebergte) wereldkampioen afdaling. Tussen die twee triomfen liggen bewogen jaren. Hij moest als dienstplichtig militair naar Algerije, dat in een oorlog met Frankrijk was gewikkeld. Geplaagd door heimwee lukt het Killy op 11 september 1962 eindelijk naar huis te worden gestuurd. Hij weegt bij aankomst in Val d'Isere slechts 61 kilo en heeft twee ziektes onder de ledenen: dysenterie en hepatitis.

Killy is niet bepaald de aangewezen figuur om in de voetsporen van de Oostenrijker Toni Sailer (winnaar van drie alpinenummers in 1956) te treden als Brundage op 6 februari 1968 de Olympische winterspelen in Grenoble voor geopend verklaart. Als het aan de Amerikaanse voorzitter van het Internationaal Olympisch Comite had gelegen, was het ook niet zover gekomen. Het is de tijd, dat de commercie brood begint te zien in (amateur)topsporters en zich uitleeft in het bedenken van verhullende betalingsconstructies. Killy staat onder contract bij een Italiaanse skifabrikant. De Franse bond looft 10 000 frank uit voor een eerste plaats, op voorwaarde dat de selectieleden hun materiaal niet uit het buitenland betrekken. De sponsor van Killy belooft de bondspremie bij een gouden plak evenwel te verdubbelen. De skibond wil de betaling-onder-de-tafel aanhangig maken bij het IOC, maar ziet er vanaf als de skimagnaat dreigt de 'praktijken' van de Fransen publiekelijk te onthullen.

Brundage heeft dat verhaal zelfs op zijn sterfbed niet mogen horen. Daarentegen ontging het hem niet dat Killy kort na zijn gouden drieslag op de cover van Paris Match poseerde. Het blad betaalde hem een honorarium van 35 000 frank, genoeg om bijvoorbeeld met een Porsche 911 S de garage uit te rijden. Niet toevallig was dat Killy's favoriete vervoermiddel op andere wegen dan zwarte afdalingen. President De Gaulle moest er aan te pas komen om de onterving te voorkomen.

Killy verlegt zijn aktiviteiten naar de Verenigde Staten. In het paradijs van de commercials wordt hij snel schatrijk. Hij laat zich leiden door McCormack, die hem een contract van slechts zes velletjes voorlegt. "Ik wil het Jean-Claude niet aandoen veertig vellen met kleine lettertjes door te nemen." De overeenkomst had ook in een volzin geconcretiseerd kunnen worden. Tot een bedrag van twee miljoen dollar incasseert McCormack een provisie van 20 procent, daarboven een kwart van de omzet. Dat niveau is snel bereikt, als het dragen van een paar schoenen al goed is voor 150 000 dollar per jaar en het doorknippen van een lint tienduizend dollar oplevert.

Killy, die in 1977 een eigen kledinglijn introduceert, wordt een man in bonus en laat zich op 5 december 1981 met tegenzin overhalen het IOC op te warmen met de kandidatuur van een nog nader te bestemmen Franse stad als lokatie voor de Winterspelen van 1992. Aan de andere kant van het tafeltje in restaurant Le Roitelet te Fornet, een bergdorpje boven Val d'Isere, zit de veelbelovende en vooral ambitieuze politicus Michel Barnier. In 1973 was hij op 23-jarige leeftijd al de jongste parlementarier uit de Franse geschiedenis. Barnier reserveerde niet voor niets een tafel voor twee in Le Roitelet. In 1968 vierde Killy daar zijn Olympische successen. Het tweetal besluit de Winterspelen in drie dorpen te concentreren: Courchevel, Meribel en Les Menuires. Als Barnier een jaar later zeg maar commissaris der koningin in de Savoie wordt, verandert hij zijn strategie. Om bij de volgende verkiezingen niet van een willekeurig selectiebeleid ten aanzien van Olympische accommodaties te worden beticht, stelt hij voor het halve departement in de vreugde te laten delen en een onschuldig oord in the middle of nowhere (Albertville) tot kloppend hart van het winterse raderwerk te bestemmen.

Het IOC honoreert in oktober 1986 de kandidatuur van Albertville. De verrassende keus wordt deels toegeschreven aan het charisma dat de introverte Killy uitstraalt. De paniek is dan ook groot als de vroegere skikampioen op 29 januari 1987, dertien dagen na zijn aantreden, zijn functie van voorzitter van het organisatie-comite Cojo ter beschikking stelt. Killy voert de ziekte (kanker) van zijn vrouw aan als motief, maar in werkelijkheid botst zijn karakter met dat van de politicus Barnier, voor wie geen zee te hoog gaat. Tijdens de Winterspelen van 1988 in Calgary doet Samaranch een klemmend beroep op Killy zijn oude taak op te vatten. Barnier dwingt financiele garanties bij de Franse regering af - een van de voorwaarden om terug te keren in de organisatie - en is het minst verrast als Killy op 10 maart 1988 tijdens een werkbespreking van Cojo in Parijs de vergaderzaal binnenstapt en de even gedenkwaardige als ongeloofwaardige woorden spreekt: "Ik ben blij weer in jullie midden te zijn."

Met Jean-Claude Killy is er tenminste een Savoyard in de top van het plaatselijke organisatiecomite vertegenwoordigd. Voorzover de bevolking uit de regio werk heeft gevonden binnen Cojo is dat op het niveau van het bedienen van kopieermachines. Voor het overige zwaait Parijs de scepter in de blokkendoos achter het ijsstadion. Via het belastingformulier merken de mensen van de streek later wel wat hun aandeel in het feestje wordt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden