Olympische minuut

Het is al bijna middernacht als 'God Save the Queen' over Klokplein in Ramallah schalt. Vijfhonderd toeschouwers kijken aandachtig naar het levensgrote scherm dat speciaal voor de openingsceremonie van de Olympische Spelen is opgehangen.

Aan de rand van het plein staan vrouwen met kinderen op de arm. Ze wapperen met vlaggetjes die aan de ene kant de Britse en aan de andere kant de Palestijnse vlag tonen. Mannen lopen rond in witte T-shirts met het olympische logo, uitgedeeld door het Britse consulaat. In het midden van het plein hangt een spandoek: 'London, be a part of it.'

Dat is makkelijker geschreven dan gedaan. Alle moeite ten spijt, de Olympische Spelen leven niet bepaald op de Westelijke Jordaanoever. En dat terwijl er vijf Palestijnse atleten meedoen in Londen.

Eentje springt eruit: Maher Aboe Rmilah. Ook op Klokplein geniet hij bekendheid. "Een judoka, toch?", zegt Hamed, een 21-jarige student, terwijl hij met een schuin oog het scherm in de gaten houdt. "Hij is onze vlaggendrager, op hem kunnen we trots zijn. Hij traint hier trouwens om de hoek!" Om de hoek is in dit geval Oost-Jeruzalem, zo'n tien kilometer van Ramallah vandaan. Maar de trots is voorstelbaar: Aboe Rmilah is de eerste Palestijnse sporter die zich op eigen kracht wist te plaatsen voor de Spelen. Alle andere Palestijnse deelnemers die meededen sinds 1996 - toen het Internationaal Olympisch Comité Palestina als autonoom land erkende - kregen toegang vanwege een piëteitsregeling. Een manier om ook inwoners van minder ontwikkelde landen bij de olympische familie te betrekken.

Maar Aboe Rmilah deed het zelf. "Niemand had er meer op gerekend", zegt zijn broer Bilal op maandagochtend, een halfuur voordat Aboe Rmilah ver weg de olympische mat betreedt. "Hij hoorde vorige maand over zijn kwalificatie en moest in een recordtempo tien kilo afvallen, want hij was juist reserves aan het kweken voor de ramadan."

Voor de wedstrijd hebben broer Bilal en de vader van Aboe Rmilah zich met dertig andere geïnteresseerden voor de televisie van een kleine baklavawinkel in de oude stad van Jeruzalem verschanst. Het zaakje vult zich met gejuich als Aboe Rmilah de olympische zaal binnenloopt, zijn Belgische opponent begroet. Daarna wordt het muisstil.

Het gevecht duurt iets meer dan een minuut. Dan ligt de Palestijnse judoka met een ippon op de grond: wedstrijd verloren, Spelen voorbij. Met een lach op het gezicht klapt vader Aboe Rmilah in zijn handen: "Jammer, jammer. Hij was onze hoop en hij deed het fantastisch."

Ook andere Palestijnse atleten hadden tot nu toe weinig succes. Ahmed Jibril eindigde als 27ste van de 28 zwemmers op de 400 meter vrije slag en collega-zwemster Sabine Hazboen kwalificeerde zich niet voor de volgende ronde tussen opponenten uit Palau, de Marshall Eilanden en Papoea-Nieuw-Guinea.

Een neefje van Aboe Rmilah blijft positief. "Ooit winnen we goud", zegt hij. "Boekra fil misjmisj", lacht zijn oom: "Morgen, als de abrikozen bloeien", oftewel: in de pruimentijd.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden