Olympische droom Vuijsters komt nooit uit

Een dikke, wat timide jongen met een zachte g. Ja, daar wisten ze in het Haarlemse wel raad mee.

Het gezicht van de bondscoach verkrampte in een zurige grimas als zijn naam werd genoemd. Maarten Arens wist dat hij diplomatiek moest zijn als het om Grim Vuijsters ging, maar kon het gezicht nooit helemaal in de plooi houden. Aardige jongen hoor, daar niet van, maar geen judoka naar zijn hart. Vuijsters was een lieve wat naïeve jongen uit het Brabantse Goirle, onder de rook van Tilburg. Als Arens over Vuijsters sprak, drupte de aversie hem van het vierkante hoofd. In die aversie vervloeiden dan zijn mooie woorden, over eerlijke kansen en gelijke rechten: je wist gewoon dat hij er diep van binnen heel anders over dacht.

Grim Vuijsters (30) maakte dinsdag bekend dat hij stopt met judo, zijn lichaam kan de zware fysieke belasting niet langer aan. Die mededeling kwam als een verrassing. Eerder dit seizoen had hij zijn olympische droom nog eens uitgesproken, na mislukte missies voor de Spelen van 2008 in Peking en 2012 in Londen. Die laatste editie miste hij door aanhoudend blessureleed. Op het WK van 2010 in Tokio brak hij zijn nek. Er waren twee operaties en een schoenendoos vol schroeven, bouten en moertjes nodig om het geheel te repareren. Amper hersteld van dat letsel verdraaide hij zijn rechterknie dusdanig dat de voorste kruisband volledig afscheurde. Vuijsters wilde daarna nog wel door, maar moest de strijd staken. Opnieuw zou hij de Olympische Spelen missen.

Met het missen van Londen kon Vuijsters wel leven - in een vechtsport als judo liggen blessures nu eenmaal altijd op de loer. Zeker in de zwaardere klassen, waar judoka's met speels gemak de 100 kilo aantikken. En dat is nu eenmaal niet per definitie gezond voor het gemiddelde gewricht. Dat kan kapot gaan. Je hoort er judoka's vrijwel nooit over, maar er zijn er maar weinig zonder chronische blessures. Ze hebben altijd wel wat en meestal zwijgen ze erover: onderdeel van het spel.

De manier waarom Vuijsters Peking miste, zal hem echter altijd blijven achtervolgen. Als (succesvol) Brabants nieuwkomertje werd hij genadeloos in de hoek gekwakt toen hij de gevestigde orde dreigde te overvleugelen. In de aanloop naar de Spelen was hij de beste in de zwaarste gewichtsklasse. En toch ging hij niet. De judobond beriep zich op onduidelijk gecommuniceerde regeltjes om Dennis van der Geest zijn laatste podium te gunnen. Precies: de zoon van technisch directeur Cor van der Geest. En, niet onbelangrijk: de pupil van Maarten Arens bij het Haarlemse Kenamju. Vuijsters kende een succesvolle aanloop, versloeg Van der Geest in Parijs, maar toen puntje bij paaltje kwam, werd het olympische ticket aan Van der Geest gegund. In Peking duurde zijn optreden 2.45 minuten, voor hij huilend de tatami moest verlaten met een kapot spaakbeen, een gescheurde armspier en band in de elleboog. Vuijsters moet het thuis in Goirle verdrietig en boos hebben aangehoord.

Al die tijd heeft er een geur van vals spel over die kwalificatieprocedure gehangen. En hoe harder vader Cor en coach Maarten dat ontkenden, hoe duidelijker het bedrog zich aftekende. Volgens de letter van de zelfgeschreven wet zal het best geklopt hebben allemaal, maar het vettige aroma van misleiding bleef altijd hangen.

In die tijd na dat sportieve drama hoopte ik dat Vuijsters zich alsnog zou oprichten en ergens een keer sportieve genoegdoening zou vinden. Een gebroken nek, een kapotte knie en een stuk lichaam hebben dat sprookje nu voorgoed gedwarsboomd. En dat is jammer als je Grim heet.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden