Column

Olympiërs zijn halfgoden, dat kan niet anders

De Nederlandse estafetteploeg traint op Papendal. Beeld Anp

Papendal, het gerenommeerde sportcomplex, is een groot terrein in het bos, een stukje buiten Arnhem. Het begint bij een openstaande slagboom. Ik ben er voor het eerst, hier heersen andere kalenders dan elders. Achter de slagboom staat een digitaal bord dat zegt hoeveel dagen het nog te gaan is tot Rio en tot de Winterspelen in Pyeongchang.

Het complex, met straten in het groen, lijkt op een grote campus met functionele, onopvallende bedrijfskantoren. Sportvelden zie ik niet. Op de parkeerplaatsen auto's met sportlogo's op de portieren.

Vanaf de bushalte wandel ik naar de atletiekbaan, die is aangelegd in een kuil, omgeven door struikgewas en geboomte. Het tartan is helblauw. Oranje trainingsjacks steken er fel tegen af. Het wemelt er van. Ik heb voor mijn bezoek lukraak een dag gekozen en ik bof. Zoveel atleten bijeen!

Het Walhalla van de olympiërs, ik ben hier onder de goden. De meeste atleten liggen langs de baan, ze zijn net gearriveerd, ze rekken en strekken zich en kwekken met elkaar. In het oude Griekenland zouden ze naakt zijn geweest, maar dit is Holland, en het is grijs en fris. In de luwte van iets wat op een bouwkeet lijkt, kneedt een fysiotherapeut een onderbeen. Naast de betonnen trap waarlangs ik ben afgedaald staat de oude nestor Theo Reitsma. Hij draagt een lange regenjas en leunt op zijn paraplu.

Een cameraman filmt langs de baan, een geluidsman naast hem. Het is een persdag. In mijn ideale wereld heb ik Dafne en Churandy voor mezelf, gewoon in een stil moment op de trainingsbaan, even dollen, een stukje met Dafne meerennen en op volle snelheid een vraaggesprekje beginnen, zoiets. Ze is er wel, de grote ster, met naast haar een grote kerel, een privécoach, die haar voortdurend begeleidt, haar instrueert en haar kuit masseert als ze even op haar buik op de baan ligt, en de achterkant van haar dij. Iets verderop trekt Churandy Martina, de lach nooit ver weg, zijn spikes aan, net als de andere leden van de estafetteploeg, ze zullen 'het treintje' overslaan en meteen beginnen met wisselen. Zoiets zegt de trainer.

Column
Deze column verscheen zaterdag in de olympische bijlage.
Wilt u meer weten over de sporters? Portretten van alle atleten vindt u hier.

Intussen zwelt het aantal cameraploegen, fotografen en verslaggevers gestaag aan, ze stellen zwijgend hun apparatuur op en richten hun lenzen op de atleten. Dafne trekt een sprintje en het is voor het eerst dat ik zoiets live en van zo nabij zie. Helemaal hierop voorbereid ben ik niet. Haar vaart is bijna achteloos, de knieën veren hoog op, het bovenlichaam ligt doodstil in de wind en lijkt achterover te hangen en bij haar uitlopen is niets van enige krachtsinspanning te bespeuren. Ik weet dat ik iets bijzonders heb gezien. Het treft me als een openbaring.

De wind ruist in de bomen, spikes tikken op het tartan en het enige woord dat je hoort is 'pak!' - het commando dat atleten elkaar geven bij het overgeven van dat vermaledijde estafettebuisje. Het gaat vaak mis.

Ook Churandy snelt over de baan, lichtvoetig, een flits, in een heerlijke balans die niet voor gewone stervelingen is weggelegd. Olympiërs zijn halfgoden, dat kan niet anders.

Wij van het journaille staan in onze kreukels langs de baan, in onze scheefgezakte lijven, onze slecht zittende jasjes, en kijken toe. Wij, lijders aan de zwaartekracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden