Ollie B. Bommel / Bommel op de kaart gezet

Oud-planoloog en Bommel-fan Jenno Witsen laat in zijn Bommelreisgids zien hoe de wereld van heer Bommel en Tom Poes eruit zou kunnen zien.

Jenno Witsen moet bij de opmerking dat hij eigenlijk een nutteloze reisgids heeft gemaakt hartelijk lachen. ,,Ja, dat is waar, je kunt geen enkele wandeling nalopen of excursie doen, hooguit in je fantasie. Maar ik heb er geen enkele moeite mee’’, antwoordt hij nog nagnuivend.

De lach en de bijbehorende pretogen stralen intens plezier uit, hetzelfde plezier dat van elke pagina van de Bommel Reisgids afspat. Een prettig en prachtig boek. Voor de liefhebbers van Ollie B. Bommel en zijn jonge vriend Tom Poes een must. Je kunt er uren in dwalen en alle bekende namen en locaties uit de Bommelverhalen tegenkomen. De bijbehorende kaarten die de door Marten Toonder geschapen fantasiewereld vormgeven, zijn met de precisie van een horlogemaker in elkaar gezet en ogen levensecht.

Om in de voetsporen van een heer van stand te treden moet je én van Bommel houden én een liefhebber zijn van kaarten. Zelfs een oppervlakkige blik op het boek laat zien dat Witsen beide elementen in zich verenigt. Witsen: ,,Ik kwam met Bommel in aanraking toen ik na mijn huwelijk halverwege de jaren vijftig de NRC ging lezen. Een van de eerste verhalen die ik daar tegenkwam was de Kniphoed. Die hoed van tovenaar Hocus Pas verkleint alles dat erin komt. Zo ontneemt hij mensen hun eigenwaarde door de bijbehorende symbolen in zijn hoed te stoppen: de politiepenning van commissaris Bulle Bas, het familiewapen van markies de Canteclaer, een bundel formulieren van ambtenaar Dorknoper.”

„Hocus Pas heeft al die eigenwaarden nodig om zijn eigen levenskracht te voeden. Iemand die zijn eigenwaarde kwijt is wordt kleiner. In het verhaal gebeurt dat ook letterlijk. Tom Poes is echter niet te koop en ontdekt dat de ongelukkigen hun eigenwaarde en hun juiste grootte weer terug kunnen krijgen als zij het bijbehorende symbool opeten. Een verrukkelijk verhaal op de grens van magie en psychotherapie. Het zit zo knap in elkaar. Nog steeds vind ik dit een van de beste Bommels.’’

Kaarten fascineerden Witsen als kind al. Hij werkte lang als planoloog bij het ministerie van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening, hoewel hij aanvankelijk als jurist was opgeleid. ,,Ik heb veel gereisd, ook voor mijn werk. Ik heb rijen reisgidsen en kaarten. Na mijn 75ste, ik ben nu bijna 81, is het van grote reizen niet meer gekomen. Maar als arm chair adventurer blijf ik genieten vanuit m’n luie stoel. Laatst heb ik nog reisgidsen gekocht van Nepal en Oezbekistan. Ik ben er nooit geweest en zal er ook nooit meer komen, maar ik kan maanden genieten van die gidsen en kaarten. Ik doe alsof ik op reis ga. Ik stel me dan voor hoe ik aankom en een auto huur. Kan ik van het vliegveld makkelijk naar de hoofdstad komen en hoe dan?

De stap naar een Bommel Reisgids is dan niet meer zo groot, hoewel de dagelijkse gekte voor de Bommels aanvankelijk wat geluwd werd door de toenemende drukte thuis en bij zijn werk op het ministerie. ,,Pas een jaar of vier geleden besloot ik alle Bommelknipsels in te plakken. Toen bleek dat ik maar 55 van de 177 verhalen bij elkaar had. Ik heb geprobeerd de rest erbij te kopen maar dat was niet gemakkelijk. Na veel zoeken had ik in totaal 79 verhalen. Het vuurtje werd verder opgestookt door de uitgave van het Bommellexicon in 2005. Vijfduizend lemma’s met personen en plekken. Een schat aan gegevens, zo schitterend. Toen rijpte het idee om een reisgids met kaarten te gaan maken. Het lexicon ging ik zeven op geografie, maar ik miste toch heel veel. Ik had toch alle verhalen nodig om ze uit te pluizen op aanwijzingen. En gelukkig blijk ik een zwager te hebben die alle Bommelverhalen bezit en hij wilde ze wel maandenlang uitlenen.’’

Met 23 verschillende kleurenpotloden toog Witsen aan het werk om drie landkaarten te fabriceren. Verhaal na verhaal werd uitgeplozen en voortdurend moesten de kaarten gecorrigeerd worden omdat er steeds nieuwe aanwijzingen naar boven kwamen die de eerdere preciseerden. ,,Bommelstein, het kasteeltje van heer Bommel, is voor mij het epicentrum van de kaart van de omgeving van Rommeldam. In een van de verhalen staat dat Bommelstein op een uurtje lopen van Rommeldam ligt. Daar heb ik op de kaart 4 kilometer van gemaakt, want heer Bommel lijkt me geen snelle loper. Marten Toonder heeft de landschappen over het algemeen uiterst beeldend beschreven. Daar heb je veel aan, maar soms zijn de aanwijzingen niet consequent en moest ik toch ingrijpen, wat cement aanbrengen. Het buiten van markies de Canteclaer bij voorbeeld is zeer tot diens ongenoegen binnen zichtafstand van die ’bouwval’ Bommelstein. Maar in een verhaal is Bommelstein te zien vanuit de oostvleugel en in een ander verhaal vanuit de westvleugel. Dat heb ik opgelost door het buiten van de markies pal ten zuiden van Bommelstein te situeren. Dan kun je met enige moeite vanuit beide vleugels Bommelstein zien liggen, hoewel in het verhaal De Grootdoener het onderkomen van de markies weer ten oosten van Bommelstein ligt.’’

Marten Toonder is geografisch dus inconsistent. Hij was ook niet de man om die consistentie na te streven. Witsen heeft zich dat goed gerealiseerd. Dat blijkt met name uit zijn voorwoord waarin Witsen, geheel in de stijl van Toonder, een spel van schijn en wezen opvoert. ,,Toonder hield van mysteries, zaken die niet verklaard kunnen worden. Daarom heb ik ook in mijn voorwoord bewust de vraag opgeworpen of de wereld van heer Bommel en Tom Poes ook werkelijk bestaat. Toonder zou het bestaan ervan niet ontkend hebben, maar een bevestiging zou ook zijn instemming niet hebben gekregen. Daarom is het maken van kaarten gebaseerd op de Bommelverhalen enigszins tricky, met name naar de erven Toonder toe die hun nalatenschap als een Cerberus bewaken. Kaarten leggen vast en ontmythologiseren daarmee de wereld van Toonder. Daarom schrijf ik dat de wereld van heer Bommel en Tom Poes er zo uit kan zien. Maar het kan ook heel anders. Dat die wereld nu op de kaart staat is nog geen garantie dat hij ook echt bestaat. En als hij wel bestaat hoeft hij er niet zo uit te zien.’’

Witsen is daarom bij het benoemen van plekken zo dicht mogelijk bij de terminologie van Toonder gebleven. Alle namen komen uit de verhalen en waar dorpen, rivieren, bergen of cafés en hotels geen naam hebben, hebben ze er op de kaart ook geen gekregen. Voor de plattegrond van Rommeldam geldt dat ook. In de verhalen staan 25 straatnamen vermeld. Hoewel een stad met de grootte van Rommeldam er meer moet hebben, zijn de overige straten niet vernoemd. De kaarten zijn ook zeer kleurrijk. ,,Toonder schrijft beeldend. Dat heb ik in de kaarten laten terugkomen. Bergen zijn altijd dreigend en het Donkere Bomen Bos heb ik ook donker gemaakt. Maar het is iets wat ik zelf ook zou willen. Ik mis op vele kaarten beleving. Ik moet van een kaart kunnen aflezen hoe dat land voelt.’’

Dat Witsen daarin is geslaagd, bleek toen de kaart naar de drukker ging. Toen een medewerker, die geen idee had wat hij ging drukken, de kaart zag zei hij onmiddellijk: ’Waar is dat land. Daar wil ik naartoe’. ,,Dat gaf mij grote voldoening.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden