Olieprijs haalt beurzen in Azië onderuit

(Novum/Betten) - De Aziatische beurzen hebben donderdag opnieuw een tik moeten incasseren, na woensdag ook al lager te zijn gesloten. Ditmaal werden aandelen van de hand gedaan vanwege de scherpe stijging van de olieprijs en sterker dan verwacht gestegen fabrieksorders in de Verenigde Staten. Beide facetten wakkeren de vrees aan dat de Federal Reserve (Fed) zijn leenkosten de komende maanden toch weer verder zal gaan verhogen.

'We maken ons hier in de Aziatische regio de meeste zorgen over de vooruitzichten van de Amerikaanse economie", zei een handelaar. "Door de stijgende olieprijs en dito rentetarieven zullen de winstcijfers van bedrijven misschien niet aan onze verwachtingen voldoen."

De Amerikaanse fabrieksorders over de maand mei zijn onverwacht gestegen met 0,7%. Zeven keer meer dan de 0,1% die analisten vooraf hadden voorspeld. Economisch herstel in combinatie met hoge energieprijzen zou ertoe kunnen leiden dat de Fed door zou kunnen gaan met het verhogen van de rente. En dat is nadelig voor Azië, dat immers de grootste exportmarkt van de VS is.

In Zuid-Korea hadden beleggers nog wat extra kopzorgen, namelijk de melding dat buurland Noord-Korea voorlopig blijft doorgaan met het testen van zijn gevreesde langeafstandswapens. De Kospi tendeerde hierdoor voor de vierde opeenvolgende dag neerwaarts. Dit is de langste aaneengesloten periode van verliezen in meer dan acht maanden tijd. Het verlies van donderdag bedroeg uiteindelijk 1,2%, waardoor de graadmeter sloot op 1.263,96 punten. Het wereldwijd meest bekende Koreaanse bedrijf Samsung Electronics sloot de dag 0,8% lager af.

In Tokio eindigde de Nikkei de handelssessie van donderdag 1,3% lager tot 15.321,40 punten. De bredere Topix liet een veer van 1,1% op 1.5782,29 punten. Het aantal verliezers onder de 225 in de graadmeter opgenomen bedrijven was groot. Liefst 187 fondsen schreven rode cijfers bij het slot. Exportwaarden, kriedietverstrekkers en grondstofgerelateerde aandelen incasseerden in Japan de raakste klappen.

De aandelen van creditcardmaatschappijen maakten een duikvlucht nadat Japan's voornaamste regeringspartij had besloten om de maximum rente die niet-banken in rekening kunnen brengen aan hun klanten met ongeveer eenderde terug te schroeven. Van de waardepapieren van UFJ Nicos (-8,8%) en Credit Saison (-5,6%) werd prompt massaal afscheid genomen door investeerders. Ook Aiful, Japans grootste kredietverstrekker, ging onderuit. Het aandeel verloor 4,6%.

Een ander aandeel dat donderdag uit de gratie raakte bij beleggers was Marui (-4%). De warenhuisketen verloor woensdag ook al flink terrein. In twee dagen heeft het bedrijf 10% van zijn beurswaarde verloren. Grote procentuele verliezen konden ook worden opgetekend voor vastgoedontwikkelaar Heiwa Real Estate (-4,5%), mijnbouwer Dowa Mining (-3,2%), maker van hydraulische pompen Ebara Corp. (-3,3%), chemiebedrijf Nissan Chemical Industries (-3,4%) en electronicaconcern Fujitsu (-3,2%).

Een opvallende winnaar was farmabedrijf Shionogi. De koerswinst van 4,6% werd gevoed door een opwaartse adviesbijstelling door Nikko Citigroup van hold naar buy.

Elders in het Verre Oosten was de stemming iets opgewekter. De Straits Times in Singapore sloot de dag 0,9% hoger af op 2.445,68 punten, in China won de Shanghai Composite 1,3% tot 1.741,47 punten en ook de Hang Seng in Hongkong noteerde net voor het scheiden van de markt hoger. Om 10.10 uur bedroeg de winst 0,3% tot 16.321,50 punten.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden