Olieprijs

Oliebedrijven VS profiteren van beperking productie Opec

Beeld anp

Amerikaanse bedrijven produceren veel meer olie, nadat Opec en Rusland besloten minder op te pompen. De stijgende olieprijs staat onder druk.

Vierentwintig olieproducerende landen, Opec en niet-Opec, besloten begin december om dagelijks 1,8 miljoen vaten minder olie op te pompen om zo de olieprijs te verhogen. Dat lukte. De prijs, rond de 55 dollar per vat, is nu hoog genoeg voor verschillende Amerikaanse oliebedrijven om hun kleinere olie-installaties uit de mottenballen te halen en in het gat te springen.

De Verenigde Staten zal in 2017 naar verwachting van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) zo'n 320.000 vaten per dag meer produceren dan vorig jaar. Het land komt daarmee op 12,8 miljoen vaten per dag en is na Rusland de tweede olieproducent ter wereld.

Veel olie-installaties, vooral als het gaat om schalieolie, draaien verlies onder de 50 dollar per vat, dus zijn deze stilgelegd sinds de olieprijs in een vrije val raakte na juni 2014, toen een vat Brent nog 114 dollar deed. Vorig jaar werd er nog een schamele 30 dollar betaald. Dus sloten Amerikaanse oliebedrijven velden.

Maatregelen

Veel landen zijn voor hun staatsbegroting afhankelijk van de olie en dus van een hoge prijs. Van Venezuela tot Saudi-Arabië raakten de schatkisten leger en leger. Dus moest de olieprijs omhoog. Eind vorig jaar besloten de landen van Opec de olieproductie met 1,2 miljoen vaten per dag terug te schroeven. Elf olieproducerende landen die geen deel uitmaken van Opec sloten zich erbij aan en verlaagden hun plafond met bijna 600.000 vaten per dag. Zelfs Rusland doet mee. Maar niet de Verenigde Staten. Zij verhogen hun productie nu met 320.000 barrel per dag en profiteren van de productiebeperking die andere landen invoerden en de daardoor hogere olieprijs.

De Amerikaanse olieproducenten kunnen nog meer profiteren. De Verenigde Staten zinspelen met de nieuwe president Trump op maatregelen die de olieprijs verder omhoog kan jagen. Het plan van de Republikeinen voor een mogelijke importheffing van 20 procent op alle goederen die de VS binnenkomen, heeft ook consequenties voor de olieprijs. Het land heeft nog steeds te weinig olie om zelfvoorzienend te zijn, dus voeren de Verenigde Staten circa 7,9 miljoen vaten per dag in.

Importheffing

Mocht hier 20 procent importheffing overheen gaan, dan zal dat de olieprijs behoorlijk beïnvloeden. In Amerika stijgt de prijs aan de pomp dan stevig. Barclays Capital berekende dat de gemiddelde Amerikaan 300 tot 400 dollar per jaar meer kwijt is aan de benzinerekening. En dat ligt heel gevoelig, vooral ook bij veel Trump-kiezers die het toch al niet breed hebben.

De nieuwe Amerikaanse regering wil als tegenprestatie het tarief van 35 procent vennootschapsbelasting stevig omlaagbrengen om de eigen bedrijven te compenseren. Een 20 procent importheffing kan grote gevolgen hebben op de wereldwijde oliemarkt. Iedereen houdt dan ook de adem in. Voor Amerikaanse oliebedrijven die geen olie importeren, maar alleen olie pompen wordt het nog interessanter om meer te produceren, want door de importbelasting stijgt de olieprijs.

Zij krijgen geen exportheffing en zullen meer verdienen aan de uitvoer. Op de binnenlandse markt is het ook kassa voor olieproducerende Amerikaanse bedrijven want de olieprijs gaat omhoog door noodzakelijke olie-importen om in de binnenlandse behoefte te voorzien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden