Olie Irak / Bush pleit voor olie-tsaar

Bij het grote gevecht om de Iraakse olie dreigen de Amerikanen opnieuw de Verenigde Naties voorbij te hollen. President Bush wil een 'olie-tsaar' installeren, tot ergernis van onder meer de Fransen, Russen en zelfs de Britten die samen met de Amerikanen oprukten naar Bagdad.

AMSTERDAM - De Iraakse olievelden zijn in handen van de Amerikanen -de genie van het Amerikaanse leger heeft vliegensvlug tenders uitgeschreven voor spoedeisende herstelwerkzaamheden. Mooi voor de ingenieursfirma's maar toch een bijzaak. Wie de Iraakse oliekraan zal bedienen, en aan de grondstof mag verdienen, dát is de vraag van honderd miljard.

Het antwoord lijkt voor de hand te liggen: de Iraakse olie is van de Irakezen, en zij zijn de eersten die gerechtigd zijn de olievelden te exploiteren. Buitenlandse bedrijven zullen hun gouden graantje meepikken, zo werkt het al honderd jaar in de oliebusiness: zonder het technisch kunnen van energiemachten als BP, Shell, ExxonMobil, Total en Lukoil krijgen de Irakezen hun aftandse installaties waarschijnlijk niet eens aan de praat. De olieconcerns rekenen er vast op dat dit draaiboek zal gelden, getuige de taktische stilte die zij op het ogenblik in acht nemen.

Dat zijn zo ongeveer de hoofdlijnen van de Big Oil Game, de details, de cijfers, zijn van later zorg. Maar zo helder ziet lang niet iedereen de stukken op het Iraakse schaakbord staan.

Neem president Bush zelf. Een van zijn spreekbuizen, Ari Fleischer, heeft vorige week aangekondigd dat de Verenigde Staten best eigenmachtig Iraakse olie kunnen verhandelen. Bush durft, of hij bluft. Want de Amerikanen zouden op die manier resolutie 986 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties met voeten treden. In dit VN-besluit werd in 1995 vastgelegd dat de verkoop van Iraakse olie alleen onder toezicht van de VN mocht geschieden -in het kader van het olie-voor-voedselprogramma ten bate van de Iraakse bevolking.

Bush, in een overwinningsroes, speelt hoog spel. De Amerikaanse lef is begrijpelijk, want het 'US-topia'-scenario -zoals het Britse Royal Institute of International Affairs een van de mogelijke uitkomsten van de oorlog in Irak heeft genoemd- lijkt uit te komen: de Amerikanen hebben de oorlog snel gewonnen, zonder veel bloedvergieten, en zijn gezwind bezig een democratisch, federaal regime in Bagdad te vestigen. Voor de olie-industrie betekent 'US-topia' dat de olieproductie van Irak spoedig het oude peil van 3,3 miljoen vaten olie per dag kan bereiken, zodat de wederopbouw eenvoudigweg kan worden gefinancierd.

De Londense denktank plaatst echter een klein kanttekeningetje bij dit utopische plaatje. Eenmaal werkelijkheid geworden, kan de droom van een vrij Irak voor het Witte Huis makkelijk op een praktische teleurstelling uitdraaien: de vrije Irakezen kunnen bijvoorbeeld de internationale olieconcerns die willen investeren in nieuwe olievelden, tegen elkaar uitspelen. Een eigenwijs Iraaks ministerie van olie zou gunstiger voorwaarden kunnen afdwingen bij het verlenen van olieconcessies aan buitenlandse bedrijven. Ieder Iraaks bewind post-Saddam, de soevereine eigenaar van 112 miljard vaten aan bewezen oliereserves, zou op termijn zelfs de Organisatie van Olie-exporterende Landen (Opec) kunnen ondermijnen door quotaregelingen te ontduiken.

Zo'n lastig Irak staat, logisch, niet bovenaan het verlanglijstje van president Bush. Bij gebrek aan een VN-plan voor de doorstart van de Iraakse olie-industrie -VN-secretaris-generaal Kofi Annan stond de afgelopen weken machteloos- zijn de Amerikanen zelf maar begonnen wat schetsjes te maken. Wat hen op een verwijt is komen te staan van de zijde van Fransen en Russen, die bang zijn straks bij vette-contractbesprekingen achter het net te vissen.

Een voorbeeld: zonder goed overleg is de regering-Bush op de proppen gekomen met een nieuwe, tijdelijke 'structuur' voor de Iraakse olie-industrie, met aan het hoofd een 'olie-tsaar', een hoge Amerikaanse ambtenaar die ad interim de Iraakse oliebronnen moet aftappen uit naam van de Irakezen. Zelfs de Britten, die samen met Bush naar Bagdad oprukten, stuit de Amerikaanse oliekoorts tegen de borst: in The Washington Post liet een Britse functionaris zich anoniem ontvallen dat ,,alle kwesties aangaande Iraakse olie academisch zijn, zolang de VN-sancties tegen Irak niet zijn opgeschort, en die sancties worden echt niet opgeheven omdat (de Amerikaanse minister van defensie) Rumsfeld dat zonodig wenst''. Dat Bush woensdag plotseling heeft voorgesteld de sancties tegen Irak op te heffen, is een teken aan de wand.

In dezelfde Post doet strategisch onderzoeker Jan Randolph van het Londense World Markets Research Center, deze observatie met betrekking tot de Amerikaanse verlangens: ,,We raken in rechtssferen die niet helder zijn.'' Tussen de regels door is een waarschuwing hoorbaar: de Amerikanen moet flink tegenspel worden geboden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden