Olga werd in het echt Giselle

Tot en met 21 maart reist het balletgezelschap van Boris Eifman uit St. Petersburg met zijn 'Rode Giselle' door Nederland. Het internationaal bejubelde ballet geldt als een markant voorbeeld van de neoromantische geest, waarmee Russische choreografen de versteende ballettraditie nieuw leven willen inblazen, tegen alle verdrukking en het aanhoudende verval in. Zelf omschrijft Boris Eifman (1946) zijn poging als 'een eerherstel van de Russische balletziel met hulp van westerse technieken'.

Volgens de persfoto's oogt de Russische choreograaf Boris Eifman, die in 1946 in Siberië geboren werd, als een heuse Dostojevski, met golvende haren en doordringende blik, waarin een vonk van waanzin glanst. Niets blijkt minder waar, want in levende lijve lijkt Eifman meer op de klassiek-joodse figuur Tevje uit de musical 'AnatevKa'. Zijn ogen gloeien als potkacheltjes en hij houdt van een gulle lach vol zelfspot. Te midden van alle zwanenlijken die thans vanuit de ex-sovjet-balletmeren over Europa spoelen, laat hij een ander, moderner geluid horen. Dat is niet zo vreemd, want jarenlang werd hij in eigen land voor dissident uitgemaakt, die de klassieke traditie teveel aan banale, zelfs pornografisch geachte verlangens opofferde. In zijn creaties, die direct duizenden toeschouwers naar het Staatstheater van Leningrad trokken, zou hij te veel bloot of kronkelende lijven in glanzend lycra presenteren.

Eifman erkent dat hij ballet een lijfelijke kunst acht. Zoals dat met zovele profeten gaat: hij moest zijn criticasters en censoren niet via zijn aanzwellende publiek in de Sovjet-Unie zelf, maar vooral via zijn successen in het buitenland overtuigen. Vooral door zijn 'Rode Giselle' kreeg hij onvoorwaardelijke steun van vooraanstaande balletcritici in New York, onder wie Anna Kisselgoff en Clive Barnes. Inmiddels maakten ook het Bolshoi en het Kirov Ballet voor hem een knieval door zijn creaties op hun repertoire te nemen. Eifman wordt nu zelfs een der weinigen, misschien zelfs wel de enige geacht, die de ondergang van het Russische ballet nog kan keren. Vanaf zijn omstreden debuut met 'Icarus' en 'Gajaneh', halverwege de jaren zeventig, werd deze leerling van het Choreografie Instituut (Leningrad) tegengewerkt.

Thans lacht hij er om en uit hij vooral zijn dank aan de leiding van de Vaganova School die hem in de jaren van Perestroika als docent bleef gedogen. Zoals de titel al aangeeft is zijn 'Rode Giselle' meer dan haar naamgenoot, uit het romantische ballet blanc uit 1841. In het Russisch is rood (krazni) niet alleen de kleur van bloed, liefde en vuur, maar ook van schoonheid (kraziwi). De bloedmooie titelheldin van deze internationaal bejubelde productie (1997) is de tragisch-legendarische ballerina Olga Spessivtseva: een danseres uit St. Petersburg, die in haar jonge jaren tijdens de Russische Revolutie te veel bloed zag stromen en die haar gedwongen carrière in het Westen in de rode vlammen van toeslaande waanzin zag opgaan. Niet in het oosten maar in het vrije westen brandde ze op en onderging zij het lot van zovele ontwortelde emigrés. Eifman rakelt de smeulende resten van haar legende nog eens flink op. Als vrouwelijke tegenpool van die andere, waanzinnig geworden balletheld Vaslav Nijinski, zou ook Spessivtseva in haar metaforische kunst verstrikt raken. Pas in 1991 stierf zij, na meer dan een kwart eeuw in een asylum nabij New York te hebben doorgebracht en daarna in vergetelheid te zijn geraakt. Zowel de Ierse sterdanser Anton Dolin als de Rus Serge Lifar (beiden haar danspartners bij les Ballets Russes) maakten via publicaties goede sier met deze Sleeping Ballerina. De vrouw die volgens Diaghilev zelfs Anna Pavlova met haar melancholische lyriek overtrof en zonder enige twijfel de meest tragische Giselle aller tijden vertolkte, werd niet alleen op het toneel, maar ook in het echt een Giselle. Haar Albrecht, die haar trouw zwoor ondanks zijn verloving met een ander, was de danser/choreograaf Serge Lifar. Eifman: ,,In mijn hommage wil ik niet een vonnis over Lifar vellen. Hoewel deze homoseksueel absoluut in zijn narcisme verblind raakte, was ook hij immers een groot kunstenaar.''

Is er romantischer tragiek denkbaar dan het leven van Olga Spessivtseva? Tijdens een grondige studie van haar ondergang wist Eifman de tekeningen te achterhalen die zij in het gesticht van zichzelf maakte. ,,Olga zag zichzelf als een feniks. Ze maakte poppen van haar dierbaren en speelde daarmee. Zij schetste zichzelf als een witte engel die uit vlammen en stromen bloed opsteeg. Haar nalatenschap is minstens zo interessant als de dagboeken en tekeningen van Nijinski.''

Eifmans choreografieën doen sterk expressionistisch en daarmee enigszins gedateerd aan. Niettemin gebruikt hij belichtingstechnieken, showelementen en muziekcollages, die eigen- tijds aandoen maar volgens de choreograaf zelf vooral uit zijn eigen binnenste komen. Vooral zijn architectonische behandeling van het corps de ballet stoelt op de Russische traditie. Eifman: ,,Na mijn balletopleiding wist ik dat ik geen danser maar choreograaf wilde worden. Met die behoefte word je geboren. Nu vraagt elke tijd ook om zijn eigen vormen, expressies en emoties. Juist daarom heb je universele, tijdloze thema's nodig. Spessivtseva's leven symboliseert het lot van alle ontheemde kunstenaars. Ze leefde bij gratie van de klassieke traditie, maar toen ze in 1924 door Diaghilev naar het Westen werd gehaald, had ze al te veel verschrikkingen meegemaakt. Tijdens een wandeling met haar broer werd hij door een kogel in het hoofd getroffen. Ze moest zich geven aan een KGB-agent om ballerina te mogen blijven. Toen ze in Parijs aankwam werd ze door haar collega's Kraziwi genoemd, want men dacht dat ze een rode spionne was, vanwege haar KGB-relaties. Ze had veel heimwee, ook omdat ze in het Westen juist als experiment voor vernieuwing gebruikt werd. Zelf zwoor ze bij ballet-oude-stijl. Toen ze ook in het echt verliefd werd op haar Albrecht - Serge Lifar - en ze merkte dat hij haar verlangens onbeantwoord liet, werd ze suïcidaal. Ze ontspoorde tijdens een optreden in New York. Toen sloeg paranoia genadeloos toe: Olga bleef als Giselle in de beroemde tweede acte achter. Haar leven werd het ballet zelf. Dat laat ik ook in danskunstig opzicht zien. Ik koos echter voor muziek van Tsjaikovski in afwisseling met Schnittke. Alleen de slotakkcoorden van Adams Giselle bewaarde ik voor het eind.''

Ondanks de waarschuwing die haar leven ook voor hem inhoudt, popelde Eifman al vroeg om zijn balletvisie in het Westen te tonen. Tot 1988 moest hij wachten op een paspoort, maar toen de muur was gevallen werden internationale festivals in Frankrijk en Griekenland zijn poort tot de vrije wereld. Tot zijn bekendste producties nadien behoren 'Brieven aan Tsjaikovski', 'De gebroeders Karamazov' en 'Jerusalem'. Ook voor Eifman is 'Rode Giselle' een mijlpaal, niet alleen door zijn recente successen in Amerika en Japan. ,,Ik wou laten zien hoe een ragfijne structuur onder de omstandigheden die zij moest beleven, kapotgaat. Haar leven is ook de geschiedenis van de dans zelf. Ik vertel in dit ballet wat er achter de schermen gebeurt, dus het is theater in het theater. Abstract ballet bestaat niet, hoewel ik soms wel abstracte vormen gebruik. Maar ik ben een echte neoromanticus. Ik voel me vrij in het improviseren met, en combineren van klassieke en moderne technieken. Al vanaf mijn dertiende jaar rebelleer ik tegen rigide voorschriften. De ziel van het Russische ballet. . . die wil ik helpen te overleven. Daarom beschouw ik neoromantiek als de toekomst van het ballet. Het Russische ballet wel te verstaan.''

De grootste problemen waarmee Eifman nu worstelt, zijn van heel andere aard dan zo'n tien jaar terug. Zijn honderd werknemers krijgen maar veertig dollar per maand van staatswege uitbetaald. In een bikkelharde concurrentie met alle balletgroepen van Kazachstan tot Litouwen moet ook hij in het gastvrije, lucratieve Westen zo'n zes maanden per jaar het geld vergaren om zijn groep draaiende te houden. Makkelijk is anders, want in het St. Petersburgse Staatstheater heeft hij wel oefenruimtes maar geen eigen podium. In juni gaat zijn volgende productie in Warschau in première: Eifman zette ditmaal zijn zinnen op de Russische 'Hamlet', oftewel de zoon van Catherina de Grote, prins Paul.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden