Oldambtmeer uitkomst voor Oost-Groningen

BEERTA - Is water het economische tovermiddel om het verpauperde platteland uit het slop te halen? De bevolking van het Groningse Oldambt reageert zeer verdeeld op het plan om duizend hectare vruchtbare landbouwgrond te veranderen in een groot recreatiemeer, omringd met lommerrijke bossen en wijdse natuurgebieden.

“De grootste waanzin die er bestaat”, roept een geemotioneerde Oostgroninger. “Een grandioze oplossing voor de misere op het platteland”, oordeelt een ander. Zelfs in het vanouds 'rode' Beerta lopen de meningen uiteen. Koert Stek, oud CPN-voorman en mede-oprichter van de Nieuwe Communistische Partij, is mordicus tegen. “Het zijn beste landbouwgronden hier, en dat moet zo blijven”, sluit hij voor het eerst van z'n leven een monsterverbond met de hereboeren. Andere Beertsters zijn bereid met eigen schop mee te graven aan het meer.

De Groningse gedeputeerde G. Beukema (PvdA) beschouwt zijn merenplan als een laatste strohalm. Wanneer iedereen de armen over elkaar legt, is het Oldambt ten dode opgeschreven. Het gebied zal verworden tot een negorij met spookdorpen zonder winkels, scholen, voorzieningen en met steeds minder inwoners.

Beukema's plan voor de ingrijpende functieverandering in het Oldambt ontstond zo'n twee jaar geleden. Geinspireerd door de duizenden hectares braakliggende landbouwgrond en de oprukkende verpaupering van de plattelandsdorpen, kleurde architect J. Timmer uit Scheemda grote delen van de landkaart blauw. De aanleg van een omvangrijk meer zou het wegkwijnende Oldambt een rooskleuriger toekomstperspectief moeten bezorgen, bedacht hij. Bestuurders reageerden verrassend positief. Gedeputeerde Beukema haakte gretig op Timmers ideeen in.

Het kabinet wees het Oldambt in de Vierde nota ruimtelijke ordening extra aan als een van de zeven probleemgebieden in ons land. Tot 1995 is van overheidswege vier ton extra beschikbaar om de problemen te lijf te gaan. Het Oldambt is de achtertuin van Winschoten, de tweede stad van Groningen. Met dorpen als Beerta, Finsterwolde, Drieborg, Oostwold, Midwolda, Scheemda en Heiligerlee omvat het gebied 22 000 hectare vruchtbare landbouwgrond en 55 000 inwoners.

Het poldergebied verkommert zienderogen. Bij gebrek aan industrie wordt het onevenredig zwaar door de landbouwcrisis getroffen. Zesduizend mensen zitten zonder baan. Eigenlijk is deze werkloosheid zo oud als de streek zelf, maar de prijsdalingen in de akkerbouw hebben het Oldambt extra diep in het moeras geduwd. Door de slechte graanprijzen en de beroerde economische vooruitzichten liggen enkele duizenden hectare landerijen braak, en lopen de dorpen leeg.

Hoger opgeleiden hebben er niets te zoeken. Jongeren laten hun geboortestreek achter zich om hun geluk elders te beproeven. De toch al magere bevolkingsdichtheid dunt nog verder uit, waardoor tal van voorzieningen op de tocht komen te staan. Winkels, scholen en zwembaden sluiten de deuren, huizen blijven leeg staan en busverbindingen worden geschrapt. Een bijkomend effect is een sterke vergrijzing. In 2000 zal meer dan veertig procent de leeftijd van 50 jaar zijn gepasseerd, terwijl dan twintig procent jonger is dan 20 jaar. Volgens deze prognoses zal de resterende beroepsbevolking het gebied economisch gezien vrijwel onmogelijk op sleeptouw kunnen nemen.

Het nieuwe Oldambtmeer moet het verpieterde Oost-Groningen er bovenop helpen. Na twee jaar delibereren, verbeeldingsplannen maken en het doorrekenen van de ideeen, heeft de stuurgroep leefbaarheid platteland Oldambt onlangs haar definitieve plan aan vice-premier Kok overhandigd. Het aanvankelijke 'Meer van Beukema' is ingekrompen tot een oppervlak van duizend hectare water. Toch gaan nog altijd de landerijen van 25 boeren verloren, en is het meer qua grootte te vergelijken met de Loosdrechtse Plassen.

De waterplas moet het centrum worden van de Blauwe stad: een verstedelijkte ring rondom het water, gevormd door Winschoten en de bestaande dorpen. Langs de oevers verrijzen 2000 tot 2500 nieuwe woningen. Eerst werd nog gesproken van eilandjes, die voor een miljoen gulden per stuk aan kapitaalkrachtige nieuwkomers zouden worden gesleten. Beukema heeft deze suggestie echter gauw ingeslikt, toen duidelijk werd dat de Oostgroningse bevolking hiertegen massaal te hoop zou lopen. “De nieuwe woningen zijn in de eerste plaats bestemd voor de eigen bevolking”, heet het nu. Het plan voorziet aldus in de bouw van duizend tot 1500 (recreatie)woningen voor de Groningers en 'slechts' 500 tot 1000 voor nieuwkomers.

Vijfhonderd hectare bos en even zoveel natuurgebied omzomen de Blauwe stad. Het water, het bos en de natuur dienen een voedingsbodem te worden voor verdere toeristische ontwikkeling van het gebied, met bungalowparken, campings en andere recreatieve voorzieningen. In verhouding tot de hoge werkloosheid lijken de economische revenuen vooralsnog beperkt.

Druppel

De verwezenlijking van het plan resulteert de komende tien jaar in 300 arbeidsplaatsen. Van de recreatie wordt het Oldambt volgens Beukema tachtig arbeidsplaaten wijzer, terwijl de nieuwkomers indirect 220 extra banen opleveren. “Een druppel op een gloeiende plaat”, geeft Beukema toe. “We moeten daarom ook langs andere weg de werkgelegenheid bevorderen, bijvoorbeeld door verdere ontwikkeling van bedrijfsterreinen langs de A 7, tussen Zuidbroek en Nieuweschans.” Het werkgelegenheidseffect had volgens Beukema veel groter kunnen zijn, als op meer mensen van buiten was gemikt. “Maar dat willen we niet, het moet hier geen kermis worden.”

De aanleg van het Blauwe stadplan kost 500 tot 600 miljoen gulden. De financiering is sluitend. Het plan kan grotendeels binnen het regionale investeringsprogramma worden betaald. De ontbrekende 10 a 25 miljoen gulden denkt Beukema via Europese subsidies en het ISP bijeen te krijgen. Over de woningbouw en andere investeringen door marktpartijen maakt Beukema zich geen zorgen. Projectontwikkelaars staan in de rij om oeverstroken te kopen en in het Oldambt aan de slag te gaan.

Nu alleen de bevolking nog. Beukema maakt dezer weken een tournee langs tien dorpshuizen in het gebied. De belangstelling voor de inspraakavonden is overweldigend. De Iemekorf in Beerta is tot op de laatste stoel gevuld. Met zijn plan heeft Beukema een gevoelige snaar geraakt, blijkt deze discussieavond.

Iedereen weet dat er iets moet gebeuren. Voor veel boeren is het onder water zetten van met bloed, zweet en tranen ingepolderd land echter even flink slikken. “Het Oldambt is misschien wel het vruchtbaarste gebied ter wereld. In een tijd waarin de helft van de wereldbevolking honger lijdt, kun je dat toch niet onder water laten lopen?” wordt Beukema toegebeten. Ook de geplande bosbouw stuit op emotionele bezwaren. “Wij willen de horizon zien. Die bepaalt het grootschalige en weidse karakter van onze streek. De bevolking is rechtlijnig en het landschap is rechtlijnig: dat moet zo blijven.”

Toch is de tegenstand zeker niet massaal. Met name jongeren hebben wel oren naar het meer. “Veertig jaar lang zijn we in de steek gelaten, en heeft de overheid alle rijkdom uit onze bodem gehaald. Dit plan kan het begin kan zijn van een periode, waarin we niet meer in de hoek zitten. Een eerste aanzet voor een betere toekomst voor onze jeugd, die altijd ergens anders moest gaan werken. Het Oldambtmeer moet daarom een kans krijgen”, luidt het betoog dat de avond besluit en met applaus wordt begroet.

De beroemde Hamer en Sikkellaan tussen Beerta en Finsterwolde fungeert straks nog als aanlegplaats voor peperdure jachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden