Oibibio-directeur Ronald Jan Heijn en de kunst van het brood snijden

Deze maand houdt Oibibio een Zomerfestival. Voor meer informatie: 020-5539355.

Tweeëneenhalf jaar bestaat 'Oibibio' pas, het New-Agecentrum schuin tegenover het Amsterdamse Centraal Station. En dat niet zonder rimpelingen. Ruim een jaar geleden moest directeur Ronald Jan Heijn in het medewerkersbestand snijden omdat zijn geesteskindje op te grote voet leefde. Vlak voor de jaarwisseling werden de vijftien alternatieve genezers de wacht aangezegd, omdat Heijn meer heil zag in reguliere genezers met een open houding naar homeopathie en andere aanvullingen op de klassieke gezondheidszorg.

Alle reden om voorlopig even pas op de plaats te maken, zou je denken. Maar niet voor de 36-jarige Ronald Jan Heijn. Volgend jaar opent Oibibio twee nieuwe vestigingen in Nederland, een bezinningscentrum in een voormalig klooster in Nijmegen en een kuuroord in het Haagse Kijkduin. En afgelopen week ontvouwde Heijn ambitieuze plannen om nog voor het derde millennium elders in Europa en de Verenigde Staten soortgelijke vestigingen van Oibibio te openen als in Amsterdam.

Wordt de zoon van de negen jaar geleden ontvoerde en omgebrachte Gerrit Jan Heijn zo niet een grootgrutter in spiritualia, in de traditie van de bekende supermarktketen waar hij uit stamt? “Het is niet vanuit een ouderwetse expansiedrang”, reageert hij. “Ik doe wat ik moet doen, wat de ziel van Oibibio is.”

Hij zit aan een grote ovaal ronde houten tafel in de vergaderzaal op de tweede verdieping. Alles is uitgevoerd in natuurlijke materialen, zijn colbertje incluis. Het is zondagochtend vroeg. Amsterdam slaapt uit. “De week heeft zeven dagen, ja”, antwoordt hij in de lift naar boven op de vraag of hij zeven dagen werkt. En hij citeert Confucius: “Als je hart in je werk ligt, hoef je nooit meer een dag te werken”.

Zijn moeder vraagt hem wel eens bezorgd, vanuit 'de behoudende moeder-energie', of hij niet te hard werkt. Maar hij is een man, en 'mannen treden nu eenmaal vaker naar buiten'. En dit, deze plannen om met Oibibio internationaal te gaan, past wezenlijk bij hemzelf. Hij duidt het aan met woorden als 'levensweg', 'innerlijke stem', 'opdracht'. “Ik doe dit omdat het bij me past. Ik zou niet eens anders kunnen.”

Gezocht heeft hij die expansie niet, zegt hij. Maar wèl gezaaid. Je moet ervoor open staan. De gemeente Den Haag zocht hem op met het verzoek of er in de hofstad ook niet een vestiging van Oibibio kon komen. Op het meest ongunstige moment, middenin de perikelen rond de ontslagen, belde de secretaresse van de Vrienden van het Albertinum op met de vraag of hij het Nijmeegse kloostergebouw niet kon redden. En in verscheidene Europese steden zitten geestverwanten uit de World Gathering of Holistic Centres met smart te wachten totdat Oibibio de sprong waagt.

Ronald Jan Heijn vergelijkt het met vogeltjes vangen in het Vondelpark. Als je ze najaagt, krijg je er geeneen. Maar ga je op een bankje zitten en je bent jezelf, dan strijken ze neer op je knie. “Als ik had gedacht: Amsterdam is goed en het is prima zo, dan komt het niet op je weg. Het is eigenlijk een natuurwet. De tijd geeft de snelheid aan. Ik heb me voor ogen gehouden dat dit kon gebeuren. Maar ik had nooit gedacht dat het zo snel zou gaan.”

“Zoals ik ook niet had vermoed dat er er na twee jaar al zoveel mensen op Oibibio af zouden komen. En evenmin dat we zoveel mensen nodig zouden hebben om het centrum te realiseren. Vorig jaar trok Oibibio 500 000 betalende bezoekers. Dat zijn er 1 400per dag. In het Rijksmuseum komen één miljoen bezoekers per jaar. Dat zegt niet alleen iets over Oibibio, dat zegt vooral iets over dat het enorm leeft in de samenleving, de enorme behoefte aan zingeving.”

Zijn toelichting vorige week op het waarom van de uitbreidingsplannen klonk haast apocalyptisch. Hij had het over een 'explosieve tijd waarin we leven' en 'een fundament onder onze samenleving dat in ijltempo instort'.

Heijn: “Ik bedoel het niet in de zin van: de wereld gaat naar hel en verdoemenis. Het is meer dat de bestaande waarden en normen heel erg aan het veranderen zijn.”

Hij ziet dat op twee vlakken gebeuren. Mensen worden steeds onafhankelijker, terwijl de instituties in de samenleving nog steeds uitgaan van de afhankelijke mens. Dat wringt. En ook neemt het gevoel een steeds belangrijkere plaats in ten opzichte van het verstand.

“Als mensen gevoeliger worden en meerdere werkelijkheden leren kennen en voelen, is het een logisch gevolg dat de materiële wereld en de werkelijke wereld voortdurend achterlopen.”

In de overgang naar de 'nieuwe tijd' die Ronald Jan Heijn ziet aanbreken, ziet hij voor zijn Oibibio een cruciale rol weggelegd. Sinds hij een jaar of vijf geleden het plan opvatte voor Oibibio, bezoekt hij trouw elk jaar het congres van de World Gathering of Holistic Centres. Maar nergens is hij nog een vergelijkbaar concept tegengekomen: een centrum van nieuwe spiritualiteit, middenin de stad, met zorg ingericht, waar je terecht kunt voor lezingen, sauna of een yoga-cursus. Ook moet 'Oibibio' gelijk staan met kwaliteit, van therapeut en dokter tot het eten en drinken in het café-restaurant en de produkten in de winkel. En, misschien wel het belangrijkste, het centrum wil ondogmatisch zijn, zich niet bekennen tot een spirituele richting als het boeddhisme of de antroposofie.

Al 'van heel klein' was Ronald Jan Heijn bezig met spiritualiteit. In z'n lagere-schooljaren was het even weg. Maar toen hij op het gymnasium zich aangesproken voelde tot de filosofie van de Grieken en Romeinen was de overstap naar de oosterse wijsgerigheid snel gemaakt.

In de sport - hij speelde vijf jaar in het Nederlands hockeyelftal - stuitte hij op de grenzen van het lichaam. Hij zocht het in de geest. Maar wat hem opviel bij de esoterische cursussen, boeken en lezingen die hij bezocht, was dat ze voor niet-ingewijden nauwelijks te volgen waren. “Dat is zó zonde, dacht ik, want esoterie en spiritualiteit is eigenlijk voor iedereen. De missie van Oibibio is: spiritualiteit voor een breed publiek toegankelijk maken, laten zien dat spiritualiteit iets is voor elke seconde van de dag, namelijk hoe je in het leven staat.”

De natuurlijke achterban van Oibibio, de wereld van de 'New Age', volgt Heijns pogingen tot laagdrempeligheid met kritische blik. Het centrum dreigt teveel op te gaan in de hoofdstroom, doet teveel water bij de esoterische wijn, wordt er wel gezegd. Heijn weet het, maar ligt er niet wakker van. “Zolang sommige spirituele mensen zeggen dat we niet spiritueel genoeg zijn en anderen, die niets van New Age moeten hebben, ons maar zweverig vinden, zijn we op de goede weg.”

Omgekeerd heeft hij z'n mening over de dwepers en zwevers die Oibibio spiritueel niet recht genoeg in de leer vinden. Die verengen spiritualiteit tot het lezen van de Celestijnse Belofte of het uurtje yoga per week, vindt hij. “Het is veel spectaculairder om over een UFO te praten of over een hulpgeest dan over wat je met je leven doet.”

Hij voelt zich ook wel 'bekeken', als telg uit een rijke familie, die zoiets als Oibibio onderneemt. “De mythe in de samenleving van krantenjongen tot miljonair is heel bekend. Maar er staat niemand aan de kant te applaudisseren als je al zogenaamd iemand bent en je hebt de financiële middelen al en je gaat dan iets doen.”

Bang dat hij 'de trap af' zal gaan, is hij niet. “Dat risico vermijden, was wel veilig misschien. Maar wat moet je dan doen de rest van je leven?” Noch laat hij zich erop voorstaan dat hij zijn nek financieel en anderszins uitsteekt, terwijl hij ook een stil en rustig leven had kunnen leiden met zijn vrouw en vijf kinderen in een huis in de luwte van Amsterdam. Maar die working class hero in zijn doorzonwoninkje in Mijdrecht die elke ochtend om zeven uur z'n voeten op het koude zeil zet voor z'n gezin, wat kan die met het groots en meeslepend leven van Ronald Jan Heijn en diens minstens even hoog gegrepen spiritualiteit?

“Het is net als de kunst van het brood snijden”, antwoordt hij. “Het gaat om je levensinstelling. Het hoeft niet groots en meeslepend te zijn wat je doet. En je inzetten voor je gezin, daar is niks mis mee. Je moet het in verhouding zien. Als die meneer in Mijdrecht z'n auto verkoopt om de opbrengst te investeren in een opleiding, is hij misschien nog wel de grootste held.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden