Ogenschijnlijke alledaagsheid

Kunstenaar Co Westerik kijkt vergenoegd rond in de zalen van het Haags Gemeentemuseum, waar het een drukte van belang is. En dat allemaal voor de overzichtsexpositie van zijn werk: grafiek, tekeningen, schilderijen en foto’s. Vooral de aanwezigheid van een groep pubers doet hem plezier. Plotseling komt een meisje op hem afstappen. „Meneer, hebt u dat zelfportret gemaakt met een spiegel of van een foto?” Westerik: „Bij zelfportretten gebruik ik altijd een spiegel.” Dat vindt hij nou een ’leuke vraag’. Het is wel eens aardig, merkt hij even later op, om tussen het publiek je eigen tentoonstelling te bekijken en te ondervinden hoe mensen erop reageren.

Niet dat Co Westerik (82) zich ooit iets heeft aangetrokken van de mening van het publiek, van deskundigen of wie dan ook. Zo kan hij zich nog als de dag van gisteren herinneren hoe geschokt er werd gereageerd op zijn schilderij ’Man in het water, vrouw in boot’ (1959), vanwege het weelderige okselhaar van de vrouw en het feit dat Westerik haar ene borst wat groter had afgebeeld dan de andere. Kritiek is voor hem nooit aanleiding geweest om zich te bezinnen op zijn stijl. Westerik is altijd onverstoorbaar zijn eigen gang gegaan, vanaf het moment dat hij in 1947 van de Academie in Den Haag kwam. Ook heeft hij nooit de behoefte gehad om zich aan te sluiten bij kunststromingen of zich het jargon van de kunstwereld aan te meten. Westerik zegt gewoon dat hij een schilderij of tekening mooi vindt. Een woord dat echte kunstkenners verfoeien. Die vinden een kunstwerk goed of slecht. Alleen amateurs en leken zeggen dat ze iets mooi of lelijk vinden. Westerik neemt ook regelmatig het woord ’leuk’ of ’lief’ in de mond. „Kijk, dat vind ik nou een leukerdje”, zegt hij, en blijft stilstaan voor de litho ’Nog 3 1/2 hapje...’ (1968) van een moeder die haar kind eten geeft en drieënhalve vinger opsteekt als teken dat het nog maar een paar hapjes hoeft te eten. Een alledaags tafereel, maar Westerik geeft er een bijzondere betekenis aan doordat achter het jongetje de schim opduikt van een reusachtige teddybeer die een schimmengevecht aangaat met de moeder.

Het werk van Westerik is niet in een kunsthistorische categorie onder te brengen. Op het eerste gezicht lijkt het realistisch, maar hij geeft er een speciale draai aan. Er zit altijd een vleugje surrealisme in doordat hij details verhevigt of opblaast. Het lijkt alsof hij de wereld door een vergrootglas bekijkt: disproportie is een belangrijk expressiemiddel van Westerik en dat maakt zijn werk zo indringend. Wat daar ook aan bijdraagt is de positie die hij kiest ten opzichte van zijn objecten. Soms is dat een kwestie van hoogte: hij kijkt bovenop de dingen, bijvoorbeeld op de kruin van een hoofd, die daardoor als een begroeide berg lijkt op te rijzen in het landschap. Of hij snijdt het landschap door, zoals bij zijn serie De Zwemmer.

Veel onderwerpen komen uit zijn eigen omgeving. Alledaagse dingen waar anderen niet bij stilstaan, boeien en verwonderen hem mateloos, zoals huid, vlees, gras en honden. Zijn beroemdste schilderij gaat over iets onbenulligs als het openhalen van je vinger aan een scherpe grasspriet, ’Snijden aan gras’ (1965). Dit doek bleek zo confronterend dat de Nederlandse Spoorwegen reproducties van dit werk moesten verwijderen uit de treinstellen, omdat veel passagiers zich er onbehaaglijk bij voelden.

Westerik is nog lang niet uitgekeken op het thema huid. „De huid is zo spannend omdat we alleen de buitenkant zien, terwijl er zich daaronder van alles afspeelt. Ik ben al gelukkig als ik daar een beetje meer van kan laten zien in mijn schilderijen.”

Het boeiende van deze expositie, het eerste grote overzicht sinds vijftien jaar, is dat ook zichtbaar wordt welke ontwikkeling Westerik heeft doorgemaakt. De donkere kleuren en harde lijnen in zijn vroege werk hebben plaatsgemaakt voor lichtere tinten en meer openheid. Zelf denkt hij dat dat de invloed van Frankijk is, waar hij al jaren een atelier heeft. De ene helft van het jaar werkt hij daar, de andere helft in Rotterdam. „Het licht is daar zo heel anders dan in Nederland.” Maar wat ook meetelt is dat hij in de loop der jaren milder is geworden. „Als je jong bent, wil je de dingen vaak heel stellig en met harde lijnen neerzetten.”

Een mooie illustratie daarvan vormen de twee schilderijen die hij heeft gemaakt van een soldaat. Op het eerste, uit 1972, zit de soldaat in het landschap met een nog rokend geweer. De blik in zijn ogen geeft de ontreddering en twijfels weer over wat hij zojuist heeft gedaan. De kleur donkergroen domineert het doek, dat door sommigen destijds werd gezien als een manifest tegen de oorlog, ook al had Westerik het niet met dat oogmerk gemaakt. In 1997 besloot hij die soldaat nog een keer te schilderen. Hoewel de kleuren op dit doek veel minder hard en donker zijn, komt de afwijzende houding van de soldaat duidelijker in beeld dan op het eerste schilderij. Westerik: „Als je het wat subtieler brengt, is het effect vaak groter.”

Op de tentoonstelling hangt ook een prachtig portret uit 1994 van de dit jaar overleden kunstverzamelaar Frits Becht, die al vanaf de jaren vijftig werk kocht van Westerik. „In het begin kocht hij soms op afbetaling. Later is hij schatrijk geworden. Het mooie van dit portret, dat ik Becht heb geschonken, is dat je de eerste sporen ziet van het afnemen van zijn krachten. Het verval is ingetreden. Ik vind dat het op deze tentoonstelling thuishoort, omdat hij een belangrijke rol in mijn leven heeft gespeeld.”

Het aardige van zo’n grote overzichtsexpositie is ook, vindt Westerik, dat hij werk terugziet dat hij jaren niet meer had gezien. Maar geen denken aan dat hij sommige tekeningen of schilderijen zelf weer zou willen hebben. „Je maakt ze toch in de eerste plaats om ze als een zendeling onder de mensen te verspreiden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden