OGENBLIK

H. C. ten Berge is dichter.

Een nauwgezette beschrijving van alles wat daarbij komt kijken, zou veel studie en een zee van woorden vergen. De totstandkoming van betekenisvolle klanken speelt zich immers af in een schemergebied tussen binnen en buiten. Enerzijds is er een tastbaar, denkend, menselijk lichaam nodig; anderzijds ongrijpbare materie die pas op de scheiding van binnen en buiten tot klinken wordt gebracht en van betekenis voorzien.

Hier schiet me een gedicht te binnen dat ik achttien jaar geleden hardop proevend heb geschreven. Ik werkte toen in Canada, waar ik enige tijd aan de kust van de dichtgevroren Hudson Bay rondzwierf. Het gedicht omsingelt dezelfde gedachte als de zojuist geopperde, zij het op een direct metaforische manier. Het bleek achteraf het eerste van een reeks verzen die 'Over de tong' zou gaan heten, en het ging als volgt:

Al wat men uitspreekt

of inslikt

heeft overnacht bij het lichtschuwe zintuig

dat achter de valse of vaste tanden

zijn vlezig bestaan in de schemering leidt

nadat het geleerd heeft

te spreken

verschanst het zich gaandeweg in zijn spraak

de mond verleent woorden

een schutkleur van eenvoud

die weer

bij wijze van spreken

gestalte geeft aan poezie

Nog denkend aan het grensgebied tussen besneeuwde toendra en bevroren zee, en tegelijkertijd bezig met de trits van taal, mond en tong - zoals ook toen - ontsnapte zoeven een raadselachtige zin aan de keel die mij al vijf decennia onschatbare diensten bewijst. Hij luidde aldus: "Wat toen de toekomst was, is nu verleden."

Het is een uitspraak, even simpel als veelomvattend. De constructie moge eenvoudig lijken, wat hij oproept vertegenwoordigt een wereld: een wereld van beelden, woorden, ervaringen, indrukken, waarnemingen. En waar komt die zin vandaan? En wat moet ik ermee aan?

Waar hij vandaan komt staat me wel voor de geest. Wat ik ermee aan moet is een andere kwestie. Ik ervaar de zin als raadselachtig door zijn inhoud, die - als ik hem ten volle tot mij laat doordringen - een noodlottig karakter draagt. Immers, op ieder moment van de dag en de nacht vindt de omslag van toekomst naar verleden plaats (zoals op ieder moment van het actieve spreken de omslag van binnen naar buiten, van ongevormd naar gevormd, van betekenisloos naar betekenisvol plaatsgrijpt).

Wat zojuist nog voor mij lag bevindt zich nu al weer achter mij. Er is geen houden of ontkomen aan. Het ogenblik is even vluchtig en ongrijpbaar als ongenaakbaar. Soms lijkt het erop alsof ik slechts uit geschiedenis besta. De toekomst is een fictie, een abstractie. Het verleden echter heeft zich vastgehecht aan plaatsen en gebeurtenissen. Ongeacht het waarheidsgehalte van wat ik me herinner, kan ik het 'daar en toen' innerlijk in beeld brengen en woordelijk activeren, zo lang ik nog bij zinnen ben.

Wie zich van seconde tot seconde bewust is van de ononderbroken omslag in tijd, raakt verlamd van schrik, onmacht, verwondering. . . Zou iedereen op hetzelfde ogenblik door dat besef getroffen worden, het openbare leven kwam tot stilstand en de mensen zouden perplex voor zich uitstaren. Gebeurde het maar eens. Het lijkt me een heilzaam incident dat door grofstoffelijke figuren als een ramp zal worden ervaren: een heel volk laat en bloc zijn bezigheden in de steek, omdat het voor een breuk staat, een afgrond, de eigen afgrond. Alsof Het Uur U van Nijhoff plotseling werkelijkheid wordt. . .

Men was als 't ware, aan boord

van een opgegeven schip,

waar men de verdwijnende stip

naoogt der reddingsboot: ..)

Zo zakte, achter elk raam,

in de spiegelgladde vloed

een mens zijn beeld tegemoet -

Er doet zich een ravijn van angst en onbepaaldheid voor, dat niet wordt gedempt met het vormeloze puin van nerveuze handelingen en gemier, bestemd om de diepste gewaarwording van tijd te verdoven of verdonkeremanen. Zowel de angst voor de melancholie als die voor gevoelens van vergeefsheid staat ieder levensgroot voor ogen; de angst ook voor de leegte en het nutteloze van een bestaan dat onherroepelijk voorbijgaat.

De toekomst is er niet; alles wordt beheerst door het verleden en het telkens ontsnappende ogenblik. Dat hebben we te danken aan een lineair tijdsbesef, dat zoveel grimmiger is dan de cyclische tijdsbeleving zoals de schriftloze volken die kenden. Daarin was plaats voor geboorte en wedergeboorte, alsmede voor de idee van de eeuwige droomtijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden