Ogen en oren te kort bij de Wereldband

De Wereldband. (FOTO MAARTEN VAN DE KROL)

’Kopmannen’ van de Wereldband (Willem van Baarsen, Rogier Bosman, Sanne van Delft, Ro Krauss, Stanislav Mitrovic en Tim Satink). Regie: Caspar Nieuwenhuis. Te zien: maandag 21 t/m vrijdag 25 december in de Kleine Komedie in Amsterdam. Tournee t/m 27 maart. Info: www.wereldband.eu

Het begin van ’Kopmannen’ van de Wereldband is surrealistisch: een man met een Magritte-achtige bolhoed zit vooraan in de zaal en kijkt strak naar een uitvergroting van zijn silhouet op het voordoek. Ervoor staat een theremin – een soort gevoelige antenne waar geluid uit komt door handbewegingen te maken – die de man (Rogier Bosman) virtuoos weet te bespelen, blijkt later.

Als het doek uiteindelijk opengaat, waan je je in een gekkenhuis met witte stapelbedden. De muzikanten gaan in het wit gekleed en de stagehands, die de instrumenten op en af brengen, zijn in zuster- of verplegerkostuum gestoken. Het heeft iets beklemmends. De mannen praten nauwelijks, maar spelen des te meer. Alsof – soms letterlijk – hun leven ervan afhangt.

Het cabareteske muziektheatergezelschap heeft een reputatie opgebouwd qua aantallen instrumenten. Waren het er in hun vorige show ’Keet’ nog vijftig, nu pakken de mannen uit met een indrukwekkende 99 instrumenten. Dat gaat van vier ’simpele’ maar spierwitte basgitaren tot een guozheng, een Chinees snaarinstrument. Verder viool, bas, drums, bandoneón, trombones, noem maar op. Op die enorme hoeveelheid instrumenten wordt gemusiceerd dat het een lieve lust is. Vol energie buitelt het zestal van het ene lied in het andere. De muzikale stijlen gaan ook van de ene kant van het spectrum naar de andere kant. Rock, tango, country, Slavische melodieën en een Japanse karateversie van Brels ’Ne me quitte pas’ die moeiteloos wordt omgetoverd in een latin-sambaversie. Hilarisch en heel erg knap. Dat geldt ook voor een semi-Oudhollands zingzegversje over ’de zuster van Toos’, ’de dochter van Jet’ en ’de zwager van Cor’. Gelegenheidsspreekstalmeester Willem van Baarsen is op dreef als hij een mengeling van Duits, Fins en Nederlands onverstaanbaar de zaal in strooit.

De zes mannen van de Wereldband komen uit verschillende hoeken: pop, jazz, klassiek en wereldmuziek. Ze hebben in binnen- en buitenland getoerd met onder meer Sexteto Cayengue van Carel Kraayenhof en Wende Snijders. Wat ze gemeen hebben is een gedegen conservatoriumopleiding én een theatrale honger naar instrumenten, teksten en muziekstijlen. Of het nu om een Frans liefdesliedje uit de Middeleeuwen gaat of poëzie van W.H. Auden en Alexander Poesjkin – ze maken er muziek op. Ook eigen teksten en composities passeren de revue en daarmee wordt de veelzijdigheid van de Wereldband alleen maar bevestigd.

Tussen de muziekstukken door, maar vaker tegelijkertijd, zijn er grappige fysieke sketches te zien. Je komt bijna ogen en oren te kort. Na regisseurs als Karel de Rooij (Mini) en Martin van Waardenberg, koos de Wereldband nu voor Caspar Nieuwenhuis, een muziektheaterregisseur. Hij schreef een heel script voor de mannen en zo ziet de voorstelling er ook uit. Geen beweging lijkt per ongeluk, zelfs changementen zijn prachtig ’doorgecomponeerd’ en gechoreografeerd. Maar de mannen zijn geen begenadigde acteurs, niet allemaal althans, en dat wreekt zich hier en daar. Hun enthousiasme maakt gelukkig een hoop goed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden