Offline in Havana

Reizen in Cuba wordt met de dag gemakkelijker, dankzij de snelle groei van het aantal eettentjes, pensions en particuliere taxi's. Wat blijft is de totale afwezigheid van internet en de mobiele telefoon.

Als een slagschip dobbert mijn taxi, een rode Chevrolet anno 1958, richting het centrum van Havana. Uit de boxen spat een oorverdovende Cubaanse reggaeton. De chauffeur stopt bij iedere hoek voor nieuwe passagiers, die hij dankzij de herrie van zijn eigen radio nauwelijks kan verstaan. We naderen het centrum van wat ooit de Parel van de Cariben werd genoemd. Aan weerszijden van de straat herinneren vervallen herenhuizen met afgebladderde muren, steunend op metershoge pilaren aan betere tijden; gehavende getuigen van vergane glorie. De communistische regering slaagt er niet in de monumenten te onderbehouden. Al kun je ook zeggen dat Havana de commercialisering bespaard is gebleven, die andere wereldsteden heeft aangevreten met moderne hoogbouw en lichtreclames.

De rit eindigt bij de Boulevard San Rafael, een van de bekendste winkelstraten in het centrum. Vervallen staatswinkels en moderne westerse modezaken wisselen elkaar af. Bij een sportwinkel van Adidas lummelen Cubaanse jongeren rond; bermudabroeken, korte mouwen en donkere zonnebrillen. Het zijn de zelfverklaarde toeristengidsen, sigarenritselaars en andere scharrelaars die op hun manier wat dollars mee- pikken van de miljoenen toeristen die Cuba bezoeken. Er is meer leven dan tijdens mijn laatste bezoek, een paar jaar geleden. De diepe economische crisis is minder zichtbaar, de etalages zijn voller, net als de terrassen. Een deel van de Cubanen heeft meer geld te besteden.

Dankzij een nieuwe wet zijn sinds ruim een jaar honderdduizenden in het hele land een eigen zaakje begonnen - en niet zelden in de toeristensector, waar het meeste te halen is. Voor de Cubanen is het een kwestie van overleven; voor de reiziger is het een zegen. Het aantal paladares, Cubaanse eethuisjes, is verdubbeld. Op straathoeken staan ineens vrolijke taxichauffeurs, sinds kort zelfstandig ondernemer: "Ritje?" Vroeger mochten toeristen in veel taxi's alleen stiekem mee, afrekenen moest buiten het zicht van de politie. Nu hebben ze een vergunning. En overal is koffie. Cubaanse moekes verkopen door het raam van hun keuken broodjes aan passanten. Een groot verschil met een paar jaar geleden en al helemaal met de jaren negentig, toen je als buitenlander bij je ontbijt stiekem broodjes uit het hotel moest smokkelen om later op de dag een lunch te hebben. Het vinden van een goede en betaalbare slaapplaats is kinderspel geworden. De stad hangt vol met de blauwe bordjes van de casas particulares, de Cubaanse variant op bed&breakfast. De prijs schommelt rond de 20 euro, de kwaliteit varieert, maar zonder uitzondering geven ze een uniek inkijkje in het dagelijks leven van een Cubaanse familie.

Verderop begint het doolhof van Habana Vieja, de oude stad, waarin je uren kunt dwalen door haveloze, vrijwel autoloze straten. In het koloniale gedeelte worden emblematische, maar totaal vervallen monumenten in oude luister hersteld. Verwaarloosde pleinen veranderen in juwelen. De toeristen die daar weer op afkomen genereren nieuwe inkomsten die deels weer worden gestoken in de restauraties. Wat elders in Cuba niet te krijgen is, vind je hier, in de levendige Calle Obispo. Een zwaar bewaakte telefoonwinkel met moderne mobieltjes en telefoonkaarten laat klanten een voor een binnen. Zwarte muzikanten vermaken toeristen met het repertoire van Buena Vista Social Club. Bij het wisselkantoor staan rijen Cubanen om geld te wisselen en buitenlanders om het op te nemen. Ook dat is drastisch veranderd. Vroeger hadden Cubanen peso's en toeristen dollars - nu vervangen door CUC, de Cubaanse equivalent voor de dollar. Tegenwoordig loopt iedereen met twee valuta's op zak en betaalt met CUC waar het moet en met de peso waar het kan. De peso is vrijwel niets waard waardoor typische peso-artikelen als ijs, koffie of sigaren voor westerlingen bijna gratis zijn.

De ongelijkheid tussen buitenlanders en de lokale bevolking is er niet kleiner door geworden. De vele Cubanen die alleen peso's verdienen, betalen het gelag. Toch is er een ding waar zelfs de toerist niet onderuit komt: de digitale prehistorie. Internet is er alleen in toeristenhotels, in de trage versie voor 6 tot 8 dollar per uur - voor veel Cubanen een half maandloon. Dat maakt internet voor de meesten een verre droom. De regering geeft de schuld aan het Amerikaanse handelsembargo. In werkelijkheid is de internet-schaarste bedoeld om een staatsmonopolie te houden op informatie. Om dezelfde reden zijn ook buitenlandse kranten vrijwel nergens te krijgen, ondanks tientallen internationale toeristenvluchten per dag.

Voor informatie of bellen biedt ook de smartphone geen oplossing. De kosten voor roaming (het binnenhalen van digitale informatie) zijn zo exorbitant hoog dat er maar een ding op zit: het ding uitzetten en voor één keer genieten van een offline bestaan.

De reisgids voorbij
Een kijkje achter de schermen en in het leven van de gewone Cubaan biedt het boek 'De Ritselaars van Havana' (Podium, 2005) van Trouw-correspondent Edwin Koopman.

De best geïnformeerde webpagina voor politieke en maatschappelijke ontwikkelingen op Cuba is informatiecuba.wordpress.com. Communistische solidariteit met de Castro's is nog te vinden op www.cubadefend.nl. Wie de Spaanse taal beheerst is www.desdecuba.com een aanrader, met nieuws en opinie van kritische Cubaanse journalisten, onder wie de bekende dissidente blogster Yoani Sánchez.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden