OFFICIEEL ORGAAN VAN HET NEDERLANDS GENOOTSCHAP TER BEVORDERING EN VERBREIDING VAN NUTTELOZE KENNIS. OPGERICHT 14 JULI 1989 TE AMSTERDAM. VOORZITTER:JAN KUIJK, SECRETARIS/PENNINGMEESTER: RUUD VERDONCK, LID: ROB SCHOUTEN. 4e JAARGANG NUMMER 7

Wie het ook wordt op die traditionele eerste dinsdag na de eerste maandag in november 1), morgen dus, hij zal met zijn gezin naar het Witte Huis moeten, zoals alle Amerikaanse presidenten voor hem. Behalve dan de eerste, George Washington, en die ene die niemand kent en die op geen enkel gangbaar lijstje van Amerikaanse presidenten prijkt: David Rice Atchison, president van de Verenigde Staten van 4 tot 5 maart 1849 (tenminste als we 'The Complete Unabridged Super Trivia Encyclopedia' mogen geloven die op pag. 550 beweert dat we Atchison, als interim voorzitter van de Senaat, gedurende die ene dag tussen het aftreden van president James K. Polk en het aantreden van president Zachary Taylor, virtueel als president moeten beschouwen).

ROB SCHOUTEN; MONIC SLINGERLAND

Andere presidenten die niet uitbundig van het Witte Huis profiteerden waren Wiliam Henry Harrison, die op de dag van z'n inaugurele rede een longontsteking opliep, waaraan hij een maand later bezweek, alsmede de familie Truman, die drie van de zeven hun beschoren presidentiele jaren hun ambtswoning vanaf een huis aan de overkant moesten gadeslaan, omdat het Witte Huis gerenoveerd werd.

'The great white sepulchre of ambitions and reputations', noemde Truman het gebouw, maar met het oog op morgen willen wij hier graag de meer huishoudelijke geschiedenis van het Witte Huis geven.

Modderpoel

First ladies opgelet! De eerste president van de VS legde ook de eerste steen voor het nieuwe gebouw, in 1793, dat in de nieuwe, naar hemzelf genoemde stad Washington lag. Washington stelde toen nog niet veel voor. Een 'hoofdstad van miserabele hutten' en een 'modderpoel', was het oordeel van de congresmannen. Buitenlandse vertegenwoordigers kregen zelfs een soort smartegeld als ze naar Washington moesten verhuizen.

De eerste president die in het (toen nog grijswitte) Witte Huis kwam te wonen was Washingtons opvolger John Adams. Zijn vrouw, Abigail Adams, vond het maar een oncomfortabele woning. Mrs. President, zoals ze vanwege haar overheersende karakter werd genoemd, werd een voetnoot in de Amerikaanse geschiedenis omdat ze als eerste en laatste First Lady de 'East Room' van het huis gebruikte om de was van het hele gezin Adams te drogen.

Een volgende kleurrijke bewoner van het Witte huis was James Monroe. Hij en zijn vrouw betrokken het (nu echt witte) pand na de restauratie in 1814 (de Engelsen hadden het dat jaar verwoest). Om het opnieuw in te richten kregen de Monroes van het Congres 20 000 dollar waar ze voornamelijk Frans antiek voor kochten. Intussen haalden ze het meubilair uit hun vorige woningen en verkochten het aan de VS-regering voor gebruik in het Witte Huis. Maar omdat ze volgens eigen zeggen met de ouwe spulletjes het huis niet vol kregen, kwam het Congres het jaar daarop met nog eens 18 000 dollar over de brug, waarvan het meeste eveneens in de presidentiele portemonnee verdween.

Monroe en zijn vrouw keken niet op een dubbeltje, getuige het feit dat alleen al voor de verlichting van de linnenkamer dagelijks voor honderd dollar kaarsen werden gebruikt. Na zijn ambtstermijn hield het boze congres dan ook 53 000 dollar op het salaris van Monroe in.

Dansen

Een van zijn opvolgers, president James K. Polk, een methodist, verbood het drinken en dansen in het Witte Huis. Zelfs bij zijn inaugurele rede was de ambtswoning drooggelegd. Ook mevrouw Abigail Fillmore, de vrouw van president Millard Fillmore, deed van zich spreken. Zij verklaarde niet te willen wonen in een huis zonder bijbel en bad. Waarop het Congres voor een bibliotheek en een waterleiding door het hele huis zorgde.

De eerste centrale verwarming in het Witte Huis kwam tijdens de ambtsperiode van Fillmore's opvolger Franklin Pierce. Ook onder zijn presidentschap was het er een sombere bedoening. Zo droeg mevrouw Pierce gedurende de hele ambtstermijn van haar man zwarte rouwkleding, wegens het overlijden van haar enig overgebleven zoon.

Pierce's opvolger James Buchanan (een verstokte vrijgezel, die als eerste geen 'First Lady' meebracht, maar een gedienstige nicht), had het in het Witte Huis evenmin naar z'n zin. Bij de verhuizing moet hij tegen zijn opvolger Abraham Lincoln gezegd hebben: 'If you are as happy, my dear sir, on entering this house as I am on leaving it and returning home, you are the happiest man in the country.'

De echtgenote van Rutherford B. Hayes, was degene die de traditie van het 'egg-rolling' met Pasen van het gekwelde gras voor het Capitool overhevelde naar het Witte Huis. Haar bijnaam 'Limonade Lucy' had ze aan een andere eigenschap te danken, namelijk het hernieuwde verbod op het serveren van spiritualien in haar huis.

Franse kok

Twee presidentschappen later stuiten we op Chester A. Arthur, die zo'n beetje de hele inboedel van het Witte Huis verkocht en het naar zijn eigen smaak 'victoriaans' inrichtte. Ook liet hij de eerste lift aanbrengen en de badkamer uitgebreid renoveren. Voor de diners die hij dacht te geven nam hij zelfs een Franse kok in dienst.

Ongetwijfeld de benauwdste presidentiele familie die het Witte Huis bewoonde was die van Benjamin Harrison. Tijdens zijn ambtsperiode werd, in 1890, electriciteit aangelegd. Maar de president en zijn vrouw waren doodsbang voor de nieuwe uitvinding, niet in het laatst omdat in die tijd ook de eerste electrische stoel in gebruik genomen werd. Mevrouw Harrison durfde, uit angst geelectrocuteerd te worden, de lichtknoppen nauwelijks te bedienen, en het schijnt dat in hun tijd alle lampen dag en nacht aanbleven, zelfs die in de echtelijke slaapkamer (een verhaal dat in schril contrast staat met dat van de Abessijnse keizer Menelik, die in datzelfde jaar 1890, besloot een drietal electrische stoelen uit Amerika te laten komen, als bijdrage aan de modernisering van zijn land. Toen de zetels arriveerden kwam Menelik tot de ontdekking dat ze iets nodig hadden wat zijn land niet bezat, namelijk electriciteit, waarna hij er een tot troon liet ombouwen).

Luxurysize

Een volgende substantiele bijdrage aan het interieur kwam van president William H. Taft. Als dikste Amerikaanse president ooit (zo'n 150 kilogram) liet hij een 'luxurysize' bad aanrukken. Volgende presidenten hielden het soberder. De Trumans kregen zelfs tegen hun zin te maken met een bijna zes miljoen dolar kostende renovatie (ook het presidentiele salaris ging ongevraagd omhoog).

Het laatste presidentspaar dat inzake de inrichting van het Witte Huis opschudding veroorzaakte waren de Reagans, die de bestaande faciliteiten verrijkten met grote hoeveelheden porcelein. Over de contributie van de familie Bush aan het interieur zal wellicht de familie Clinton weten te berichten, maar misschien slagen de huidige bewoners erin het nog vier jaar geheim te houden.

Rob Schouten

1) Dus niet de eerste dinsdag in november, al zal het daar meestal, zoals dit keer, wel op neerkomen. Niet echter wanneer in een verkiezingsjaar 1 november op een dinsdag valt. Dat is het geval in het jaar 2000.

Aan welke eisen moeten gedichten voor kinderen voldoen ?

De jonggestorven Nederlandse dominee-dichter De Genestet (18291861) wist het wel. Zijn uitgesproken opvattingen zette hij uiteen in de voorlezing 'Over kinderpoezij', die in 1858 voor het eerst in druk verscheen. De Genestet verwerpt hierin de dichtkunst van de ongekroonde koning van de Nederlandse kinderpoezie, Hieronymus van Alphen, ('Jantje zag eens. . .' en 'Mijn leren is spelen. . .'). De Genestet gruwt bij Van Alphens regels:

Vader leeft met onze moeder

altoos vergenoegd en blij

o. hoe lieven zij elkander

nimmer knorren zij als wij.

Hypocriet, dat worden kinderen die teveel Van Alphen lezen, vond hij. "Ouders, past op voor de 'Hieronymusjens'."

De kindergedichten van Van Alphen missen het naieve uit de kinderfantasie, vindt De Genestet. Ze zijn te redenerend, te deftig, te zoetelijk, te verheven. Ze hebben iets "dat de hollandsche jongen saai noemt en flauw; of ook iets onkinderlijks dat hij volstrekt niet begrijpt." Een dichter van kinderpoezie moet van stoeien houden, en De Genestet kon zich niets voorstellen bij een Van Alphen die krijgertje speelde.

Ware kinderpoezie, volgens De Genestet, dat is poezie die "uwe oren kluistert, uw hartje kloppen doet, - en wie u kent, weet, gij zijt gevoelig voor vrolijk rijm en huppelende maat! - poezie die niet alleen uw gemoed stemt en treft, maar ook tegelijk uw fantasie ontwikkelt (dat doet Van Alphen nooit!) uw vernuft scherpt, uw geest bezielt; poezie die u niet tot zoete, schoolse knapen, tot ondenkbare engeltjes opleiden wil, maar u vormen kan tot frisse, wakkere jongens, vol edel gevoel, vol levensmoed en list en kracht."

Wijsgeertje

Vooral de fantasie was volgens De Genestet belangrijk, want een jongen van zeven die al niet meer in sprookjesfiguren gelooft "wordt stellig een wijsgeertje, misschien een ongelovige, een materialist" .

Veel enthousiaster dan over Van Alphen is De Genestet over Hildebrand, alias Nicolaas Beets. "Hij zou zo'n mannetjen van Van Alphen misschien wel met plezier eens een blaauw oog slaan, des noods twee, liever dan hem tot exempel te kiezen !"

De door De Genestet aangehaalde en geprezen Nicolaas Beets liet zich ook over Van Alphen uit. In 'De Verscheidenheden', meest op letterkundig gebied, staat het verslag uit 1865 van een fictief gesprek van Beets met een zekere Crito. Beets klaagt dat iedereen zich tegenwoordig met kinderen bemoeit en vreest dat er naast kinderbals, kinderzendingsgenootschappen en een kindercourant, binnenkort zelfs kinderkoffiehuizen zullen verschijnen.

Voordeel

Maar het voordeel van deze op kinderen gerichte tijd, is, volgens Beets, dat er betere kinderboeken zijn dan tevoren. Zijn fictieve gespreksgenoot betreurt, dat de overigens geprezen kinderpoezieschrijver Goeverneur in zijn gedichten de verschrikkelijke woorden Jemini, Joosje en Waarempel gebruikt. Nu kunnen de kinderen zich op het gedrukte woord beroepen wanneer ze zich in het bijzijn van hun ouders op de duim slaan.

Over de kindergedichten van Van Alphen is Beets niet zo erg te spreken. Hij vindt ze pedant en verouderd, de taal ervan stijf en afgemeten, en vreest dat ze uit de herinnering zullen verdwijnen.

Dat is toch niet gebeurd. De Camera Obscura moet nog steeds concurreren met de pruimen van Jantje.

Monic Slingerland

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden