Of de prins zo goed wilde zijn het huis te verlaten

HAARLEM, AMSTERDAM - De toenmalige koningin Juliana wilde in 1956 prins Bernhard paleis Soestdijk uitzetten. Na acht jaar van conflicten was de situatie daar zo uit de hand gelopen dat de vorstin haar man vroeg “of hij zo goed wilde zijn het huis te verlaten”.

De reactie van de prins op dat verzoek was dat hij daar niet over piekerde. Als zijn vrouw wilde dat hij paleis Soestdijk verliet, dan zou ze hem het huis uit moeten laten dragen. Aanleiding tot het slepende conflict dat de koninklijke familie en de hofhouding onderling in staat van oorlog bracht, was de gebedsgenezeres Greet Hofmans. Zij vertelde Juliana dat Bernhard op haar geld uit was en nog andere criminele feiten had gepleegd.

De toenmalige koningin geloofde Hofmans onvoorwaardelijk, ook dat Bernhard een complot tegen haar smeedde en haar wilde laten afzetten om Beatrix op de troon te krijgen. Juliana zou niet in staat tot regeren worden verklaard, de nieuwe koningin Beatrix zou als een marionet gaan fungeren. In werkelijkheid zouden Bernhard en zijn moeder Armgard het heft in handen nemen; vandaar dat Armgard volgens Greet Hofmans ook een kwade genius was. Dat was de reden dat Juliana en Armgard elkaar openlijk de oorlog verklaarden.

Deze saillante gegevens over de periode dat Hofmans achter de schermen op Soestdijk veel zaken naar haar hand zette, komen van niemand minder dan prins Bernhard zelf. Het Haarlems Dagblad publiceerde er afgelopen zaterdag uitgebreid over. De journalist Arthur Maandag haalde zijn materiaal in Amerika uit het archief van de enige jaren geleden overleden Amerikaanse schrijver Alden Hatch. Deze voerde in het begin van de jaren zestig uitgebreide gesprekken met Bernhard voor een biografie over hem.

Bernhard vertelde Hatch ook tal van details over de Hofmans-affaire die de toenmalige Nederlandse regering in de doofpot had gestopt, omdat zij de mening van Juliana deelde dat het hier om prive zaken ging. Ook voor Hatch gold dat alles wat met medewerking van leden van de koninklijke familie in de openbaarheid komt, eerst door veel zeven moest. De Bernhard-biografie werd aan alle kanten gecensureerd. De prins en zijn toenmalige secretaris dr. F. A. de Graaff voerden daarover een uitvoerige correspondentie met Hatch in brieven en telegrammen. Hatch legde zijn gesprekken met de prins via een bandrecorder vast. Zijn uitvoerige archief bracht hij onder in de universiteitsbibliotheek van Gainesville (Florida).

Vorig jaar verscheen een boek van Bob de Graaff over de King Kongaffaire. Arthur Maandag: “Dat boek zette mij op het spoor van Alden Hatch, met name de voetnoot waarin hij verwees naar de zogenoemde 'Hatch-papers'. Toen ik dit voorjaar in Amerika was, besloot ik eens te gaan neuzen in dat Hatch-archief. In Gainesville zetten ze mij vijf archiefdozen voor gevuld met materiaal dat betrekking heeft op de Bernhard-biografie. Daarin trof ik zes banden aan waarop de gesprekken met de prins waren vastgelegd en verder aantekeningen, telexen en originele brieven van de prins, aan Hatch geschreven. Ik mocht alles inzien en naar goeddunken kopieren.”

Lawine

Over King Kong vond Maandag geen materiaal dat een nieuwe kijk op die affaire geeft. Wel trof hij een 'lawine' aan gegevens aan over andere affaires met betrekking tot de koninklijke familie.

Arthur Maandag zegt lang niet alles te hebben gepubliceerd wat hem onder ogen is gekomen. “We hadden het veel erger kunnen maken, maar we hebben rekening gehouden met de nog levende hoofdpersonen.” Maandag citeerde prins Bernhard wel letterlijk, dat het “waanzinnige jaren” waren: “Ze waren voor mij een uitstekende leerschool. Iedereen leert in tijden van crisis. Zo zei mijn vrouw vaak: 'Ik wou dat ik mijn been brak, zodat ik je kan laten zien dat God mijn been met behulp van mevrouw Hofmans weer zou genezen. Ik zou nooit naar een dokter gaan.' Juliana hield dokters weg van Soestdijk. Zij stond in dat verband niet toe dat onze dochters werden ingeent tegen difterie, pokken of wat dan ook. Alles wat met dokters te maken had, was taboe. De oudere kinderen zeiden: 'Pappie zorg voor een dokter, want wij willen niet door domheid sterven.' Het lukte me niet de jongste (prinses Christina, toen nog Marijke) ingeent te krijgen, maar de andere kinderen kregen allemaal hun injecties. Ze stonden allemaal aan mijn kant. Alleen het kleintje, daar kon ik niets voor doen.”

Bernhard had het bijzonder moeilijk met het feit dat zijn vrouw meer geloof hechtte aan buitenstaanders dan aan hem. De prins wijt die houding aan de opvoeding van Juliana. “Als enig kind heeft zij een bijzonder ongelukkige jeugd gehad. De opleiding die ze van haar moeder kreeg, was grotendeels gericht op: 'Je zult later regeren. En alles wat je doet moet goed zijn' - op die manier. Oudere dames sprongen overeind als zij als vijfjarige de kamer binnenkwam. Daardoor voelde zij zich natuurlijk afschuwelijk. Zo was Juliana jaloers op Beatrix, omdat zij in Leiden echt kon studeren. Dat had Juliana ook graag gewild, maar Wilhelmina stak daar een stokje voor. Dat ze geen echte graad maar een eregraad kreeg, heeft haar altijd dwars gezeten.

Plotseling komt daar dan een vrouw die zegt: 'Het is allemaal goed. God heeft u tot de beste koningin gemaakt die enig land ooit heeft gehad. Uw beslissingen zijn goed, wat u ook zegt. Ik zal het God vragen en vanavond of morgen krijgt u antwoord, wat u ook wilt weten.' Dat gaf haar het zelfvertrouwen dat ze zo miste. Vervolgens kregen deze mensen zo'n vat op haar dat ik het alleen maar kan verklaren als een soort hypnose. Geen logisch of menselijk argument drong nog tot haar door. Het was hopeloos.” Dat verklaart volgens Bernhard dat Juliana zich jaren later niets meer kon herinneren van het gebeurde. “Ze is net een persoon die wakker is geworden.”

Greet Hofmans kwam in de zomer van 1956 in het nieuws nadat de problemen aan het hof door toedoen van Bernhard in de openbaarheid waren gekomen. De prins wilde een einde maken aan alle spanningen en de regering de kwestie voorleggen. Buitenlandse kranten kregen daar lucht van, met het Duitse Der Spiegel voorop. Dat blad publiceerde op 13 juni 1956 allerlei details over de vrouw die Juliana in haar macht had gekregen.

Rasputin

De Nederlandse regering wist verspreiding van het Spiegel-nummer, waarin onder het motto 'Een Rasputin aan het hof' breed werd uitgemeten over de dramatische gebeurtenissen waarvan Nederland geen weet had, in ons land te verbieden.

De Nederlandse kranten zelf lieten zich muilkorven. Pas toen koningin en prins drie wijze mannen als adviseurs aantrokken (de oud-premiers Beel en Gerbrandy en de voormalige gouverneur generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer), kwamen er bescheiden berichten in de Nederlandse pers. De zaak leek met een sisser af te lopen, toen de 'Commissie van drie' zo snel werkte dat Soestdijk op 24 augustus 1956 een verklaring uitgaf, waarin koningin en prins de drie bedankten voor hun waardevolle adviezen en zeiden de toekomst 'met vertrouwen tegemoet te zien'.

Dat was slechts schijn. In oktober 1956 barste de stortvloed van publiciteit pas echt los. Dit keer waren het Engelse kranten die bijzonderheden over de gang van zaken aan het Nederlandse hof publiceerden. Het gevolg daarvan was dat diverse leden van de hofhouding het veld moesten ruimen.

Prins Bernhard vertelde Hatch hoe hij Greet Hofmans, die hij overigens zelf aan het hof had geintroduceerd als een van de laatste redmiddelen om het gezichtsvermogen van zijn jongste dochter te verbeteren, twee jaar het voordeel van de twijfel gunde. Hij had haar tuk toen zij inging op zijn vraag of ze met haar gebeden ook iets kon doen om de slechte resultaten van twee van zijn springpaarden te verbeteren. Hofmans ging daarop in, de prins moest haar in een enveloppe van elke paard wat haar brengen. Daarmee zou zij met God in contact treden. Het antwoord kwam ook nu spoedig. God had haar duidelijk gemaakt dat met name speciale voeding de zaak kon verbeteren. Bernhard zei daarop: “Nu heb ik u beet. Dit is godslasterlijk. U kunt uw gave, als u die tenminste heeft, niet misbruiken voor plezier en sport. Dit is voor mij het onomstotelijke bewijs dat u een charlatan bent!”

De prins besprak met Hatch ook de moeilijke financiele positie van de koninklijke familie in de na-oorlogse jaren. De Oranjes waren rijk aan bezittingen, maar daar konden ze niet aankomen, dat waren meer museumstukken. Bij overlijden van koningin Wilhelmina, Juliana en hemzelf zouden de leden van de Oranjefamilie een gigantisch bedrag aan successierechten moeten betalen. Reden voor Bernhard een levensverzekering af te sluiten op zijn schoonmoeder koningin Wilhelmina.

Dieptepunt

De prins zette zich intensief in om een goede regeling van de grond te krijgen. In 1972 kwam die er ook: de Oranjebezittingen werden in stichtingen ondergebracht. Was Nederland voordien een republiek geworden - en op het dieptepunt van de Hofmans-affaire waren de Oranjes daar bang voor -, dan zou de Nederlandse staat het koningshuis financieel niet in de kou hebben laten staan. Daarover werden in het geheim sluitende afspraken gemaakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden