Review

Oei! Wat groeit het gele gevaar snel!

Boeken over China zijn er in drie soorten. Er zijn er die China ophemelen als het land van de ongekende mogelijkheden - dat zijn de meeste. Andere schilderen China als vanouds af als 'het gele gevaar' - daarin excelleren Amerikaanse auteurs. De derde categorie is de Koude Oorlog voorbij zonder overdreven onder de indruk te zijn van de double digit growth - geschreven door auteurs die het hoofd koel houden.

Het publiek is maar matig geïnteresseerd in de nuance en al helemaal wanneer het China betreft. We willen alles weten over 'de kansen en de gevaren' en 'wat China voor ons betekent'; we willen weten of China 'de wereld gaat domineren', of we onze baan zullen behouden en of we Chinese producten moeten kopen (al doen we dat al jaren). We willen de informatie het liefst in hapklare brokken. En auteurs leveren wat we willen. Bezonken boeken over China moet je daarom zoeken met een vergrootglas.

Ted Fishman gebruikt als ondertitel voor zijn boek 'China Inc.': 'Hoe de opkomst van de nieuwe supermacht Amerika en de wereld uitdaagt'. Oded Shenkar zet op het omslag van zijn boek 'The Chinese Century': 'De groei van de Chinese economie en de gevolgen voor de wereldeconomie, het machtsevenwicht en uw baan'.

Elizabeth Economy's boek 'The River Runs Black' (ondertitel in vertaling: 'De ecologische uitdaging aan China's toekomst') verraadt in die ondertitel nou net niet dat de Chinese milieuvervuiling catastrofale gevolgen heeft voor óns. Maar dat is juist een boek dat iedereen die klaarstaat om naar China te vertrekken onmiddellijk zou moeten aanschaffen. Zo is het nuttig te weten dat uw kinderen, mocht u die willen meenemen, in de grote boze Chinese stad waar die ongekende mogelijkheden op u liggen te wachten, met een dagje ademhalen eigenlijk twee pakjes sigaretten hebben gerookt.

Geen land waarover zo generaliserend wordt geschreven als over China. Inmiddels is zo'n beetje iedereen er wel een keertje geweest of van plan ernaartoe te gaan, en dus wemelt het van de China-kenners. Wat dat betreft is de voormalige effectenhandelaar Fishman kampioen. Hij heeft China in maar liefst twee keer twee maanden 'gedaan' en schreef er opmerkelijk genoeg een behoorlijk boek over. Wie bereid is te kijken en te luisteren kan blijkbaar een heel eind komen.

Nu richt Fishman zich, zoals hij op het omslag al aankondigt, vooral op de gevolgen van de opkomst van China voor de Amerikánen. Maar zijn stijl van schrijven is zo prettig dat het ook voor ons aardig is om mee te luisteren.

Fishman is geen echte China-basher maar hij wil zijn mede-Amerikanen wel vertellen dat ze hun bedoening eigenlijk net zo goed kunnen opdoeken. Want tegen de opkomst van China is geen kruid gewassen, dat is de teneur: ,,Amerikaanse bedrijven die niet kunnen leveren tegen 'de Chinese prijs' staan voor de keuze: ten onder gaan of een nering opzetten in China.'' De meesten kiezen voor optie twee. Maar ook daar loert het gevaar. De Chinezen zijn goed in namaken, schrijft hij.

Het aardige van Fishmans snelle analyses is dat hij prachtige paradoxen ziet. De wens van buitenlandse bedrijven om te kunnen delen in de Aziatische zoetigheid is zo groot, dat velen hun intellectueel eigendom met het volle verstand te grabbel gooien. En de Amerikaanse arbeider die zijn baan heeft verloren doordat megawinkelketens als Wal-Mart tachtig procent van hun producten inmiddels in China laten produceren, heeft juist baat bij de snoeiharde concurrentie die de producten van, inderdaad, Wal-Mart zo goedkoop maken.

Econoom Oded Shenkar voegt daar in zijn veel afstandelijker boek fijntjes aan toe dat als Wal-Mart een land zou zijn, het bedrijf nu China's zesde handelspartner was, vóór Frankrijk, Groot-Brittannië, Canada en Nederland.

In zijn hoofdstuk 'The Nation of Wal-Mart' maakt Shenkar duidelijk dat het vooral aan de opkomst van dit soort Amerikaanse megabedrijven ligt dat China zo snel vaste voet aan de grond heeft gekregen in de Verenigde Staten. Voor China op zijn beurt zijn grote afnemers als Wal-Mart van levensbelang om de enorme overcapaciteit van hun door buitenlandse investeerders groot gemaakte fabrieken kwijt te kunnen.

Het prettige van Shenkar is dat hij eerlijk is. Zo geeft hij in zijn hoofdstuk 'Would you buy a Chinese product?' toe dat niet de Chinezen, maar wij westerlingen de opkomst van China bekostigen. Immers, wíj kopen Chinees. De angst voor China verdwijnt als sneeuw voor de zon, zodra we mogen kiezen tussen een duur nationaal of een goedkoop Chinees product.

Shenkar vergelijkt het Chinese Mirakel en de reactie daarop veelvuldig met de opkomst van Japan. Hij doet dat opzettelijk omdat hij weet dat de ongefundeerde vrees over de economische groei van Japan in de jaren zeventig en tachtig veel Amerikanen nog scherp op het netvlies staat. Zo is het nog maar twintig jaar geleden dat arbeiders in Detroit demonstratief een Toyota in stukken hakten om te laten zien dat zij zich zouden blijven verzetten tegen Japanse import. Dat zal nu niemand in z'n hoofd halen. De Verenigde Staten kunnen zich zoveel arrogantie niet meer permitteren.

Diepgravender zijn de boeken van Economy, James McGregor ('One Billion Customers' oftewel 'Een miljard klanten') en Stephanie Hemelryk Donald/Robert Benewick ('The State of China Atlas', 'Atlas van hoe het er met China voor staat'). Deze boeken, overigens zeer uiteenlopend in stijl en uitvoering, zijn een nuttige tegenhanger van de hangende onderkaak-literatuur en de boeken van de China-bashers.

Economy gaat verder waar het fameuze boek van Vaclav Smil, 'China's Environmental Crisis' ('De Chinese milieucrisis') uit 1993, eindigt. Het beeld dat zij schetst is weinig opwekkend. Het Chinese milieu is zo gruwelijk verpest dat niet alleen de Chinezen er last van hebben - jaarlijks sterven daar 300000 mensen aan de gevolgen van luchtverontreiniging - maar wij ook. Woestijnstof, afkomstig van de uitgedroogde en uitgeputte Chinese aarde, teistert al jaren de Amerikaanse westkust. Verontrustend is dat Economy vaststelt dat de Chinese overheid hier volledig van doordrongen is. Maar de korte-termijnobsessies van Peking zijn zo aloverheersend dat de Chinezen en de wereld eraan moeten blijven geloven.

'One billion customers' van James McGregor is echt een praktisch boek. McGregor, voorheen correspondent van The Wall Street Journal in China, daarna directeur van Dow Jones China, heeft in zijn rol als voorzitter van Amcham, de Amerikaanse kamer van koophandel in China, menige zakelijke onderhandeling op het hoogste niveau zien lukken en menige andere zien mislukken. Zijn zestien jaar van praktische ervaring, verwoord in een zeer Amerikaans, maar toegankelijk boek, sluit goed aan bij Joe Studwells spraakmakende 'The China Dream' (2002). Beide boeken maken indringend duidelijk dat zakendoen in China, om met Mao Zedong te spreken, geen feestmaal is.

Hoewel buitenlandse bedrijven in China minder doordringbaar zijn dan de communistische partij, komt McGregor met tal van details over megadeals die niet eerder bekend waren. Vooral zijn beschrijving van de zakelijke overwinningen van Rupert Murdoch, de Australische mediamagnaat die her en der ingrijpt, ontslaat en opheft om zijn goede Chinese contacten niet te verliezen, is fascinerend. McGregor is erbij geweest, heeft alle spelers gesproken, (getuige een bizarre lijst van vijf dichtgeschreven pagina's van mensen die hij bedankt), vertelt meeslepend en voegt er de ene na de andere wijze waarschuwing aan toe..

'The State of China Atlas' van Hemelryk Donald en Benewick ten slotte, is een genot. Geen ander boek maakt de diversiteit van China zo duidelijk. De rijk gevulde kaarten en statistieken rekenen volledig af met de hardnekkige mythe dat China een uniforme eenheidsstaat is. Of het nu gaat om huizenbezit, de bezettingsgraad van het leger, de keren dat er buitenshuis wordt gegeten of dat de elektriciteit uitvalt: geen van de 31 provincies en regio's is hetzelfde.

Zo leert de atlas bijvoorbeeld dat het verarmde, ver weg gelegen Xinjiang in het uiterste westen van China net zoveel migranten aantrekt als het drukbevolkte Zhejiang aan de kust. Of dat het in de centraal Chinese provincie Sichuan vooral de mannen zijn die zich laten steriliseren, terwijl overal elders vooral vrouwen die keuze maken. Soms bizarre feiten die de sovjet-geïnspireerde drang tot nauwkeurige boekhouding illustreren. Want een groot deel van de gegevens is gebaseerd op de officiële Chinese Statistical Yearbooks. Dat is dan tegelijk ook de zwakte van het boek: nergens bestaat zoveel onenigheid over als over de juistheid van Chinese statistieken.

De atlas is wat dat betreft een goed voorbeeld van boekenwijsheid. Op zich is daar niets mis mee, maar China verandert er in menig opzicht te snel voor.

Zelfs het lezen van deze recensie vraagt om terughoudendheid: de auteur heeft China in september 2005 voor het laatst bezocht. In de zes maanden die sindsdien zijn verstreken zijn er tien miljoen Chinezen geboren, is er voor 180 miljard dollar geïnvesteerd en zijn er 325000 Chinese ingenieurs afgestudeerd. Maar ach, die statistieken zeggen toch niets. U kunt maar beter zelf gaan kijken. (Wel een mondkapje meenemen!).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden