Odysseus op de camping

In reizen zit van oudsher de hoop op vernieuwing, verandering, wedergeboorte. Reizigers laten hun normale omgeving achter; ze zijn bevrijd van de plichten van alledag. Onvermijdelijk veranderen gewoontes, levensritme en verhoudingen. Onderweg wordt men een ander dan men thuis was.

CHRISTOPH HENNIG

In De Toverberg heeft Thomas Mann dit proces helder beschreven: “De ruimte die zich draaiend en vliedend tussen hem (de reiziger) en zijn bakermat wentelt, omvat krachten die men gewoonlijk aan de tijd zou toekennen; van uur tot uur brengt hij innerlijke veranderingen voort, die heel erg lijken op die die door de tijd voortgebracht worden, maar hen in zekere zin overtreffen. Net als de tijd verwekt hij vergetelheid, hij doet het echter doordat hij de mens losmaakt van zijn verhoudingen en hem plaatst in een vrije en oorspronkelijke toestand.”

De veranderende kracht van het onderweg-zijn heeft de fantasie van alle tijden en volkeren geprikkeld. Het Gilgamesh-epos, de Odyssee, de middeleeuwse verhalen van Parcifal, de Bildungsroman van Wilhelm Meister - zij allen verhalen van uitdagingen, gedaante-veranderingen, metamorfosen van de ziel. En Goethe noteerde in Italië: “Zeker, het zou beter zijn dat ik helemaal niet terug zou keren, als ik niet herboren terugkeren kan.”

Het is geen toeval dat hier het religieus gekleurde begrip van de wedergeboorte opduikt, want tussen een reis en een sacrale ervaring bestaan overeenkomsten. Beiden zijn gekenmerkt door een breuk met het gewone leven.

In verschillende vormen wordt het allerdaagse getranscendeerd en tegelijkertijd in het licht van een andere wereld opnieuw geïnterpreteerd. De reis vormt van oudsher een belangrijke metafoor voor het beleven van een andere werkelijkheid van het sacrale.

In de archaïsche religies vinden 'sjamaanse' reizen plaats; vele mythes verbeelden vertrek, speurtocht en terugkeer van de held; het Oude Testament bericht over de exodus en de tocht naar het Beloofde Land; Dante dwaalt in de 'Goddelijke Komedie' door werelden van het hiernamaals, en de moderne ontdekkingsreizigers werden voortgedreven door een verlangen in West-Indië of de Zuidzee het paradijs op aarde te vinden. In het Engelse begrip holiday en ons woord recreatie hoort men nog de religieuze samenhangen.

Maar het allerduidelijkst toont zich de verwantschap van reizen en religie in de bijna universeel verbreide praktijken van de pelgrimstochten. In de Europese Middeleeuwen vormden zij kwantitatief de belangrijkste vorm van reizen. Tegenwoordig wordt het totale aantal pelgrims in Europa op zo'n 300 miljoen per jaar geschat; alleen Lourdes trekt jaarlijks al twee keer zoveel bezoekers als heel Tunesië. In het centrum van de islamitische geloofsvoorstellingen staat de pelgrimstocht naar Mekka; voor de Kumbla Mela in Allahabad verzamelen zich elke twee jaar rond de tien miljoen hindoes. Pelgrimstochten ontlenen hun bijzondere karakter aan de structurele verwantschap van reis en sacrale ervaring. Beide volgen de drie stappen van scheiding, transformatie en weer invoegen, die volgens een klassiek onderzoek van Arnold van Gennep al de overgangsriten van archaïsche volkeren kenmerkten. In de transformatie-fase ontstaat, ver weg van de vertrouwde sociale samenhang, de 'nieuwe mens'.

Heeft dit alles echter iets met het moderne reizen te maken, vooral met het veel gesmade massa-toerisme? Zoals bekend kleven aan het toerisme onplezierige associaties. Men spreekt van 'platgetreden toeristenpaden' en van 'toeristenspektakel' en 'valstrikken voor toeristen'. Daartegenover staan positieve aanduidingen als 'onbedorven' en 'helemaal niet toeristisch'. Toeristen, dat zijn altijd de anderen, nooit wijzelf.

Maar die negatieve instelling verspert een blik op het massatoerisme zonder vooroordelen, een visie die plaats biedt aan de niet te loochenen fascinatie die van het onderweg-zijn uitgaat. Waarom reizen we eigenlijk? Waarom reizen er in onze eeuw meer mensen dan ooit tevoren en dat kennelijk zonder enige dwingende noodzaak? Wat drijft jaarlijks miljoenen mensen de wijde wereld in?

Dat ook in het hedendaagse toerisme iets van het religieuze verlangen naar verlossing doorklinkt - dat is ook een aantal onderzoekers opgevallen. De filosoof Siegfried Kracauer was al in 1925 in zijn essay 'De reis en de dans' van mening dat moderne reizen een Ersatz-bevrediging voor een geblokkeerde toegang tot het transcendente voorstelde. In het reizen vindt het verlangen naar een 'andere ruimte' zijn uitdrukking, zoals in de moderne dans met zijn eenzijdige nadruk op het ritmische het verlangen naar een 'andere tijd'. “De beschaafde mens vindt tegenwoordig in reis en dans de compensatie voor sferen die niet meer toegankelijk voor hem zijn...Hem wordt die alleen door verandering van zijn positie in ruimte en tijd deelachtig.”

Reizen en dansen hebben daarmee “een theologische betekenis gekregen”. Daarmee zij ook verklaard dat voor de toeristen van nu de reisdoelen uitwisselbaar zijn; het gaat niet om een bepaalde plaats die bereikt moet worden, maar om de verandering van ruimte zelf - weg van het allerdaagse. Andere auteurs, zoals de Amerikaanse etnoloog Nelson Graburn, zien in de vakanties een analogie met de 'heilige tijd' van de stamvolkeren: als fases in het sociale leven waarin zich een breuk met het allerdaagse voltrekt en de normale regels opgeheven worden. Sommige wetenschappers hebben daarnaast de verhouding tussen religieuze rituelen en reizen tot thema gemaakt; van grote invloed waren in dit opzicht de analyses van de antropoloog Victor Turner.

In het dagelijks bewustzijn echter domineert de benadering die in het toerisme een banale, van elke diepere betekenis ontdane activiteit ziet. De 'massa-toeristen' zoeken kennelijk niet de ervaring met het vreemde, maar hooguit een met het comfort van thuis aangelengd exotisme. Tot in de woestijn of jungle moeten Hollandse koffie en satelietschotels ter beschikking staan. Juist dat zichzelf uitschakelen, de risico-bereidheid die het reizen van oudsher kenmerkte, is volgens deze zienswijze in het moderne toerisme niet meer te vinden.

In zulke vooroordelen zit zeker een spoor van waarheid. De doorsnee Kreta-toerist is geen Odysseus, de Zuidzee-reiziger geen James Cook. Modern toerisme vindt bijna altijd plaats in een veilig en meestal gerieflijk kader. En toch: het motief van de kortstondige wisseling van persoonlijke identiteit blijft ook in het moderne reizen van belang. Weliswaar ontbreekt daarbij de gedachte van een duurzame 'zelf-verandering' of zelfs van een 'wedergeboorte'. In dat opzicht moet de sacrale samenhang met het moderne reizen niet overtrokken worden. Maar het idee van de metamorfose van de ziel blijft ook in het hedendaagse toerisme fundamenteel.

Want het is geenszins zo dat het gewone leven zich tijdens de vakantie net zo als thuis afspeelt - of zich alleen verplaatst in ruimtelijke zin. Met die plaatsverandering verschuift het hele coördinatensysteem van alle dag. De verhouding tot de tijd wijzigt zich bijvoorbeeld fundamenteel. “Tijdens de laatste vakantie.. werd de tijdordening op z'n kop gezet,” schrijft theoloog en psycho-therapeut Eugen Drewermann, in Tijdreizen - Reistijden. Die ervaring is algemeen. De normale ritmes en het tijdgevoel worden opgeheven, omdat de regelmaat van het dagelijkse verloop doorbroken wordt. In de vakantie 'vliegt de tijd voorbij', tegelijkertijd echter kan het door de grote hoeveelheid indrukken lijken alsof de dagen voorbijkruipen.

Nieuw is ook de verhouding tot de ruimte. Er duiken andere bewegingsritmes op: in de plaats van de zich herhalende en precies bepaalde routes - de rit naar het werk, de wandeling door het park - treedt nu een schier eindeloze bewegingsruimte. Het rondrijden - de overwinning van ruimtegrenzen - wordt een genoegen op zich.

Van speciale betekenis voor de buitengewone wereld van de vakantie is daarnaast de verhouding tot plicht en nut. Met de wisseling van plaats verdwijnt uit het allerdaagse ook de struktuur van de nuttigheid. Men 'heeft niks meer te doen', 'hoeft aan niets meer te denken', 'leeft van dag tot dag'. “Het pure kijken, het door geen nut zoeken of willen vertroebelde waarnemen”, zo schrijft Hermann Hesse, “dat is een paradijs...”

Zo verandert op reis onze verhouding tot centrale categorieën van het allerdaagse leven. Behalve ruimte, tijd en nut, kan men ook nog de verhouding tot het lichaam aanvoeren, bij zon- of sportvakanties, maar ook zoals dat bij wandelvakanties of bij pure ontspanning tot uiting komt.

Dit alles leidt tot een nieuwe beleving van onze omgeving, tot een nieuw zicht op de eigen persoon - en daarmee tot een kortstondige verandering van de identiteit. Tijdens de vakantie komen onbekende en onderdrukte kanten van de eigen ik te voorschijn. Men beleeft zichzelf als een ander en wil niet graag door de beperkende definities uit de eigen omgeving achterhaald worden. Vandaar dat veel reizigers tijdens de vakantie graag 'anoniem' blijven. Ze preferen het om niet over de bezigheden van thuis te spreken. De schrijver Paul Theroux schetst de veranderingen op reis: “We waren ver weg van huis en konden zijn wie we wilden”.

De Amerikaanse onderzoekster Alma Gottlieb heeft beschreven hoe toeristen uit de hogere klasse tijdens de vakantie 'boer voor één dag' spelen. Omgekeerd worden andere reizigers 'koning voor één dag': ze zien tijdens de vakantie af van de gebruikelijke zuinigheid en permitteren zichzelf luxueuze onderkomens of opulente diners. Ze genieten ervan om zich tegenover kelners en kamermeisjes in een dominante positie te bevinden en leven zich - op vaak weinig verheffende wijze - uit in de rol van bevelhebber.

Het verlangen om kortstondig een persoonswisseling te ondergaan is in alle culturen verbreid. De wortels ervan liggen in de tweeslachtige betekenis van de persoonlijke identiteit. Enerzijds stabiliseert ze het leven van het individu. Anderzijds wordt met elk 'zo ben ik' een reeks van levensmogelijkheden uitgesloten. De metamorfose hoort daarom tot de basisvoorstellingen van de menselijke geest. Telkens zouden we de grenzen willen overschrijden die onze identiteit ons stelt.

Het verlangen naar gedaantewisseling doortrekt de hele cultuur en toont zich in vele rituelen en spelvormen. Dat verlangen kenmerkt het wezen van de mythe, de literatuur, het theater. Het reizen moeten we in deze samenhang zien. Het is een bijzondere vorm van de altijd weer nagestreefde ervaring van de metamorfose. Ook al vindt dat nu op massale wijze plaats: het vertier is niet zo oppervlakkig als de gangbare kritiek op het toerisme wil doen geloven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden