Column

Ode aan een squasher, in meer dan een kolom

Laurens Jan Anjema.Beeld anp

Op het strand van Scheveningen staat een jongen, met zijn voeten in het koude zand. De wind blaast vlagen zout in zijn gezicht, zijn donkere haar. Maakt zijn wangen schraal. Het is niet warmer dan vier graden. Voor de neus van de jongen staat een kist met dingen die op martelwerktuigen lijken. Zijn personal trainer geeft aanwijzingen: Lopen! Sjouwen! Gooien! Harder! Sneller! Verder! De spieren van de jongen branden, zijn borstkas gaat met schokken op en neer. Maar hij gaat door. Harder, sneller, verder.

De zee beukt zich een weg het strand op: het wordt vloed. Smokkelen op een stukje vlakker strand met harder zand gaat niet. Hij moet bijna kotsen, maar hij gaat door. Pas na de training, na een eiwitshake en een flinke lunch mag hij rusten. Op zijn bed dat hij maar een fractie van het jaar beslaapt. In zijn slaapkamer, met de zelfgemaakte tijdlijn op de muur. Tot juni zijn bijna al zijn dagen gevuld, is hij in verre buitenlanden toernooien aan het spelen of aan het trainen.

Kapot in het zweethok
Hij is een van de beste squashers. Laurens Jan Anjema, negenvoudig Nederlands kampioen. Negen jaar geleden won hij op het toernooi dat hij deze week in Chicago speelt van de toenmalige nummer één van de wereld, Peter Nicol. Zijn doorbraak. Tweeëntwintig was hij. Sindsdien weet hij dat hij het kan: zelf nummer één worden. Wereldkampioen. Maar daar moet hij keihard voor werken. En dus sjouwt hij met zware gewichten over het strand. Gaat hij kapot in een zweethok, tijdens sessies bikram yoga. Traint hij zichzelf helemaal de blubber, twee keer per dag, in een squashhal. En reist hij de wereld over. Alleen. Van hotel naar hotel.

Als hij geluk heeft, speelt hij op Central Station in New York. Midden tussen de reizigers wordt één keer per jaar een squashbaan opgebouwd, van glas. Een surrealistisch beeld. Net als de squashbanen tijdens het grootste toernooi van Egypte: ook van glas, met uitzicht op de Piramides van Giza. Egypte, waar squash groot is. Waar hij een beroemdheid is. Waar squash live op tv wordt uitgezonden. Als hij pech heeft, deelt hij een hotelkamer met een Pakistaan die hij niet kan verstaan. Of verveelt hij zich dood in Katar of Doebai.

Geen hele pagina's
Hoe zou Laurens Jan Anjema naar het schaatsen op de Olympische Spelen hebben gekeken, vraag ik me af. Hij weet dat squash wereldwijd een veel grotere sport is. Maar hij zal nooit uren achter elkaar op de televisie zijn. Terwijl hij minstens net zo hard traint, minstens net zoveel voor zijn sport doet en laat als Ireen Wüst en Sven Kramer. Ik weet het wel: het kan hem niks schelen. Voor de aandacht doet hij het niet. Noch voor het geld. Stel je voor dat hij beroemd zou zijn. Dan kon hij nooit meer ongestoord met zijn haar in de war en in een oude joggingbroek naar de supermarkt.

Hij doet het enkel voor dat gevoel, dat heerlijke gevoel van 'in the zone' zijn. Die zelden voorkomende momenten waarop alles klopt, waarop verleden en toekomst samensmelten, waarop er geen gedachten, angst of verdriet meer zijn. Waarop hij enkel euforie voelt en één is met de baan en de bal en het racket. Eén met de sport waar hij zo van houdt.

En toch steekt het een beetje, bij mij. Wat hij ook presteert, hoe goed hij ook is of wordt: de schaatsers krijgen hele pagina's in de krant. En squasher Laurens Jan Anjema blijft voor altijd dat eenkolommertje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden