Ode aan een monument voor de poëzie

Jonge generatie over overleden dichter Rutger Kopland, die vandaag herdacht en gecremeerd wordt

In besloten kring wordt vandaag de verleden week overleden dichter Rutger Kopland herdacht in de Martinikerk in Groningen. Na de herdenking is de condoleance, waarna Kopland (geboren in1934) in familiekring wordt gecremeerd.

In hoeverre heeft de jonge generatie zich door hem laten inspireren? Trouw sprak met K. Michel, Erik Jan Harmens en Ingmar Heytze.

K. Michel: "In mijn geval is er geen sprake - geloof ik - van directe invloed. Wel heb ik ter gelegenheid van Koplands 65ste verjaardag een gedicht geschreven en voorgelezen waarin een regel van hem als citaat is verstopt. Ik heb ook wel eens deelgenomen aan een lezingenreeks die hij had bedacht. Kopland was in de herfst van 1997 gevraagd door de Rijksuniversiteit van Groningen om als gastdocent lezingen over poëzie te geven. Hij besloot die gelegenheid te gebruiken om het werk van een aantal jongere dichters te onderzoeken. Gewoon uit nieuwsgierigheid. De resultaten daarvan heeft hij verzameld in het boek 'Mooi, maar dat is het woord niet'. Dat waren goede en leuke bijeenkomsten, in de plechtige senaatskamer, waarbij het publiek vragen kon stellen. Ik vond het bewonderenswaardig dat Kopland die lezingen gebruikte om zich in het werk van anderen te verdiepen en daarmee een dialoog aan te gaan."

Erik Jan Harmens: "Eerlijk gezegd heb ik me helemaal niet laten inspireren door Rutger Kopland. Nu, met zijn dood, heb ik zijn werk nog eens zitten teruglezen en het resultaat daarvan is dat ik steeds een soort normaalheid in zijn werk zie. Het is allemaal een beetje voorzichtig, timide. Er zit ook vaak een soort vondst in. Dat is tegelijkertijd de reden, denk ik, dat zijn werk zo veel mensen aanspreekt. In die zin is hij heel belangrijk geweest voor de poëzie. Maar Koplands gedichten hebben mij nooit aangesproken. Het is zo weinig bruusk. Het is zo af. Ik heb juist graag dat poëzie nieuwe werelden oproept, of dat het je bloed sneller doet stromen. Kopland doet met mijn hart weinig. Hij was trouwens een klassieke optreder. Dan kwam hij aan met een plastic tasje waar dan de verkeerde gedichten in zaten, of hij was ze in het geheel vergeten. Heel charmant, maar ook heel houtje-touwtje. Een groot contrast met de jonge generatie dichters, die een optreden heel goed voorbereiden."

De Utrechtse dichter Ingmar Heytze hekelt het op verzoek van media 'duiden' van nog maar net overleden dichters. Tegelijkertijd wil hij zijn bewondering voor Kopland graag kwijt. Hij doet dat in een speciaal voor deze krant gemaakt gedicht (zie hiernaast).

Ingmar Heytze: "Ik vermoed dat het zeker een kwart eeuw zo was dat op de jaarlijkse Nacht van de Poëzie in Utrecht óf Hugo Claus, óf Rutger Kopland optrad. Dat was vaste prik. In die tijd bestond je als dichter eigenlijk pas wanneer je drie dingen had bereikt: een bundel bij een grote uitgeverij, minstens één gedicht in de bloemlezing van Gerrit Komrij en een optreden op de Nacht van de Poëzie. Toen ik daar voor de eerste keer in mijn leven optrad, in 1998, was ik op van de zenuwen - ik moest als laatste. Kopland, zeker toen de beroemdste dichter van Nederland, trad die nacht ook op. Zelden heb ik zo'n aardige man ontmoet. Hij vermaakte mijn collega Ruben van Gogh en mij backstage met een geweldige Louis Armstrong-imitatie, en weerhield me er juist op tijd van om mezelf volkomen klem te zuipen van de zenuwen. Dit gedicht, dat zwaar leunt op zijn unieke stijl, is een knipoog naar die nacht. Daarbij drukt het mijn frustratie uit over het feit dat media willen dat je naar aanleiding het overlijden van dichters die ik al bijna dertig jaar lees, meteen een catchy powerquote paraat hebt. Dat zulke monumenten voor de poëzie zo kort na elkaar overlijden (deze maand overleed ook Gerrit Komrij, red.) is al beroerd genoeg; mag ik daar nu misschien eerst even van bijkomen?"

Schandalig

Schandalig, dit over de rand vallen van alles

en iedereen, de rinkelende telefoons vol vragen

van stagiaires, het duiden van de doden, alsof men

ooit iemand anders de maat neemt dan zichzelf,

alsof iets er meer toe doet dan de gedichten

die je schreef. Daarbij: nog niemand

heeft verteld hoe goed je Louis Armstrong

imiteerde, of over het vaderlijk advies: rustig

aan met de drank wanneer je pas als laatste moet.

Schandalig hoe vroeg ik deze dagen al begin

met de jenever, wakker lig in niets dan woorden,

bijna genoeg om te verdragen dat dus alles,

iedereen - zo'n laken in de zomer waar je

nét niet onder past.

Ingmar Heytze

(die dit gedicht schreef ter ere van Rutger Kopland)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden