Review

Ode aan een Chinese held

Richard Evans: Deng Xiaoping and the Making of Modern China. Hamish Hamilton, Londen; gebonden, 339 blz. - f 67. Imp. Penguin Nederland.

Dat beeld blijft hangen: wanneer ze daar lopen te kletsen, heeft Mao wellicht al de ambitie de machtigste man van China te worden, maar bevroedt nog niemand dat Deng hem na zijn dood zal opvolgen. In zijn biografie van Deng Xiaoping besteedt Richard Evans geen letter aan deze gedeelde wandelervaring. Het is geen dramatische misser, maar kenmerkt wel het ontbreken van aardige details en wetenswaardigheden in dit boek. Evans schreef veeleer een algemeen overzicht van de Chinese geschiedenis in de twintigste eeuw dan een boeiende biografie.

Zeker in de eerste helft komt Dengs leven er bekaaid af, behalve de periode waarin hij als zestienjarige student naar Frankrijk ging, metaalarbeider werd bij Renault en actief werd in de marxistische Chinese jeugdbeweging in Europa. Het daarop volgende studiejaar in de Sovjet-Unie zet Evans vooral in het kader van de algemene scholing van Chinese revolutionairen aan de Sun-Yatsen-universiteit in Moskou.

De strijd tussen de nationalisten en communisten in China en de oorlog tegen de Japanners krijgen veel aandacht. In de schaarse tekst over Dengs succesvolle veldleger wordt wel duidelijk dat zijn militaire ster snel stijgt. In 1945 wordt hij lid van het Centraal Comite van de partij, die dan in Yan'an is gevestigd, en na de overwinning in '48 wordt hij naar Peking gehaald.

'Onafhankelijk keizerrijk'

Zijn relatie met Mao stelt dan volgens Evans nog weinig voor, maar enkele jaren later blijkt al hoezeer Mao door Deng is geintrigeerd. Tegen Chroetsjov schept hij over hem op, later klaagt Mao over de eigenzinnigheid van Deng: dat hij een 'onafhankelijk keizerrijk' heeft geschapen.

Tijdens de Culturele Revolutie, waar Deng bezwaren tegen heeft, moet hij het dan ook ontgelden als 'kapitalist met een stinkende naam'. Hij wordt gedwongen tot zelfkritiek, maar drukt zich zo overdreven uit dat duidelijk is dat hij het niet meent. De Rode Gardes zetten hem in de 'vliegtuig-houding', geknield met de armen op de rug omhoog geheven, en daarna wordt hij met zijn vrouw naar Nanchang verbannen. Dat hij niet is gedood, zei Deng later, moet te danken zijn geweest aan Mao's bescherming.

Wanneer Mao hem in 1973 weer nodig heeft, kan Deng naar Peking terugkeren en begint zijn politieke carriere pas echt. Ze wordt nog verstoord door het Tiananmen-incident in 1976, waarbij demonstraties tegen de Bende van Vier hard uiteen worden geslagen. Onder druk van zijn vrouw (lid van de Bende) ontheft Mao Deng uit zijn functies, maar ditmaal staat Deng politiek sterker en werkt hij op schuilplekken gestaag aan zijn terugkeer.

Na Mao's dood wint hij de machtsstrijd met de Bende van Vier en begint hij aan zijn meesterwerk: China om te toveren tot een markteconomie in een socialistische een-partijstaat. Hij doet daar enkele jaren later een ironische uitspraak over, met betrekking tot de vier speciale economische zones (proeftuinen van het Chinese kapitalisme) die hij heeft gecreeerd: 'Ik ben een leek op economisch gebied. Ik heb een paar opmerkingen over dat onderwerp gemaakt, maar allemaal vanuit politiek oogpunt.'

Buitenlanders beschouwen de combinatie socialisme-vrije markt meestal als een contradictie en menen dat Deng het zuivere kapitalisme in China heeft ingevoerd. Politieke liberalisering is daarbij onvermijdelijk, stellen ze. Maar Deng, die wijselijk vermijdt een definitie van socialisme te geven, legt graag uit dat de 'dictatuur' noodzakelijk is om het 'levensonderhoud' van een miljard Chinezen de aandacht te geven die het verdient. Het toestaan van meer politieke vrijheid ziet hij als een grote bedreiging van de stabiliteit en sociale rust, en dus van de ontwikkeling van de Chinese economie en de welvaart van het volk.

Geen zware kwestie

Vandaar ook Dengs goedkeuring van het neerslaan van de studentendemonstraties in Peking in juni 1989. Dat bij dit bloedbad mogelijk honderden doden vielen, wordt door Evans weliswaar niet vergoelijkt, maar hij maakt er ook geen zware kwestie van. De bewondering voor Deng Xiaoping druipt van zijn boek af. Eigenlijk is het een lofzang op de hele Chinese politiek sinds 1949, met uitzondering van de Culturele Revolutie.

Evans volgt telkens braaf de Chinese statistieken en concludeert dan hoe gezegend het Chinese volk moet zijn. Dissidenten, politieke gevangenen, onderdrukking in Tibet - dergelijke kanten van de Chinese politiek laat hij grotendeels buiten beschouwing. Die smetten zouden de glorie van zijn grote held te veel aantasten, terwijl het volgens Evans toch Deng en alleen maar Deng is die China 'terug op de wereldkaart' heeft gebracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden