Ode aan de vreemde, dichterlijke titaantjesmafia van de Vijftigers

Hotel Atonaal, eerste deel, zondagavond 12 december 21.41-22.41 uur, Ned. 3. De andere delen worden resp. op 19 en 26 december en 2 januari uitgezonden.

En zo besloot Hans Keller op het laatste moment dat zijn ode aan de Vijftigers - die vreemde dichterlijke titaantjesmafia die na de oorlog besloot dat het leven te saai voor woorden was en dus de bijl aan de wortel van de taal zette om de duffe ernst door spleen en speelsheid te vervangen - niet drie maar vier afleveringen moest tellen.

Gelukkig maar. Want de eerste aflevering 'Een klein geluk is geen geluk' die zondag bij de VPRO op het scherm komt, belooft wat. Zelfs de muziek van Hennie Vrienten, die vroeger toch met groot succes de lulligste muziek bij Doe Maar speelde terwijl echte bands zoals Trockener Kecks en the Scene maar niet ontdekt werden, zelfs die muziek is prachtig.

Vooral bij het graf van Hans Lodeizen (1924-1950) in Lausanne dat door Keller bezocht wordt en de voordracht van Remco Camperts eigen 'Poezie is een daad van bevestiging' raakt Vrienten het hart dat van de taal toch al met kloppen begonnen was.

Hotel Atonaal - zo heet de serie, naar de in 1950 door Vinkenoog samengestelde bloemlezing van de nieuwe wilden van na de oorlog en naar Hotel New York in Rotterdam waar de overlevenden van de beweging in de derde aflevering elkaar zullen ontmoeten - begint als een roman. Als een roman waarin alle karakters voor ze beginnen te leven eerst worden voorgesteld.

Een voor een passeren de schrijvers die wij nu, achteraf, tot de Vijftigers rekenen, het beeld. Eerst de overledenen, uit pieteit, dan de overlevenden. Eerst Hans Lodeizen, die, al heeft hij dat zelf nooit geweten, met zijn poezie van speelsheid en weemoed de grote voorloper bleek te zijn. Vervolgens Paul Rodenko, die met de bloemlezing 'Nieuwe griffels, schone leien' uit '54 de beweging gezicht gaf; Hans Andreus, Jan Hanlo en niet te vergeten Jan G. ('Ik neem mijn buik op en wandel') Elburg die in 1946 als redacteur van het tijdschrift 'het Woord' zich bij de Rebellenclub van Kouwenaar en Lucebert voegde en in 1987 met 'Geen letterheren' de voorgeschiedenis van de Beweging die eerder door de literatuurwetenschapper en criticus R. L. K. Fokkema was geanalyseerd onder de samenzweerderig klinkende titel 'Het komplot der Vijftigers'.

Maar gelukkig, 'de rest is er nog', vervolgt Keller daarna snel. En het klinkt als een verademing en dat is het ook. Want de levenden tonen zich ook werkelijk levend: Lucebert, Remco Campert, Gerrit Kouwenaar (hij leest meteen een in memoriam Jan Elburg onder het motto: 'het sterven van vrienden, dat zijn gebeurtenissen die je niet in de kouwe kleren gaan zitten, daar moet je iets aan doen'), Koos Schuur, Hugo Claus, ook hij, Bert Schierbeek, Sybren Polet, Rudy Kousbroek, hij keerde zich als essayist tegen de saaiheid, want dichten kon hij niet, en nooit te vergeten Simon Vinkenoog die op de een of andere manier altijd een soort verbindingsofficier tussen al die vreemde en eigengereide dichters was.

Ik noem dat hele rijtje zo, omdat het veel zegt over de manier waarop Keller zijn documentaireserie (er wordt nog gemonteerd) aan het maken is. Keller past en meet en neemt de tijd om de dingen duidelijk te maken. Om de namen te noemen en het werk, vooral een levensstijl die stond en staat voor avontuur en experiment en voorliefde voor het onbekende, te duiden.

Het geduld dat hij opbrengt om de wereld van de Vijftigers van toen, als was het een film in een ontwikkelbad, stukje bij beetje als een beeld en herinnering op te roepen, maakt de documentaire niet alleen mooi maar ook spannend. Want alles wat eens gezegd of aangekondigd wordt, keert later terug.

Het brengt me op het hoogtepunt van de eerste aflevering, waarin op een gegeven moment een wandelende schaduw een trap afloopt. Het blijkt even later de aankondiging van een bezoek aan het graf van Lodeizen, die stierf in het jaar dat het leven van al die Titaantjes net begonnen was. Misschien dat Lodeizen het zo zou hebben gezegd:

naar buiten lopend in de zilveren dag zag ik de engelenvleugelen naar mij toegekeerd, geschitter in de lucht, ik wilde lachen maar kon niet omdat het nog zo vroeg was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden