Essay

Ode aan de bromvlieg: 'Wie vliegen mept, vertrouw ik niet'

Beeld rv

'Vlieg, jij kunt niet zeggen hoe lang je nog te leven hebt, en daarin zijn we aan elkaar gelijk.'

Op een warme zomerdag in de stad, binnen is het koeler dan buiten, zweeft door het open raam een vlieg tussen de kieren van de ge-sloten gordijnen de kamer in. Liggend in een hemd op de bank hoor je haar langsscheren, ze spant lijnen van raam naar boekenkast, van parketvloer naar plafond, alleen zij heeft de puf om te bewegen, onvermoeibaar vliegt ze rond. Je sluit je ogen, je doezelt weg. De vlieg laat de 'kamermuziek van de zomer' horen, zoals Proust schreef, ze vat met haar zoemend spel de zwoele middag samen. De verduisterde kamer lijkt door het gezoem zo groot en leeg als het heelal. Met het stijgen van de gemiddelde temperatuur zullen er alleen maar meer vliegen zijn.

In mijn jeugd vlogen er iedere zomer volop bromvliegen rond in het huis. We woonden in een verbouwde boerderij op het platteland en in de stront van onze schapen en de koeien van de buurman vermenigvuldigden ze zich snel. Om ze buiten te houden hadden we aanvankelijk een hordeur, en toen die kapotging kwam er een gordijn van smalle, gekleurde stroken plastic, tot ook die versleten was en we overgingen op een nieuw model, waarvan de stroken dik en behaard waren als de poten van een harige insectenvreter. In de keuken hing een vliegenstrip van stroopbruin kleefpapier, waar de vliegen tegen aangeplakt zaten als krenten in een krentenbrood. Als je lang genoeg keek, zag je dat er in sommige van die vliegenlijkjes nog trillend leven school.

Dikke rotzakken

Mijn moeder had een pesthekel aan vliegen in huis en vocht een bloederige vendetta met ze uit. De onverlaten die tot het huis doordrongen en te slim waren zich door het vliegenpapier te laten vangen, sloeg ze met een oranje vliegenmepper tegen de ruiten kapot. Vooral bromvliegen moesten het ontgelden, dan sloeg ze extra hard. Die dikke rotzakken lieten op het glas de gelige pulp van hun ingewanden na, terwijl gesneefde huisvliegen gewoon, zoals het hoorde, weerloos op de sisalmatvloer neerstortten. 

Mijn moeder, dochter van een Hollandse schooldirecteur, was via haar huwelijk met een Brabantse boerenzoon in de Achterhoek terechtgekomen. Op bezoek bij mijn opa zag ze haar schoonvader de vliegen, die hij met zijn rechterhand uit de lucht plukte, op de rand van zijn brede soepbord leggen. 

Het waren de jachttrofeeën van een man die zich niet schaamde dicht bij de dieren te staan. Het fanatisme waarmee ze zelf de vliegen in haar huis bestreed, moet voortgekomen zijn uit de frustratie niet in Haarlem of Amsterdam te wonen, en daar te werken, maar dichtbij de Duitse grens. Nu was ze huisvrouw in een gehucht waar het 's winters zo koud werd dat de ijsbloemen op de ramen stonden, en 's zomers zo heet dat de insecten de drempel over marcheerden. Nou goed, maar dat ze dan ook de was deden en de ramen lapten, die smerige uitvreters!

Vliegen zijn mooie en nuttige wezens, zoals alle insecten dat zijn. Net als de populaire bijen - die wél de reputatie hebben hardwerkend te zijn - verspreiden ze stuifmeel, en bovendien verteren ze de afvalstoffen die mens en dier produceren. Vliegen zijn voortdurend bezig met hun persoonlijke hygiëne, op die manier namelijk houden ze de smaakzintuigen op hun pootjes schoon. Zodra ze landen op een tafelblad weten ze of daar iets eetbaars ligt. Dan schuift uit hun mond een rietje dat hun 'slurf' wordt genoemd, en begint het zalige zuigen. 

Enge ziektes

Laten we haar eens bekijken, de vlieg, met haar prachtige facetogen, haar dunne vleugels van perkament en de harige pootjes. Onder haar kokette romp draagt ze de zogeheten halters, de afgeknotte vleugeltjes waarmee ze in volle vlucht haar evenwicht hervindt en naar opzij schiet zodra ze een opgeheven hand vermoedt. Daar zit ze op het raam, in het licht van de zakkende zon en ze maakt met haar voorpootjes haar gezicht en kopje schoon, gaat daarna met de achterpootjes langs vleugels en geslacht, en blijft dit doen zolang het nodig is, zolang het haar genoegen schenkt.

Maar natuurlijk kan al dat wassen, dat we bij katten zo prijzen, tegen de vlieg worden gebruikt. Als je je zo moet schoonmaken, luidt de redenering, zal je je ook wel met allerlei smerigheden hebben beziggehouden. Dieren die leven van afval, denk aan de rat en de kakkerlak, hebben sowieso een slechte reputatie. Ze zijn te lui om op jacht te gaan, ze zijn ordinaire aasvreters, ze brengen ongeluk, ze verspreiden allerlei enge ziektes en de dood. 

Wat ook waar is, wat die ziektes betreft, in elk land waar geen inentingsprogramma's bestaan. Dat we toch ook in Nederland wantrouwend blijven, dat we een hekel aan ze hebben, vooral in de stad, moet wel komen doordat we in hun veelzijdige oogjes in een spiegel kijken. Verbouwen wij zelf ons eigen voedsel? Houden wij onze verkoudheden en voetwratten voor onszelf? En vormt onze wegwerpcultuur niet de ideale voedingsbron voor al die beestjes die we vervolgens uit alle macht bestrijden?

Hoe treurig is de man die alleen met een getekende vlieg op het urinoir ertoe gebracht kan worden netjes zijn plas te lozen. Als we vliegen haten, dan haten we onszelf. 

Suikerkorreltjes

John Berger vertelde eens over een alleenstaande boer, een buurman van hem, die in de lange winter zo eenzaam werd dat hij het punt bereikte, zoals de man dat zelf zei, dat hij de vliegen begon te missen: Last winter I got to the point of missing the flies.

De vlieg en de mens zijn al eeuwen met elkaar verbonden. De musca domestica, oftewel de huisvlieg, kan alleen bestaan waar de mens neergestreken is. Overal ter wereld tref je haar aan, behalve in het poolgebied of in de woestijn. En vliegen hebben hetzelfde voordeel als alle andere huisdieren: je kunt alles tegen ze zeggen en ze luisteren aandachtig, geen moment kijken ze op hun mobiele telefoon. Je kunt ze zelfs temmen. In de hete zomer van 1984, ik werd bijna negen, raakte ik een vijftal zomerdagen lang bevriend met een vlieg, een zwarte huisvlieg die steeds op mijn hand kwam zitten om van een suikerkorreltje te eten. Ik noemde haar Zoetje. Tot ze op een dag verdwenen was. Mijn moeder gaf het vliegenpapier de schuld.

In de Siberische kampen onder Stalin, tijdens de korte hete zomers, sloten de gevangenen weddenschappen op vliegen af. Wie kon voorspellen op welk suikerklontje een vlieg zou landen, die won geld en eer. Vooral de politieke gevangenen verloren nogal eens. Het verliezen van eer, dat was het ergste wat ze kon overkomen, ze daalden verder in de pikorde, werden tot lijfeigene gemaakt. Een vlieg bepaalde hoe groot hun ongeluk zou zijn.

Het moet angstaanjagend zijn om al je hoop te projecteren op een beestje dat zelf geen weet heeft van het lot waarover het beslist. En er zou een dag komen waarop de gevangenen te zwak zouden zijn om de vliegen van hun lippen weg te slaan. Dan zou de vlieg definitief winnen, zonder zelf het idee te hebben een winnaar te zijn.

Weelderige hoofdtooi

De vlieg als symbool voor de sterfelijkheid - die rol speelt ze in de kunstgeschiedenis. Neem het schilderij van een vrouw uit de schatrijke familie Hofer, gemaakt door een anonieme meester uit Schwaben rond 1470. Op de weelderige witte hoofdtooi van de vrouw, ter hoogte van haar schedel, prijkt een zwarte vlieg, zo groot als een smaragd. De schilder wil ermee zeggen, zo leert de audiotour van de National Gallery, dat deze wereldse pracht niet kan duren, dat alles ijdelheid is. Maar dat mag dan waar zijn, ondertussen zet de kunstenaar, ijdel als hij is, toch mooi zijn eigen kwaliteiten als fijnschilder in de verf!

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Schrijver Daniël Rovers. Beeld rv

Bescheiden figureert de vlieg op het 'Stilleven met schelpen' van Balthasar van der Ast in het Utrechtse Centraal Museum. Rechts in beeld zweeft ze boven een fraaie verzameling exotische schelpen. Het is alsof Van der Ast die gewijde stilte, die je nog beter hoort als je zo'n schelp tegen je oor houdt, wilde laten klinken in de suggestie van gezoem. En als je goed kijkt, ruik je vervolgens ook de geur van de schaal-dieren, de schat waar de vlieg op afgekomen is.

In Kröller-Müller zien we een plank met een kaars en een schedel, en op die schedel zetelt een vlieg. Barthel Bruyn de Oude noemde het doek 'Vanitas', voor als daar misverstanden over zouden bestaan. De vlieg gebruikt het witte bot als podium.

De dood van een mot

Schrijvers hebben vliegen altijd aandachtig gadegeslagen, ze zullen zich met dat kwetsbare leven hebben geïdentificeerd. En los daarvan: zoveel gezelschap komt er niet langs niet als je met een pen in de weer bent. Homerus vergelijkt in de Illias de Griekse soldaten bij Troje met hongerige vliegen die een geitenmelker omzwermen. En Tjechov, de man van het klinische mededogen, laat zijn wankelmoedige hoofdpersoon in het verhaal 'Angst' naar een vlieg kijken, een beestje dat 'gisteren geboren is en nergens weet van heeft', net zolang totdat hij zichzelf in die kwetsbare vlieg herkent. De vlieg die door de werkkamer zoemt, langs de witte wanden, onder de groene bureaulamp door, ze is een snel bewegend leesteken, een komma is of een punt.

Onder de schrijvers die insecten in hun proza vereeuwigden, bijvoorbeeld Virginia Woolf met 'De dood van een mot' en de entomoloog Vladimir Nabokov, is Robert Musil degene geweest die een monument voor de vlieg heeft opgericht. 'Het vliegenpapier' is een korte tekst waarin minutieus beschreven staat hoe vliegen aan hun einde komen op een strook van het Engelse merk Tangle-foot. Dat Musil niet wegkijkt, zal te maken hebben met zijn ervaring als frontsoldaat tijdens de Eerste Wereldoorlog; hij had genoeg gruwelen gezien.

Wat zie je als je aandachtig naar een strook vliegenpapier kijkt? Je ziet daar vliegen, vastgekleefd aan het onderste deel van hun pootjes, die eerst nog geforceerd rechtop gaan staan, als oude soldaten, en na de eerste schrik hun kracht hervinden en zich bezinnen op de situatie: "Als een hamertje komt hun tong naar buiten. Hun kopje is bruin en behaard, alsof hij van een kokosnoot is gemaakt." Dan besluiten ze weg te vliegen, maar gonzend komen ze niet van hun plaats, dus moeten ze ten slotte gaan liggen, waardoor ze nog meer verkleefd raken aan het papier.

Er volgt nog een laatste, ultieme poging, en dan laten ze zich opeens vallen, op hun gezicht, en ze liggen daar als 'gecrepeerde paarden' dood te gaan. En toch, heel soms ontwaakt er de volgende ochtend eentje, en die ene steekt de anderen met zijn zoemen aan - een hele strook van uit de dood opgestane beestjes begint weer te gonzen. Kijk je van dichtbij, dan zie je dat ze van opzij, waar de pootjes beginnen, een klein trillend orgaantje hebben, dat open en dicht gaat. Musil kan het met niets anders vergelijken, zo schrijft hij, dan 'met een mensenoog dat zich zonder ophouden opent en sluit'.

Glanzend groen

Ik sla geen vliegen dood, zelfs die grote aasvliegen niet, van wie je je afvraagt wat ze in hemelsnaam hebben gevreten - hondendrollen, aangereden duiven - om zo glanzend groen en groot te zijn. Met de zaterdagbijlage van de krant probeer ik ze door de balkondeur naar buiten te wapperen, als een verkeersleider op het vliegveld, zo'n man of vrouw in een fluorescerend hesje die met een pannekoekbord de Boeings het juiste platform wijst. Communiceren met een vlieg is moeilijker dan met een piloot, al lijken hun ogen wel wat op elkaar; het facetoog en de RayBan zonnebril hebben dezelfde bruine glans.

En er is de bekende methode met het glas en de ansichtkaart: wachten tot de vlieg stil zit, vervolgens een glas over het beestje heen zetten, en dan de kaart tussen de ruit en de rand van het glas schuiven. Het is een lastige operatie, omdat de vlieg dat glas gedurende de zomer steeds beter ziet aankomen. Maar als het lukt, en je de vlieg op het balkon loslaat, en ze de wijde wereld in vliegt, is er altijd weer een steek van jaloezie.

Mannen en vrouwen die bozig een vlieg van hun benen af meppen, verontwaardigd dat zo'n beestje op hun lichaam durft te landen - ik zou ze wantrouwen, ze hebben een te hoge dunk van zichzelf. Ze voelen zich te goed om het insect een blik waardig te gunnen. Dan liever de expliciete haat van mijn moeder, die inmiddels over een elektrische vliegenmepper beschikt, waarmee ze de beestjes in de lucht elektro-cuteert.

Terwijl ik dit typ - toegegeven, ik heb de deur naar het balkon wagenwijd opengezet - vliegt een vlieg naar binnen en strijkt op de rand van de monitor neer. Daar verricht ze onbetaalde arbeid als levend model. Ze draait zich om, zo vlug dat de draai schokkerig lijkt, als in een animatiefilm.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden