Ode aan Amerika

'Haat tegen de bourgeoisie werd in de negentiende eeuw de standaardemotie van de Franse intelligentsia. En deze bourgeoisfobie, die zich heeft kunnen uitzaaien naar zulke uiteenlopende plaatsen als Bagdad, Ramalla en Peking, is de belangrijkste reactionaire stroming van onze tijd.' Dat komt volgens de Amerikaanse journalist David Brooks, omdat twee volkeren - de Amerikanen en de Joden - dé voorbeelden zijn geworden van onverdiend succes.

Plotseling merkte een groep Franse kunstenaars en intellectuelen rond 1830 dat mensen die in geestelijk opzicht hun minderen waren, de wereld bestierden. Ineens was daar een groot aantal kooplieden, bestuurders en handelaren die enorme sommen geld verdienden, in grote huizen woonden en sleutelposities innamen. Ze hadden niets van de goede manieren van de aristocratie, en zelfs niets van de aardse mentaliteit van de boeren. Integendeel: zij waren plat. Het waren vulgaire materialisten, holle conformisten en door zichzelf in beslag genomen patjepeeërs die hun eigen morele en geestelijke minderwaardigheid tegenover kunstenaars en intellectuelen niet eens wilden erkennen. Maar nog erger was dat hun ontstellende middelmatigheid aan de basis lag van hun succes. Door een of andere ernstige fout in het grootse ontwerp van het universum had hun kleingeestige gierigheid hun ongekende welvaart, onstuitbare macht en groeiend sociaal prestige gebracht.

Natuurlijk waren de kunstenaars en intellectuelen hier razend over. Haat tegen de bourgeoisie werd de standaardemotie van de Franse intelligentsia. Stendhal zei dat handelaren en kooplieden hem 'tegelijkertijd deden huilen en kotsen'. Flaubert schreef dat haat tegen de bourgeoisie 'het begin van alle deugd is'. Hij tekende zijn brieven met 'Bourgeoisphobus' om te laten zien hoezeer hij de 'stomme kruideniers en hun soort' verachtte.

Van alle grote stromingen van de negentiende eeuw is deze bourgeoisfobie zo'n beetje de enige die nog in leven is. Het marxisme is dood. Het freudianisme is dood. Het sociaal darwinisme is dood en ook alle theorieën over raszuiverheid die ermee samenhingen. Maar de emoties en reacties van Flaubert, Stendhal en al die anderen rond 1830 bestaan nog steeds en zijn sterker dan ooit. In feite is deze bourgeoisfobie, die in allerlei varianten heeft kunnen bloeien en zich heeft kunnen uitzaaien naar zulke uiteenlopende plaatsen als Bagdad, Ramalla en Peking, de belangrijkste reactionaire stroming van onze tijd.

Dat komt omdat tegenwoordig, in de ogen van een groot deel van de wereld, twee volkeren - de Amerikanen en de Joden - dé voorbeelden zijn geworden van onverdiend succes. Amerikanen en Israëliërs zijn, in deze visie, de op geld beluste molochs van de planeet, de verpesters van de moraal, de verziekers van culturen en de verbreiders van godslasterende waarden. Deze twee naties, zo wordt gezegd, bedrijven veroveringskapitalisme, ze lopen armere naties onder de voet en exploiteren zwakkere buren in hun eindeloze verlangen naar meer en meer. Deze twee volkeren, de Amerikanen en de Joden, gedijen nu zo goed, in de ogen van de bourgeoisfoben, juist omd t zij geestelijk minderwaardig zijn. Zij veronachtzamen het heilige in het leven, het is hun koortsachtige energie, hun onrechtvaardigheid, hun oppervlakkige zoektocht naar macht en winst, die ervoor zorgen dat zij fortuinen kunnen maken, wapens produceren en de rol van hypermacht spelen.

Net zoals de Franse intellectuelen in de jaren rond 1830 in opstand kwamen tegen de zo verachtelijke handelaren en bankiers, hebben de bourgeoisfoben van vandaag hetzelfde schrijnende gevoel van minderwaardigheid tegenover Amerika en Israël. Zij ervaren dezelfde soort vernedering omdat zij niets kunnen doen tegen de groeiende macht van hun vijanden. Maar de bourgeoisfoben van vandaag zijn niet alleen kunstenaars en intellectuelen. Het kunnen evengoed terroristen zijn of wandelende bommen. Of het zijn leraren in koranscholen, die er wel voor uitkijken om hun studenten de pragmatische kennis bij te brengen die bourgeoisscholen onderwijzen. Of het zijn islamitische geestelijken die aansporen tot haat en geweld. Of het zijn erudiete Europeanen die gloeien van vernedering omdat ze diep van binnen weten dat zowel Amerika als Israël over een vitaliteit en een heldhaftigheid beschikt die hun eigen landen ook ooit hadden, maar nu niet meer.

Bourgeoisfobie is eigenlijk het haten van succes. Het is een haat van mensen die zichzelf geestelijk superieur voelen, maar op economisch, politiek en sociaal gebied overtroffen worden door anderen. Ze concluderen dat de wereld ziek is, dat deze de verkeerde waarden beloont, de verkeerde mensen en de verkeerde talenten. Als ze zachtaardig zijn, worden ze cynisch, als ze hard zijn, gewelddadig. In de geest van de bourgeoisfoob zijn de succesvolle mensen en naties niet alleen maar lichtelijk vulgair, overgewaardeerd en onverdiend gelukkig, nee, het zijn monsters die, in extreme gevallen, zonder schuldgevoel gedood kunnen worden. Iemand die eerlijk is, zou andermans succes misschien toeschrijven aan een superieur arbeidsethos, zelfdiscipline, of geluk - gewoon op de juiste plek zijn op de juiste tijd en met de juiste kwaliteiten. Maar voor de bourgeois-foob is andermans succes nooit legitiem of verdiend. Voor hem komt succes alleen voor diegenen die het gouden kalf aanbidden, het afgodsbeeld, de duivelse verleider.

Toen de bourgeoisfoben eenmaal de smaak te pakken hadden van hun reactionaire reflex, werden de Amerikanen en de Joden al snel tot de belangrijkste objecten van hun gram gemaakt. Omdat, zoals de historicus Henry Steele Commager eens opmerkte, geen land in de wereld ooit zo'n succes had gehad als Amerika, en iedereen dat wist. En geen volk in de geschiedenis van Europa zo'n blijvend succes gekend heeft als de Joden. En dus werden de Joden in de bourgeois-fobe verbeelding gelijkgesteld aan het ultieme commerciële volk. Zij waren de bankiers, de handelslui, de zielloze en harde onderhandelaars die door de kelders kropen van de eerlijke en nobele culturen om hen te infecteren met hun gewoontes en praktijken. De negentiende-eeuwse Teutoonse filosoof Houston Chamberlain zei over de Joden dat 'hun bestaan een misdaad is tegen de heilige wetten van het leven'. De joodse religie, zei hij, is 'rigide, karig, en steriel'.

Het is eigenlijk verbazend te zien hoezeer ook Amerika gestereotypeerd werd als een naar geld graaiend, commercieel land en Amerikanen als een op geld belust volk. François la Rochefoucauld Liancourt, die rond 1790 in de VS rondreisde, zei: 'Hun verlangen naar rijkdom is hun allesoverheersende passie'. 'Winst! Winst! Winst! Winst!', zo vatte de Engelse filosoof Morris Burbeck de Amerikaanse manier van leven een paar jaar later samen. Iedere nieuwe toevloed van buitenlandse waarnemers versterkte het vooroordeel. Charles Dickens beschreef een land van ongemanierde, vulgaire types die volstrekt bezeten waren van de jacht op 'de almachtige dollar'. In 1904 begon zo'n beetje de hele wereld zich zorgen te maken over de Amerikaanse culturele hegemonie. In dat jaar schreef de Duitse auteur Paul Dehns een invloedrijk essay, getiteld, 'De veramerikanisering van de wereld'. Veramerikanisering was volgens hem 'het ononderbroken en meedogenloze streven naar winst, rijkdom en invloed'.

Tegen de tijd dat Osama bin Laden er aankwam, was de les dat je Amerika moet haten er dus al goed ingestampt, een eindproduct dat zo door hem ter hand kon worden genomen. In 1998 verklaarde Bin Laden de oorlog aan 'de alliantie van kruisvaarders en Joden, geleid door de Verenigde Staten en Israël'. Hij voegde eraan toe: 'Al vanaf mijn kindertijd ben ik in oorlog met en haat ik de Amerikanen'. Hij herhaalde zo de woorden van de historicus Arnold Toynbee, die dertig jaar eerder al zei dat de VS en Israël de twee gevaarlijkste staten ter wereld zijn.

Wat moesten de bourgeoisfoben tegen deze bedreiging doen? Ze splitsten zich in twee scholen. De 'harde school' wil de ruwe, mannelijke vitaliteit in ere herstellen, die nog steeds ergens diep in het hart van de menselijke natuur verborgen ligt. De 'etherische school' gelooft dat een creatieve minderheid zich boven het prozaïsche bourgeoisleven kan verheffen door contemplatie, gevoeligheid, kunst en geestelijk heil.

De 'harde school' ontstond in Duitsland, min of meer met Nietzsche. In 'Aldus sprak Zarathoestra' laat Nietzsche een van zijn karakters uitroepen dat hij deze hele wereld van gedegenereerde 'vlooien' de rug toekeert. Verlossing kan alleen gevonden worden in de wil tot macht, en alleen de Ãœbermensch beschikt over zo'n wilskracht. Hij kan daarom een 'machtige hamer' worden om 'gedegenereerde en verrotte rassen kapot te slaan en te verwijderen, opdat zij plaatsmaken voor een nieuwe levensorde'.

Vervolg op pagina 38

Ode aan Amerika

Vervolg van pagina 37

De 'harden' keken nostalgisch terug naar de wilde, onbeschaafde en trotse mannen van de homerische legendes, de Duitse geschiedenis en de Noorse mythologie. Zij wachtten erop dat zo'n held nu weer

te voorschijn zou komen, een viriele krijger die de taaie korst van een overgeciviliseerde wereld zou vernietigen en de ruwe energie van de soort weer tot leven zou wekken. 'We hebben geen behoefte meer aan ideologen', zei Oswald Spengler, 'we hebben behoefte aan hardheid, aan een scepticisme zonder angst, we hebben behoefte aan een klasse van socialistische supermannen.' Dit was natuurlijk het pad dat leidde naar Mussolini, Hitler, Saddam Hoessein en Bin Laden.

Ondertussen kwamen de etherische bourgeoisfoben op in Parijs en later ook in Londen en de VS. Zij vonden dat mensen in een gedegenereerde cultuur niet moeten proberen om hun economische en militaire macht te herstellen. Het was wijzer om het verval van hun wereldlijke macht te accepteren en contemplatieve waarden te omhelzen. Toynbee bevestigde dat Europa's mannelijke, zelfbewuste dagen voorbij waren. Hij verwierp patriottisme, het commerciële streven en de krijgshaftige geest. Kunstenaars en intellectuelen, de 'creatieve minderheid', zouden het pad banen totdat 'de meerderheid geleerd heeft om de minderheid mechanischerwijs te volgen'. Europeanen moesten nu kiezen tussen geld besteden aan luxe verzorgingsstaten of aan militaristische 'oorlogvoerende staten'. Zij konden zich niet beide veroorloven. Hij voorspelde - in 1926 - dat zij de verzorgingsstaat zouden kiezen - en gedwongen zouden worden om te accepteren dat zij 'gekleineerd zouden worden door de overzeese wereld, die Europa zelf in het leven had geroepen'.

Toynbee ontmoette Hitler in 1936 en verliet hem diep onder de indruk (de twee mannen deelden een haat tegen een aantal zaken). Hij vertelde zijn landgenoten dat Hitler oprecht verlangde naar vrede. Want net zoals de 'harde school' van de bourgeoisfoben naar Hitler en Saddam leidt, leidt de 'etherische school' naar Neville Chamberlain en de Europese reacties op de 'As van het Kwaad' van George Bush.

Sinds 11 september is veel gepraat over de wortels van de islamitische razernij. Maar voor eenieder die bekend is met de geschiedenis van bourgeoisfobie, is het opvallend hoezeer deze islamitische razernij lijkt op de traditionele razernij tegen het prestatiegerichte kapitalisme. De islamistische fanatici en de bourgeoisfoben haten dezelfde zaken. Zij gebruiken dezelfde woorden en uiten dezelfde protesten.

In een essay in de New York Review of Books, getiteld 'Occidentalisme', somden Avishai Margalit en Ian Buruma een lijst op met karaktertrekken die gehaat worden door Al- Kaida en andere anti-Amerikanen en anti-westerlingen in de Derde Wereld.

Ten eerste haten ze de stad. Steden staan voor handel, gemengde bevolkingen, artistieke vrijheid en seksuele losbandigheid.

Ten tweede haten ze de massamedia: advertenties, televisie, popmuziek en video's.

Ten derde haten ze wetenschap en technologie - de vooruitgang van de technische kennis, de mechanische efficiëntie en de materiële knowhow.

Ten vierde haten ze voorzichtigheid, het verlangen om veilig te leven in plaats van heldhaftig te flirten met geweld en dood.

Ten vijfde haten ze de aangeboren vrijheid, een recht dat ook geldt voor gewone mensen.

En ten zesde verafschuwen ze de vrouwenemancipatie. Margalit en Buruma noteren: 'Vrouwenemancipatie leidt tot bourgeois decadentie'. Vrouwen horen thuis te zitten en heldhaftige mannen voort te brengen. Zij mogen vooral niet de wereld ingaan, want dan beroven zij de mannen van hun mannelijkheid en verzwakken zij hun potentie. Wie al deze zes karaktertrekken bij elkaar neemt, spreekt min of meer over de pilaren van de meritocratische kapitalistische maatschappij, zoals je die nog het duidelijkst aantreft in landen als Amerika en Israël.

De hedendaagse moslimwoede die zich tegen deze maatschappij richt, wordt versterkt door twee bijkomende aandoeningen. De eerste is een gevoel van seksuele schaamte. Een bekend ritueel voor de bourgeoisfoob van dit type is om op jeugdige leeftijd naar Amerika of het Westen te gaan waar hij bijna wordt verleid door het vulgaire hedonisme van het kapitalistische leven, maar het toch heroïsch weet te versmaden.

Sayyid Qutb, een van de intellectuele helden van de islamitische extremisten, maakte tussen 1948 en 1950 een rondreis door Amerika. Hij trof daar een wereld aan van jazz, film, auto's en mensen met een obsessie voor het onderhouden van hun grasveld. Het land, schreef hij, was 'hol en vol tegenstellingen, gebreken en kwaden'. Op een bepaald ogenblik bezocht hij een sociale bijeenkomst van een kerk. De discjockey zette 'Baby, it's cold outside' op. Qutb schreef: 'Het dansen werd intenser. In de hal was het een gekrioel van benen. Armen omsloten armen, lippen ontmoetten lippen, borsten drukten zich op borsten, en de atmosfeer was vol liefde.' Dit gebeurde op een kerkelijk feestje. Je kunt je voorstellen hoe de Al-Kaida-kapers van 11 september zich moeten hebben gevoeld tijdens hun bezoek aan een stripteaseclub in Florida, kort voor ze op weg gingen naar hun zuiverend martelaarschap.

De tweede aandoening is vernedering - een vernedering die wordt veroorzaakt door het feit dat in de jaren zestig en zeventig veel Arabische en moslimnaties probeerden zich aan te sluiten bij de bourgeoiswereld. Ze probeerden te moderniseren, maar faalden. Sommige Arabische landen proberen nog steeds de lage en smerige moderniserende weg te volgen en proberen zelfs de aanwezigheid van Amerikaanse troepen op Arabisch grondgebied te accepteren. En dit zweept de islamitische bourgeoisfoben van de harde kern naar een nog hogere staat van razernij. Zoals Bin Laden het zelf zei, toen hij protesteerde tegen de aanwezigheid van Amerikaanse troepen op Saoedisch grondgebied: 'Bij God, moslimvrouwen weigeren om verdedigd te worden door deze Amerikaanse en Joodse prostitués'.

De islamitische reactie op deze vernedering is de verering van de moslimstrijder. Islamitische extremisten romantiseren de nietsontziende krijgsman, net zoals de Duitse bourgeoisfoben deden, met dit verschil dat de islamisten jurken dragen en korans vasthouden. Net zoals de Europese en Japanse aanhangers van de 'harde school' vóór hen deden, verheerlijken de islamisten geweld en bouwen ze aan een cultus van zelfmoord en dood. 'De Amerikanen houden van Pepsi-Cola, wij houden van de dood', verklaarde de Al-Kaida-strijder Mualana Inyadullah na 11 september. Joden 'houden meer van het leven dan enig ander volk en ze geven er de voorkeur aan niet te sterven', zei de Hamas-functionaris Ismail Haniya op 28 maart tijdens een golf van zelfmoordaanslagen.

De houding van de Europese etherici is heel wat gecompliceerder. Europeanen zijn natuurlijk zelf bourgeois, in sommige opzichten zelfs meer dan Amerikanen en Israëliërs. Wat ze wantrouwen in Amerika en Israël is dat deze landen een bijzonder agressieve en, in hun ogen, onevenwichtige bourgeois-ambitie vertegenwoordigen. Geen Europeaan zou ooit de categorie willen erkennen, maar Amerika en Israël zijn 'heroïsche bourgeoisnaties'. De Israëliërs worden gedreven door een hartstochtelijk zionisme om hun land op te bouwen en rijk en machtig te maken. Amerikanen worden gedreven door een puriteins gevoel van roeping, de diepgewortelde overtuiging dat Amerikanen een speciale missie hebben om hun manier van leven over de hele wereld te verbreiden. Het is precies dit heroïsche element van het gewone leven dat de Europeanen ontbreekt en dat zij wantrouwen.

De Europeanen zijn dus een en al ambivalentie. In zijn neerbuigende, maar uiteindelijk toch waarderende portret 'Amerika' schreef de Franse filosoof Jean Baudrillard: 'Amerika is machtig en oorspronkelijk; Amerika is gewelddadig en afschuwelijk. We moeten niet proberen een van deze aspecten te ontkennen, en ze ook niet willen verzoenen.'

Maar Europeanen proberen ze wél te ontkennen - omdat ze eenvoudig niet meer weten hoe het is om het zelfvertrouwen van een wereldrijk te hebben, om de kracht van de geschiedenis in de rug te voelen, om heroïsche en zelfs eschatologische aspiraties te koesteren. Hun hartstochten zijn tot bedaren gekomen. Hun intellectuele gidsen hebben hun geleerd dat zakendoen onwaardig is en strijd vulgair. Hun geschiedenis heeft hen ertoe gebracht om militaire moed te verwerpen en om hun eigen betrekkelijke verval te beschouwen als teken van een grotere rijpheid en wijsheid. De Europese Unie heeft meer inwoners dan de VS en een groter bnp, en probeert Amerika naar de kroon te steken. Maar het zelfvertrouwen is weg, evenals het jeugdige gevoel van onbegrensde mogelijkheden en de ongedwongen overgave aan gewone ambitie.

Hun innerlijke motor is dus van een ander kaliber. Ze kijken met minachting naar ons arbeidsethos (de gemiddelde Amerikaan werkt 350 uur per jaar - bijna negen weken langer dan de gemiddelde Europeaan). Ze kijken met minachting naar wat zij zien als ons gebrek aan sociale voorzieningen, onze betrekkelijk kleine verzorgingsstaat die mobiliteit en inspanning beloont, maar ongeluk minder elegant opvangt. En ze kijken met angst naar onze populaire cultuur die als een soort meedogenloze machine ontworpen lijkt om de plaatselijke culturen die haar in de weg staan te verpletteren.

Ze kijken vol onbegrip wanneer onze leiders een wereldwijde aanval aankondigen op terreur en kwaad. Ze zien ons als een hersenloze Rambo, een Mike Tyson met rollende spieren en zonder verstand. Terwijl de islamisten ons zien als een decadente slet, zien de Europese etherici ons als een schietgrage cowboy. De islamisten denken dat we te verwend en zelfvoldaan zijn, de Europeanen denken dat we te gewelddadig en impulsief zijn. Maar de visie van beiden komt voort uit een dieper gelegen bourgeoishaat - uit het vooroordeel dat mensen die succesvol zijn in aardse aangelegenheden moreel en intellectueel achterlijk moeten zijn.

Na 11 september bestond er in Europa en in bepaalde Amerikaanse kringen een wijdverbreide angst dat de VS gewelddadig en ongericht om zich heen zouden slaan. Maar in feite hebben de VS zich nooit zo gedragen. Ze reageerden traag op Pearl Harbor; ze waren te bedeesd in hun reacties op de USS Cole en andere aanslagen. Maar voor veel Europeanen, die, om zichzelf nog in de spiegel te kunnen zien, wel moeten geloven in onze hersenloze onvolwassenheid, was het overduidelijk dat de VS eerst zouden schieten en pas daarna zouden nadenken.

Deze Europeanen hebben zichzelf de vleiende rol toebedeeld het Athene te zijn tegenover ons Rome. Daar gaat al het gepraat over coalitievorming over; de hersenloze Amerikaanse autodealer zou zichzelf moeten laten leiden door de bedachtzame Europese staatsman, die beter is in het doordenken van onbedoelde consequenties van elke actie en in het doorgronden van duistere complexiteiten. Veel Europese commentaren over Amerika sinds 11 september hebben een zoölogische ondertoon gehad. Het Amerikaanse beest wist niet dat het kwetsbaar was voor een aanslag (wij Europeanen wisten dit allang). De Amerikaan werd getraumatiseerd door deze ontdekking. De Amerikaan overcompenseerde dit met een wapenopbouw die doelloos was aangezien hij al meer wapens had dan hij ooit nodig kon hebben.

Verder ziet de Amerikaan de diepere oorzaken van het terrorisme niet: de armoede, de hopeloosheid. Amerika zou echt meer geld moeten spenderen aan buitenlandse hulp (interessant is dat Europeanen, die worden geacht minder materialistisch te zijn dan wij, altijd weer denken dat meer geld de problemen van de wereld kan oplossen).

Wanneer de etherische bourgeoisfoob aan politiek gaat doen, dan steekt hij zich instinctief in het pak van de diplomaat. Diplomatie past bij zijn temperament. Ze vereist subtiliteit in plaats van helderheid, zelfbeheersing in plaats van macht, geduld in plaats van energie, nuance in plaats van ongedurigheid. Diplomatie is sterk formeel, elitair, hoogbeschaafd. Bovenal is het complex. Complexiteit is champagne met kaviaar voor de etherische bourgeoisfoob. Bourgeoisfoben koesteren het simplistische geloof dat, wat het probleem ook is, de oplossing complexiteit vereist. Elke vastbesloten poging om de status-quo te veranderen - Saddam omverwerpen, Arafat laten vallen, democratie kweken in de Arabische wereld - zal de zaak alleen maar erger maken.

Toch hebben de gebeurtenissen sinds 11 september twijfels doen groeien over een eeuw van hoofdzakelijk bourgeoisfoob cultureel pessimisme. Op de een of andere manier gedroegen de brandweerlieden in New York en de passagiers van Vlucht 93 zich als helden, hoewel ze ongetwijfeld woonden in bourgeois huizen, van Oprah hielden, winkelden in Wal-Mart, keken naar MTV en nu en dan de Playboy doorbladerden. Meer dan dat: sinds 11 september is overduidelijk geworden dat Amerika naar weergaloze economische en militaire hoogten is gestegen, en het is waarachtig niet eenvoudig te verklaren hoe een land dat zo tot in de kern corrupt is, zo lang zo duidelijk succesvol kan blijven aan de oppervlakte. Als we zo rot zijn, hoe kunnen we dan zo groot zijn?

Het kan zijn, zoals de bourgeoisfoben beweren, dat Amerika bloeit omdat het geestelijk onvolgroeid is gebleven. Daar is moeilijk achter te komen omdat de meesten van ons de thermometer ontberen waarmee de cultureel pessimisten blijkbaar de diepte van andermans ziel kunnen meten.

Maar geconfronteerd met de gebeurtenissen van 11 september, hebben de Amerikanen zich niet zo snel mogelijk teruggetrokken in gemakkelijk comfort (integendeel, het zijn anderen over de hele wereld geweest die hebben geprobeerd om deze gebeurtenissen tussen haakjes te zetten). President Bush, een man bespot als een typisch geval van een domme cowboy, heeft de uitdaging zo ambitieus mogelijk onder woorden gebracht: als een morele confrontatie met een As van het Kwaad. Hij heeft de moeilijkste weg gekozen. En de Amerikaanse bevolking heeft hem gesteund - ook die mensen die zich fel keerden tegen zijn verkiezing.

Dat is niet de voorspelbare reactie van een decadent, commercieel volk. Dat is niet de reactie die je had voorspeld als je je kennis van Amerika had gebaseerd op de uitgebreide literatuur over cultureel verval. En je zou ook de Amerikaanse reactie op de recente gebeurtenissen in het Midden-Oosten, die eveneens sterk afwijkt van de Europese, niet hebben kunnen voorspellen. Net zoals de Franse antiglobalist en activist José Bové - tot dusver het meest bekend vanwege het vernielen van een McDonald's - aanvoelt dat hij iets gemeen heeft met Jasser Arafat (bij wie hij op 31 maart in Ramalla op bezoek ging), zo voelen de meeste Amerikanen dat ze iets gemeen hebben met Israël in deze strijd.

De meeste Amerikanen kunnen het verschil zien tussen nihilistisch terrorisme en een democratie die haar best doet zich te verdedigen. En de meeste Amerikanen lijken de principes die hier op het spel staan te willen verdedigen, zelfs ten overstaan van wereldwijde kritiek en laster. In deze en veel andere kwesties weerspiegelt George Bush de meritocratische kapitalistische cultuur waarvan hij een product is. Terwijl de rest van de wereld verloren ging in een morele mist, zeurend over de 'cyclus van geweld', alsof bommen zichzelf tot ontploffing brengen en de taal van menselijk toedoen en moreel oordeel niet van toepassing was, is de regering-Bush, over het algemeen duidelijk geweest.

Twee eeuwen lang heeft Amerika op de rand van de uitputting of ineenstorting gestaan, maar het is nooit uitgeput of ingestort. Twee eeuwen lang heeft het kapitalisme in een crisis verkeerd, maar het is nooit bezweken. Twee eeuwen lang stonden de jeugd/de kunstenaars/de arbeiders/de onderdrukte minderheden op het punt om het bezadigde conformisme van de voorsteden omver te werpen, maar uiteindelijk deden ze het nooit. In plaats daarvan verhuisden ze naar de voorsteden en vonden daar hun geluk.

Twee eeuwen lang is dit meedogenloze patroon te zien geweest. Er komt een of andere nieuwe bourgeoisfobe beweging of figuur op - Lenin, Hitler, Sartre, Che Guevara, Woodstock, de Sandinisten, Arafat. De nieuwe beweging wordt omhelsd, geromantiseerd, aangekondigd als dé beweging van de toekomst. Maar dan stort ze in, en de nooit-definitief-gedesillusioneerde bourgeoisfoben gaan er vandoor, op zoek naar de volgende antibourgeois-beweging die de inspiratie zal vormen voor het volgende hoofdstuk van hun altijd teleurstellende avonturen.

Anderzijds zal 11 september de Amerikanen misschien inspireren om tot de verbluffende en revolutionaire conclusie te komen dat we gelijk hebben te leven zoals we doen, om te zijn zoals we zijn. Misschien is het nu tijd om intellectueel vlees te krijgen op de botten van onze instinctieve trots, om te erkennen dat de Amerikaanse manier van leven niet alleen succesvol is, maar ook karaktervormend. Ze prent deugden in die het Amerikaanse succes verklaren: een zeker vermogen om problemen helder te zien, om energiek te reageren op tegenslagen, om de wezenlijke taken te vervullen, om kracht te gebruiken zonder te vervallen in barbaarsheid. Misschien mobiliseert de gewone Amerikaanse manier van leven het individuele initiatief, en de hoogste, niet alleen maar de grofste aspiraties. Misschien had Baudrillard, die woedend makende waarderende Fransman, gelijk toen hij over Amerika schreef: 'Wij [Europeanen] filosoferen over een enorme hoeveelheid zaken, maar hier krijgen ze vorm ... Wij vinden de Amerikaanse levenswijze naïef of cultuurloos, maar het is die levenswijze die onze waarden in praktijk brengt.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden