OCHTEND TUSSEN DE PETTEN EN DE MOKBAAI

"Van het Horntje af hielden we de binnenvoet van het duin en belandden spoedig bij de plas van de Petten, een bezitting van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten en een van de mooiste Texelse landschappen. De plas ligt aan de voet van het duin, met als voorgrond een mals hooilandje vol orchideeen en als achtergrond in de verte het ongelooflijk mooie dorpje Hoorn. Je mag de Petten niet betreden, maar op het duin gezeten kun je ze volledig bekijken. Enige tijd geleden vreesden wij dat de sterntjes er de kluten zouden verdringen, maar ze broedden er nu vrij rustig naast elkaar, een kleine twintig paar kluten, wat meer sterntjes en ook nog een enkele scholekster en strandpleviertjes en een enkele onwelkome kokmeeuw. De kluten hadden al jongen, die op hun lange benen rondploeterden door de modder of lustig rondzwommen waar het water dieper was."

Welke natuurliefhebber loopt het water niet in de mond als hij zo'n beschrijving leest? Jac. P. Thijsse schreef deze regels in 1930. Het ligt voor de hand dan meteen te denken dat daar nu, na ruim zestig jaar, niets meer van over is. In die tijdspanne is bijna heel Nederland immers op de schop gegaan. Als natuurreservaat zullen de Petten er nog wel zijn, maar voor het omringende landschap en het uitzicht valt het ergste te vrezen.

Dat valt mee. Er is landschappelijk nauwelijks iets veranderd daar in het Hoornder Nieuwland, waar de Petten liggen. Door zoute kwel zijn de graslanden om de plasjes heen niet de moeite waard gebleken voor een ruilverkaveling. Nog steeds kun je vanaf de kruin van de dijk het Molwerk, die Thijsse ten onrechte het duin noemt, de Petten overzien. Met het voordeel dat je, als je je omdraait, tevens een vrij en weergaloos uitzicht hebt over de Mokvlakte en in de verte de Mokbaai.

Zit je daar een tijdje en kijk je wat langer, dan merk je toch dat van het malse hooilandje op de voorgrond alleen maar kort, door schapen beknabbeld gras is overgebleven. Orchideeen zul je er nu ook tevergeefs zoeken. Bloemen bloeien alleen tussen de weg en de sloot, die potentiele overtreders van het toegangsverbod de doorgang verspert.

Ik zit bij voorkeur in de vroege morgen op het Molwerk, voordat het zo warm wordt dat je beter op het strand kunt verblijven. Daar is deze morgen weinig kans op, want grauwe wolken verhullen de opkomende zon.

Het witte kerkje

Links achter de plasjes is een typisch Noordhollandse stolpboerderij. Er grazen schapen; de lammeren zijn al flink groot. Recht vooruit verheft zich slank en wit boven de rode daken van het dorp de kerk van Den Hoorn.

Vlakbij beent een bergeend tot aan zijn buik door het water. Met de kop onder water doorzoekt hij het slijk op de bodem naar wormpjes en slakjes. Zijn hals maakt heen en weer gaande bewegingen. Op drooggevallen wad zie je soms de sporen van zijn zoekwerk, hoefijzervormige bogen, een hele reeks achter elkaar. Verderop lopen de kluten, elegante zwarte met witte steltlopers, met fragiel aandoende sprietdunne poten en een nog dunnere omhoog gewipte snavel. Ook zij maaien door het slik en halen af en toe iets kleins boven water, dat door de snavel als met een pincet wordt vastgehouden. Wat schrokkerige bewegingen volgen en het voedsel verhuist naar de krop.

Late rotganzen

Een veel grotere, donkere vogel staat eenzaam in het ondiepe water. Als ik me omdraai naar de Mokvlakte, zie ik wel dertien van zijn soortgenoten op een slikkige plek grazen. Het zijn rotganzen, broedvogels van Nova Zembla en NoordRusland. Ik vraag me af of ze zo laat in de lente nog naar het noorden trekken.

Het is met name om de kluten dat vaak vogelaars over de Petten speuren. Ze hebben er altijd gebroed. Hoe staat het met de andere vogels, die Thijsse in 1930 noemde?

Er is nog een kolonie van tien, misschien iets meer paren visdieven. De ranke sterns broeden op de eilandjes, die aan de buitenkant zijn beschoeid tegen afslag. Ook de door Thijsse niet gewenste kokmeeuwen zijn er nog en wellicht meer dan in zijn tijd. Zeker veertig meeuwen krakelen op de eilandjes. Kokmeeuwen worden er vaak van beschuldigd de eieren van weidevogels te roven.

Nerveuze vogels

Naar strandplevieren kijk ik tevergeefs uit, maar scholeksters zijn er genoeg, zoals overal op Texel. Het zijn nerveuze vogels, steeds heen en weer vliegend, luid tepietend zonder een directe aanleiding.

Ik tel wel twintig tureluren. De bruine steltlopers met hun felrode poten fourageren in het oeverwater en in het gras. Je zou verwachten dat ze nu al hoog en breed jongen hebben, maar ik zie toch een paar mannetjes baltsen en zelfs nog een paring. Tussen de tureluren lopen ook drie oeverlopers in het water te pikken. Ze zijn kleiner en onmiddellijk te herkennen aan de 'schaatskrul', waarin hun witte onderzijde zich voor de vleugels op hun donkerbruine bovenzijde voortzet.

Een bruine kiekendief, broedvogel van de Geul op nauwelijks een kilometer afstand, jaagt vier kieviten de lucht in. Met doldrieste buitelingen proberen ze de grote roofvogel van hun jongen te verdrijven.

Zilverplevieren

De rotganzen op de Mokvlakte zijn een stuk kleiner dan de vier grauwe ganzen, die er ook lopen te grazen. De grauwe broeden op Texel. Minstens tweehonderd rosse grutto's vormen een donkere troep in het water van de verre Mokbaai. Midden op de kwelder staan ongeveer vijfenzeventig zilverplevieren, alle met de kop een kant uit gekeerd. Ze zijn in zomerkleed, met pikzwarte keel, borst en buik, sterk contrasterend met de rijzige bovenkant. Verder een dertig bonte strandlopers, een strandplevier, bergeenden, scholeksters, tureluren en zilvermeeuwen. Die zie je hier bijna altijd in de zomer.

Voordat ik terugloop naar de kampeerplaats, bekijk ik nog even de planten in de wegberm. Helaas is aan de weg gewerkt en nu een brede strook berm kaal, maar aan de sloot bloeit nog wat. Het cremewit komt van de schermen van gewone bereklauwen en van volop bloeiende pijlkruidkers. De laatste is een plant van een paar decimeter hoog, de kruisbloemen in een dichte ronde pluim. De spitse, bochtig getande bladeren omvatten de stengel met hun pijlvormige voet. En wat ik uit de verte aanzag voor het geel van scherpe boterbloem, blijkt van knolboterbloemen te zijn. De knolboterbloem is veel minder gewoon dan de scherpe en daarvan gemakkelijk te onderscheiden door de iets grotere bloemen en de teruggeslagen kelkbladen. Scherpe boterbloem groeit hier ook, maar aanmerkelijk minder.

En dan is er nog de heksenmelk, een wolfsmelk met onduidelijke bloemen in groengele napjes. De bijzondere kleur zou zelfs een tuinplant niet misstaan.

NATUUR DEZE WEEK:

De pijpbloem is een al sinds de middeleeuwen gekweekt artsenijgewas, dat al eeuwenlang voorkomt aan de duinrand bij Bloemendaal en Overveen en op sommige plekken in Oost-Nederland. De gele bloemen, in kransen aan de voet van de hartvormige bladeren, lijken op kleine aronskelken, maar de plant is geen familie van de aronskelkachtigen. - Op de vochtige heide en bij heideplasjes vertoont de dopheide zijn eerste roze tonnetjes. Daar kan het nu ook wit zien van het vlokkige vruchtpluis van veenpluis. - De echte valeriaan is een plant van een meter hoog, die nu platte, bleekroze schermen heeft aan de waterkant. Daar staan ook pitrus, moerasvergeet-mij-nietje en moeraswalstro in volle bloei. - De krabbescheer lijkt op de kamerplant aloe, maar groeit onder water. De stekelige rozetten drijven nu naar de waterspiegel, waar de drietallige witte bloemen verschijnen. - De distels bloeien nu volop. Ze worden bezocht door vlinders, kevers, zweefvliegen, bijen en hommels. Er zijn nu weinig grote hommels meer te zien. De meeste hommels die nu vliegen zijn extra klein, de eerste nakomelingen van de grote hommelkoninginnen. Zij verzorgen verder het broed, waaruit nieuwe werksters zullen komen. Die zullen het beter hebben, omdat de koningin niet meer in haar eentje voor haar kroost hoeft te zorgen. Ze zullen groter zijn dan die eerste dwergwerksters. - De zwarte larven van het waterleliehaantje vreten grote gaten in de bladeren van de waterlelies.

EN VERDER:

Vandaag is van 9 tot 16 uur een bijenmarkt rondom de Sterrenwacht in Leiden bij het Rapenburg: in het begin van de ochtend handel in bijenvolken, verder verkoop van voor de bijenteelt nodige artikelen, honing, bijenwas, waskaarsen, mede een demonstratie van het hanteren van bijen, korfvlechten en andere ambachten, voorlichting door natuur- en milieuverenigingen en vrije toegang tot de Leidse hortus.

Publieksactiviteiten van het IVN: vandaag langs de Dammekade, 10 uur Dammekade hoek Warmoeskade tussen Bodegraven en Reeuwijk; Schiebroekse parken, 10 uur wijkgebouw De Castagnet, Kastanjelaan; morgen van 10 tot 11.30 uur Prattenburg, Cuneraweg 426-428, Veenendaal; Madestein, 14 uur ijzeren brug over Lozerlaan (Kraaiestein), Den Haag; Schollebos in Rotterdam, 13.35 uur hoek Bermweg en Capelseweg, bus WN 190 vanaf Rotterdam CS om 13.09; woensdag van 19 tot 20.30 uur Grebbeberg, start beneden bij de Grebbesluis; van 19 tot 20.30 uur Patersbos in Breda, van de Seminarieweg bij het Koolpad te Bavel. - Vandaag en morgen zullen aan de Utrechtse Vecht en het plassengebeid een aantal particuliere buitenplaatsen met bijzondere tuinen open zijn voor het publiek: Nijenrode, Terra Nova en Sypesteyn. Er is een pendelbootdienst op de Vecht, er is een lezing door een tuinspecialiste en er zijn fiets- en wandelroutes uitgezet. Voor nadere informatie kan men de provinciale VVV bellen: 030801100. - Volgende week zaterdag organiseert Bezoekerscentrum De Watermolen, Zijpendaal in Arnhem, een fietstocht van 30 kilometer langs allerlei wateren en waterwerken, die speciaal voor de deelnemers zijn opengesteld. IVNgidsen geven uitleg. Vertrek tussen 8 en 11 uur bij het centrum, 5,(tot 14 jaar 2,50), inclusief routebeschrijving en rondleidingen. Vanmiddag kan men zich nog aanmelden: 085-450660.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden