Klassiek & zo

Och, arme Franz Xaver Süssmayr

Pierre-Henri DutronBeeld millot

Niemand is geloof ik ooit op het idee gekomen om een roman, een toneelstuk, een film, of voor mijn part een opera te maken met Franz Xaver Süssmayr als onderwerp. 

En dat terwijl de persoon van deze steeds maar weer als onbegaafd afgeschilderde leerling van Mozart zich bijzonder goed zou lenen voor een psychologiserend, gelaagd verhaal over hoe het is om in de nabijheid van een genie te leven en werken en voor altijd jouw eigen naam te verbinden aan diens laatste werk - een Requiem nog wel.

Een topverhaal. Ga maar na. De jonge Franz reisde in 1791 (hij was toen 25 jaar) met Mozart naar Praag voor de eerste uitvoering van 'La clemenza di Tito'. Hij mocht er de recitatieven voor componeren, omdat Mozart tot over zijn oren in het werk zat. Verguisd zijn ze, die recitatieven - vervangen zelfs. Maar ach, het waren slechts recitatieven, dus daar viel voor de goegemeente weinig aan te verpesten. Toch? Maar dat hij daarna de euvele moed had om na de dood van zijn leermeester, diens Requiem te voltooien, daarvoor kreeg hij pas echt klappen om zijn oren. Twee eeuwen lang al. Als een Icarus die te dicht bij het hemelse durfde te komen, donderde hij omlaag.

Och, arme Franz Xaver Süssmayr. Nog steeds zijn er mensen die denken dat ze het beter kunnen, terwijl het toch dankzij hem is dat we überhaupt kunnen spreken van 'het Requiem van Mozart'. Door hem kwam het tot klinken en hij deed er zijn stinkende best op. Hij 'verstopte' in de bas van zijn Agnus Dei Mozarts beginmotief, hij liet in zijn Sanctus het Dies Irae van Mozart terugkomen en in het Hosanna stopte hij stukjes Recordare. Omdat Süssmayr het afmaakte, kwam Beethoven op het idee om zelf een Requiem te componeren, waar hij vervolgens trouwens weer van afzag. En iemand als Bruckner was idolaat van de voltooiing. Gebruikte motieven ervan in zijn eigen werk.

Maar de roep van de critici bleef luid. Want Süssmayr was toch alleen maar gevraagd, zo gaat het verhaal, omdat hij het handschrift van Mozart zo goed kon kopiëren? De jonge weduwe van Mozart wilde immers koste wat kost een 'Requiem van Mozart' aan de veelbetalende opdrachtgever kunnen overhandigen, en dus moest het snel - in amper twee maanden - en in het 'juiste' handschrift afgemaakt worden.

Dat kon beter vond men, en dus ging men, vooral vorige eeuw, aan de slag. Ruim vijftien 'verbeterde' versies zijn er al gemaakt en onlangs kwam er weer een nieuwe bij, die van Pierre-Henri Dutron. Eigenlijk maakte Dutron er twee: een hele vrije, en eentje die Süssmayrs onhadigheden - want die zijn er echt wel - gladstrijkt. René Jacobs koos (gelukkig) voor de laatste en bracht er onlangs een opname van uit.

Waarom is het dat ik bij iedere nieuwe versie mezelf steeds opnieuw de vraag stel: 'Zou Mozart het zo gedaan hebben?' Dat heb ik bij andere voltooiingen (Mahlers Tiende, Bruckners Negende, Bergs 'Lulu', Puccini's 'Turandot') nooit. Je bent natuurlijk gewend aan de versie van Süssmayr, hebt die leren liefhebben mét alle door kenners gesignaleerde manco's incluis. Süssmayr zit in het collectief geheugen en een mooie die hem daaruit krijgt. Maar het moet gezegd dat Dutron iets moois gerealiseerd heeft. Zonder de hete adem van Constanze Mozart in zijn nek, dat wel. Jacobs doet vervolgens de rest. Mooie opname.

Lees meer van deze rubriek in het dossier Klassiek & zo. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden