Objectief luisteren

Afgelopen zaterdag brak Peter van der Lint in 'Klassiek & zo' de staf over het wijdverbreide gebruik onder muziekliefhebbers om over 'mijn Beethoven', 'mijn Bach' te spreken, om het vervolgens toch ook zelf te doen in zijn bespreking van twee Beethoven-symfonieën van het Concertgebouworkest onder leiding van Ivan Fischer. Ik snap hem wel, het getuigt van een soort arrogantie of verwatenheid om je een componist zo toe te eigenen. Alsof jij als luisteraar zou weten hoe het eigenlijk moet.

Toch valt het niet te vermijden. Er bestaan nu eenmaal geen objectieve uitvoeringen van klassieke meesterwerken. Je zou kunnen menen dat de uitvoeringen door de makers zelf de maat vertegenwoordigen, maar dat is toch maar zelden zo. Ik heb een plaat waarop Maurice Ravel een paar pianostukjes van eigen hand speelt en het lijkt nergens op: gevoelloos, hard. Ook Rachmaninovs uitvoeringen van zijn eigen pianoconcerten zijn beslist niet beter dan die van bijvoorbeeld Vladimir Ashkenazy of Horowitz. Het probleem is dat klassieke muziek door iemand of door velen geïnterpreteerd moet worden alvorens ze tot leven komt. Dat geldt voor de andere grote kunsten niet. De literatuur bijvoorbeeld is objectief. In je hoofd groeit het misschien wel tot een subjectieve belevenis, maar daar komt geen bemiddelaar aan te pas. Er staat wat er staat. Het kán natuurlijk wel dat een leraar of recensent je vertelt hoe je een boek moet lezen, maar het hóeft niet. Hetzelfde geldt voor de beeldende kunst, daar kun je van genieten zonder dat iemand anders zich ertegenaan bemoeit. Maar dat lukt niet met Mozart, Chopin en Brahms.

Ooit was dat wel zo, toen ze nog leefden en hun eigen werken ten gehore brachten, maar nu rest alleen nog de partituur. Ik zou er wat voor geven om Mozart live te zien/horen dirigeren maar het behoort tot de onmogelijkheden. En dan krijg je dus zaken als 'mijn Mozart' en 'mijn Bach'. Vestdijk probeerde het uit. Hij schreef studies over klassieke muziekstukken, bijvoorbeeld Bachs 'Wohltemperiertes Klavier' of de 'Kunst der Fuge', door alleen maar naar de partituur te kijken. En vervolgens gaf hij er cijfers aan, dit fragment een zes, dat deel een achteneenhalf. De hele muziekwereld struikelde over de bloedeloze dorknoperij die hij beoefende. Muziek was toch juist iets levends, dat pas in handen van musici tot leven kwam en het muziekwerk was een eenheid waar je niet in ging zitten plussen en minnen.

Er valt dus niet aan te ontkomen dat de ene uitvoering je beter bevalt dan de ander en dat de een dus beter bij je past dan de ander. Alleen moet je misschien dan niet zeggen dat het al dan niet 'mijn' uitvoering is. Dat doet denken aan zaken 'die helemaal mijn ding' zijn en aan 'selfies' en aan andere narcistische toe-eigeningen, waar we tegenwoordig zo sterk in zijn, nog maar weer eens versterkt doordat 'wij' al die medailles in Sotsji hebben gehaald. Bewaar 'mijn' maar voor 'mijn bouwmarkt' of 'mijn afhaalchinees'. Daar loop je niet zo het risico om voor snob te worden aangezien.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden