Obama won met vrouwelijk imago

Aanhangers van Clinton hoeven niet te treuren. Met Obama krijgen zij toch een vrouwelijke president.

Sanderijn Cels en Jorrit de Jong en  onderzoekster naar politieke communicatie en medewerker aan Harvard University’s Kennedy School of Government

De historische kandidatuur van Hillary Clinton als eerste vrouwelijke genomineerde is van de baan. Jammer, want uit emancipatoir oogpunt zou het prachtig zijn geweest om zo’n capabele vrouw de machtigste functie ter wereld te zien vervullen.

Maar niet getreurd: Barack Obama brengt een flinke dosis ’vrouwelijkheid’ met zich mee. In feite heeft de mannelijke kandidaat met een vrouwelijk profiel de race gewonnen van de vrouwelijke kandidaat met het mannelijke imago. Dat moet feministen toch enige troost bieden.

De uitdaging voor Obama was om niet als de ’zwarte’ kandidaat te boek te staan en voor Clinton om niet als de softe ’vrouwelijke’ kandidaat te worden gezien. Een monsterlijk vraagstuk, want ze moesten zich én van elkaar onderscheiden én van de ervaren, blanke John McCain én herkenbaar blijven als de kandidaat die verandering brengt in de Amerikaanse politiek.

Clinton kon zich niet als vrouw profileren en de voordelen van de feminiene leiderschapsstijl benadrukken. Want een blondine die zich een typische feminiene stijl aanmeet, maakt weinig kans. Daarvoor bestaan er teveel vooroordelen ten aanzien van een vrouwelijk leider. Aan de ene kant zijn die positief: dat ze empathisch is, eerst luistert en dan pas beslissingen neemt en aandacht heeft voor de menselijke kant van de zaak. Deze vooroordelen hebben echter een schaduwzijde: zo’n leider wordt gezien als emotioneel en besluiteloos, te zeer op zoek naar consensus en te gevoelig. Bovendien wordt het succes van een vrouw vaak toegeschreven aan een man – echtgenoot Bill in dit geval.

Clinton moest hier dus wel afstand van nemen. In plaats van emotioneel en soft te zijn, toonde ze zich daarom een zelfverzekerde vechter; in plaats van afwachtend en besluiteloos te zijn, nam ze het voortouw en kwam met concrete plannen. En het laatste vooroordeel ontkrachtte ze door haar lange staat van dienst te benadrukken.

Deze strategie keerde zich uiteindelijk tegen haar. Een vrouw die zich een vechtersbaas toont, vinden mensen immers hard en onsympathiek. Een vrouw die zelfverzekerd het voortouw neemt, vinden ze gauw arrogant en betweterig. En een indrukwekkende staat van dienst wordt geassocieerd met streberigheid. Clinton riep in haar poging om aan seksistische vooroordelen te ontkomen nieuwe, negatieve reacties op.

Ze viel Obama aan op zijn buitenlands beleid – dat was te soft – en op zijn appèl om te geloven in een minder polariserende vorm van politiek bedrijven – dat was te naïef. Het leek alsof ze masculiener trachtte te zijn dat haar mannelijke opponent en daardoor standpunten bestreed die ze eigenlijk met hem deelde.

Obama verklaarde behendig de huidige machtspolitiek failliet en sprak mensen aan op hun verantwoordelijkheid om zich te verzoenen rondom gedeelde visies. Hij benadrukte dat hij niet in alles zelf het voortouw wilde nemen, maar dat hij de samenleving in staat wilde stellen zelf oplossingen te genereren. Bovendien stelde hij zich bijzonder empathisch op en stelde zelfs voor om met buitenlandse vijanden te gaan praten. Het ironische is dat uitgerekend dit profiel geassocieerd wordt met een ’vrouwelijke’ stijl*

Toen hij door Clinton werd geportretteerd als softie en dromer, reageerde hij niet door, zoals zij deed, hardere standpunten in te nemen. Integendeel. Hij hield vast aan zijn zachte boodschap, maar bracht die op een hardere manier. In plaats van ’praten met de vijand’ heeft zijn campagne het nu over ’tough, direct diplomacy’. Dat klinkt een stuk stoerder, al betekent het precies hetzelfde. Obama benadrukte met een citaat van John F. Kennedy dat juist praten met de vijand moed vereist: „We moeten nooit onderhandelen uit vrees maar we moeten nooit bang zijn om te onderhandelen.”

Maar ook Obama werd door nood gedwongen. Hij moest het rustige, vriendelijke imago wel aannemen, want ook hij werd, net als Clinton, geconfronteerd met maatschappelijke vooroordelen, in zijn geval met racistische. Als hij woede had laten zien, zou hij het beeld kunnen oproepen van ’angry black man’ – kwaad vanwege eeuwenlange discriminatie – en dat zou veel blanken de stuipen op het lijf hebben gejaagd. Hij moest dus een profiel aanhouden waar geen bedreiging van uitging.

De worsteling met maatschappelijke vooroordelen heeft voor Obama het gunstigst uitgepakt. Hij heeft de nominatie binnen. Feministische aanhangers van Clinton betreuren dat er geen vrouwelijke president komt. Toch is er niet te klagen. Obama is de eerste presidentskandidaat die doorbreekt met ’vrouwelijke’ leiderschapskwaliteiten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden