Obama: Lessen van Bosnië en Irak geleerd

Toespraak over ingrijpen in Libië overtuigt lang niet iedereen

ANALYSE | BAS DEN HOND | BOSTON

Het was doodstil toen Barack Obama gisternacht het podium van de National Defense University opkwam voor zijn toespraak over Libië. Geen applaus voor de opperbevelhebber - dat moet bevolen zijn.

Het mocht geen 'missie voltooid'-toespraak worden. Generaties politici zullen elkaar nog herinneren aan het spandoek met die tekst achter president George W. Bush, toen hij in 2003 op het vliegdekschip Abraham Lincoln het einde van de strijd in Irak afkondigde.

Maar ondertussen was het zo'n toespraak wel. De president heeft voor het eerst actie bevolen op een strijdtoneel dat hij niet van zijn voorganger erfde. Hij heeft dat willen doen zonder overmoed, zonder verstrikt te raken in een jarenlange oorlog en zonder de sympathie voor zijn land te vergooien en hij denkt duidelijk dat dat gelukt is.

Daar is in politiek Washington niet iedereen van overtuigd. Na een week waarin het zoeken was naar de gebruikelijke kloof tussen de beide partijen, stelde de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, John Boehner, zich aan het hoofd van de critici en stuurde een lijst vragen naar de president. Daaruit sprak de zorg dat de VS aan een avontuur waren begonnen waarvan het einde niet in zicht was, en 'succes' niet gedefinieerd.

Wat Obama daar vervolgens over zei, stelde die critici niet echt tevreden. Dat de rol van de Verenigde Staten straks beperkt zal blijven tot 'inlichtingen, logistieke steun, reddingsmissies en het verstoren van communicatie', zoals hij beloofde, moeten ze nog zien. En velen maken zich zorgen over de aanslag op de schatkist die zo'n actie met zich meebrengt: tot nu toe 400 miljoen euro.

Eenstemmig zijn zelfs de Republikeinen daarin niet. De vooraanstaande senator Lindsay Graham: "Wij hebben fouten gemaakt in Irak en Afghanistan en toen wij het voor het zeggen hadden, hoorde je niemand over de kosten."

Over die fouten sprak Obama openlijk tijdens zijn rede: "We kunnen hoopvol zijn over de toekomst van Irak. Maar het regime vervangen kostte acht jaar, duizenden Amerikaanse en Iraakse levens en bijna een biljoen dollar. Dat kunnen we ons niet nog een keer veroorloven in Libië."

Maar evenmin, zei hij, kon het land zich permitteren, te laat in te grijpen terwijl dat wel mogelijk was, zoals in de jaren negentig in Bosnië. "Het kostte de internationale gemeenschap toen meer dan een jaar om tussenbeide te komen met luchtsteun om burgers te beschermen. Het kostte ons nu 31 dagen."

En daar had Libië dan gewoon geluk mee, bleek uit Obama's woorden. Als er geen Amerikaans belang mee was gediend, had het anders gelegen. Had er geen internationale coalitie gesmeed kunnen worden, inclusief Arabische landen, jammer dan. Maar in dit geval kon en mocht Obama niet 'wachten op de beelden van slachtingen en massagraven voordat ik actie onderneem'.

Het is de nieuwe doctrine van een supermacht die zich al een tijd niet zo super voelt: het goede willen en het mogelijke doen, samen met anderen. Een doctrine waarin de VS, als iemand vraagt wat ze zullen doen als het morgen misgaat in Bahrein of Syrië, de schouders op-halen. Brede schouders, dat nog wel.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden