Obama herstelt het geloof in de publieke zaak opinie

Obama’s grootste uitdaging, en grootste kans, ligt in het creëren van een nieuwe Amerikaanse houding tot die vermaledijde ’overheid’.

Ruth Oldenziel

Opluchting. Met dat woord beschreef Andrew Sullivan, de conservatieve columnist die zich afkeerde van zijn partij, zijn privéontmoeting met Barack Obama. Volgens het gebruik mag Sullivan niets loslaten over het gesprek, maar dít wilde hij graag even kwijt aan zijn lezers: „Het is moeilijk te beschrijven wat een opluchting ik voel dat deze man binnenkort president is. Ik realiseer me dat dát vooral is wat ik voel: opluchting.”

Vanaf vandaag zal Amerika weer geregeerd worden door Democraten die de overheid niet zien als de vijand, maar als een groot goed -- een forum voor gedeelde verantwoordelijkheid en gemeenschapszin. Dat heeft voor- en nadelen. Een nadeel is, zegt althans de politieke wijsheid in Washington, dat Democraten slecht de kunst van de machtspolitiek verstaan. De Republikeinen van de countryclubs eisen met grote vanzelfsprekendheid posities op, Democraten voelen zich echter ongemakkelijk met de naakte macht.

Democraten willen zó graag goed doen dat ze zich telkens tekort voelen schieten. In de populaire tv-serie ’The West Wing’ werd dat thema uitgesponnen: hoe de Democratische staf van het Witte Huis de gevangene was van morele dilemma’s van oorlog, benoemingen, economie en wat al niet.

Maar een voordeel heeft die andere visie op het openbaar bestuur ook: voor de Democraten is de overheid een instituut voor het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Daardoor zijn de Democraten vaak veel competenter bestuurders gebleken dan de Republikeinen. Zoals acht jaar Bush jr. weer eens bewees.

De vijandige houding jegens de overheid was bij de Republikeinen zo diep geworteld dat het hun moeilijk viel die overheid te dienen. Vooral Republikeinen met een achtergrond in het bedrijfsleven, en daarmee een natuurlijke aversie voor staatsbemoeienis, moesten ervaren dat openbaar bestuur veel moeilijker was dan ze hadden gedacht.

Bush kwam binnen met een klassiek neoconservatief programma: het afschaffen van de overheid, het dichten van begrotingstekorten en verlagen van belastingen. Dat ging drie keer mis. Met Bush is het overheidsapparaat na acht jaar met 34 procent uitgedijd. Hij erfde van Clinton een overschot van 128 miljard dollar, maar zadelt zijn opvolger op met een tekort van 407 miljard. En het economisch dogma dat het verlagen van de belastingen van de rijkeren en het bedrijfsleven leidt tot meer banen, faalt al helemaal: Clinton creëerde vier keer zoveel banen als Bush.

In het verleden behaalde resultaten garanderen natuurlijk weinig voor Obama. Die heeft veel beloofd, en kan dus op veel fronten falen. Het is een journalistieke sport geworden om Obama’s waslijst van onmogelijke taken op te sommen. Twee oorlogen, een economische crisis zoals er in decennia niet was, een onverantwoord opgeschort klimaatbeleid: ga er maar aan staan.

Maar Obama’s grootste uitdaging, en grootste kans, ligt in het creëren van een nieuwe Amerikaanse houding tot die vermaledijde overheid. De opbouwwerker uit Chicago wil meer dan een overheid die alleen maar laatste redmiddel is voor de zwaksten in de samenleving. Hij wil samenwerking tussen overheid en burgers, een samenleving waarin zij hun eigen verantwoordelijkheid nemen en de overheid bij de les houden, bijvoorbeeld via internet. De overheid luistert en stimuleert de potentie van burgers.

Obama toont zich in dit wereldbeeld de zoon van zijn moeder, Stanley Ann Dunham Soetoro. Die was antropologe bij de Wereldbank in Indonesië en pionierde daar met microkredieten. Ze leerde Obama sleutelbegrippen als zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en empowerment. Alleen als burgers nauw betrokken zijn bij het politieke proces en er echt in participeren, is er sprake van een politieke gemeenschap.

Obama voerde een briljante campagne, met internet als grootste troef. Het vervolg, zijn presidentschap, is nu al aangeduid met het internetjargon Obama 2.0. Met een databestand van miljoenen kiezers en activisten heeft Obama een nieuw politiek instrument om zijn beleid in daden om te zetten. Hij kan burgers direct betrekken bij wetgeving en het Congres constant onder druk zetten. En daarmee wekt hij bij talloze Amerikanen een gevoel dat méér is dan alleen opluchting. Het is een hersteld gevoel van vertrouwen dat overheid en burgers er samen het beste van kunnen maken.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden